Het Chriet Titulaer-gevoel

Op papier is de e-reader een briljante vinding, maar in de praktijk zit er vrijwel niemand op te wachten. Het Chriet Titulaer-gehalte is te hoog.

Door Maarten Reijnders (Webwereld)

Het is een vraag waar ik ‘s nachts wakker van kan liggen. Is de e-reader – een handzaam apparaatje waarop je boeken of de krant kunt lezen – de nieuwe iPod of de nieuwe beeldtelefoon? Anders gezegd: hebben we te maken met een vinding die de wereld gaat veranderen of is het vooral een interessant concept waar bij nader inzien niemand op zit te wachten?

Ik denk het laatste. Chriet Titulaer had vroeger ook altijd van die dingen: theelepeltjes met een geheugen bijvoorbeeld. Die kon je dan buigen en dan zorgde het geheugen dat het lepeltje zichzelf weer in de oude vorm terugboog. Mieters interessant, maar wat is het praktisch nut als je je theelepeltje nooit buigt?

Webcam

Een andere vinding waarbij ik altijd meteen aan Chriet Titulaer moet denken, is de beeldtelefoon. Die is volgens Chriet namelijk al dertig jaar de toekomst. Een paar jaar geleden zat hij nog met een antieke beeldtelefoon bij Barend & Van Dorp. Jammer alleen dat de echte doorbraak nooit is gekomen.

Beroepshalve heb ik nog wel eens met een mobiele telefoon rondgelopen die je filmde als je belde. Degene met wie je belde, kon je dan zien. Tenminste, als die persoon ook zo’n telefoon had. Leuk voor drie keer, maar daarna is de grap er wel weer af. Als de moderne mens iemand wil zien die op een andere plaats is, pakt hij geen telefoon maar een webcam.

327.124 boeken

Bij alle verhalen over de e-reader bekruipt me een vergelijkbaar Chriet Titulaer-gevoel. Er zijn genoeg mensen – paarse broeken vooral – die heel enthousiast worden van de e-reader. Maar dat zijn vaak niet de mensen voor wie zo’n apparaat is bedoeld. In boekwinkels zie ik wel eens een e-reader staan, maar de klanten keuren het apparaat doorgaans geen blik waardig. En dat terwijl de e-reader toch zo’n mooie vinding is.

In oktober vorig jaar kreeg ik er weer eens één in mijn handen gedrukt. Op straat waar de zon scheen. En terwijl het meisje dat de e-readers aan de man probeerde te brengen, doorratelde over alle geweldige specificaties (genoeg geheugen voor 327.124 boeken, een batterij die tot het jaar 3028 meegaat…), verbaasde ik me weer eens over het geweldige scherm van de e-reader. Dat scherm is de droom van elke laptopbezitter die wel eens buiten in de zon heeft moeten werken. Dankzij een soort elektronische inkt is het namelijk onder alle omstandigheden prettig te lezen.

Desondanks is de e-reader geen iPod. Is het de prijs? Misschien. Aan de andere kant: iPods waren aanvankelijk (en nog steeds eigenlijk) ook vrij duur, maar dat stond het succes niet in de weg. De bediening dan? Ook niet, het bedieningsgemak van de gemiddelde e-reader doet echt niet onder voor die van een iPod.

Er zijn twee zaken die het succes van de e-reader in de weg staan. In de eerste plaats de boekenkoper die de voorkeur geeft aan een papieren exemplaar. Bij een gewoon boek zie je – nee, nauwkeuriger gezegd: voel je – hoeveel je nog te gaan hebt. En een gewoon boek kun je mooi in de kast zetten of aan iemand uitlenen. Bij e-books gaat dat allemaal een stuk lastiger.

Het tweede probleem is dat je met een e-reader ook online wilt. En dan niet alleen om de nieuwste editie op te halen van de elektronische krant waarop je toevallig een abonnement hebt. Nee, écht online.

Gelovigen

Wacht maar, zeggen de e-reader gelovigen. De huidige generatie e-readers is misschien niet perfect. Maar als de technologie het straks mogelijk maakt om kleur en video op je e-reader te zien, dan zullen de klanten toestromen.

Ik geloof er niets van. Maar als die e-readers met kleur en bewegend beeld er straks zijn, ben ik wel geïnteresseerd in zo’n scherm. Voor in mijn laptop.

Dit artikel verscheen eerder (