Publieke printers of e-readers?

Op De Nieuwe Reporter schrijft Arthur Vierboom dat snelprinters op stations, vliegvelden en winkelcentra de krant altijd actueel zullen houden. Deze printers zouden binnen 4 seconden 2 A3-vellen tweezijdig moeten kunnen bedrukken, alles in full color. Het is vervolgens aan de redacties om 24/7 het aanbod actueel te houden, zodat elke gemaakte print er in principe anders uit zal zien, zelfs als er maar een uurtje tussen zit. Het lijkt op een (verbeterde) variant op de apparaten die Océ overal op de wereld in dure hotels heeft staan en waar hotelgasten de laatste versie van bijvoorbeeld de New York Times kunnen plukken. Trouwens over de (papieren) NYT gesproken, zelfs over dit journalistieke bolwerk zijn al serieus onderbouwde doemscenario’s geschreven…

De vraag is of Arthur Vierboom gelijk krijgt. Ik denk het niet.

Ik verwacht dat (verbeterde en goedkopere) e-readers uiteindelijk kansrijker zullen zijn dan zo’n printervariant. Zeker voor particulieren.

De vraag is wel of er één door alle aanbieders te gebruiken apparaatje gaat komen (bijvoorbeeld een iRex-, een Sony– of een Kindle-achtig ding), of dat de uitgevers die hier heil in zien met eigen varianten op de proppen komen.

Bestaande uitgevers zullen vanuit oude concurrentiedenkramen wellicht neigen naar het laatste; het lijkt immers interessant om je bestaande publiek een apparaatje aan te bieden waarop louter en alleen die titel kan worden gelezen. Het risico daarbij is dat ze vervolgens met z’n allen worden ingehaald door een reeks nieuwe spelers die lak hebben aan oude concurrentieverhoudingen en gewoon meeliften op de hardware van de – op dat moment – grootste en beste hardwareleverancier.

Uitgevers die (willen) overleven, gaan samenwerken. Maar de praktijk gebiedt te zeggen dat daarvoor het moment er helaas nog niet is. De meeste uitgevers hebben momenteel hun hoop gevestigd op het omvallen van een of twee concurrenten, om pas daarna – als het stof helemaal is neergedaald en ze zichzelf tussen de restanten inderdaad nog weten te vinden – het nieuwe speelveld opnieuw te overzien. Hoe langer die periode van onrust duurt, des te groter de kans dat nieuwe spelers zich inderdaad al hebben kunnen opwerpen tot nieuwe concurrenten.