Gratis krant voor 18-jarigen: riskant plan

 

Deze week meldden diverse media dat minister Plasterk overweegt om in navolging van Frankrijk ook in Nederland achttienjarigen een jaarabonnement op een krant cadeau te doen. Hij noemde het plan van de Franse president Sarkozy ‘een charmant idee’ en zou de innovatiecommissie van Elco Brinkman inmiddels hebben gevraagd om de mogelijkheden te onderzoeken.

Door Alexander Pleijter

In Trouw toont Kees Spaan, voorzitter van de Nederlandse Dagbladpers zich een enthousiast voorstander van het plan. Hij vindt achttien jaar een goede leeftijd om mensen bewust te maken van kwaliteitsinformatie. “Als achttienjarigen een jaar lang gratis een kwaliteitskrant lezen schiet die gewoonte wortel.” Hun interesse voor kwaliteitsinformatie zal groeien. Bovendien zullen de oplages van kranten volgens Spaan stijgen.

Dat zijn nogal wat vooronderstellingen, waarvan je je kan afvragen of die kloppen. Waarom is bijvoorbeeld achttien jaar een goede leeftijd om mensen het belang van kwaliteitsinformatie bij te brengen? Zou zestien jaar niet beter zijn? Of twintig? Of misschien niet zozeer op een bepaalde leeftijd, maar op het moment dat jongeren het ouderlijk huis verlaten en zelfstandig gaan wonen?

Vervolgens zou je je kunnen afvragen of een gratis abonnement een goede methode is om mensen bewust te maken van kwaliteitsinformatie. Waarom zou dat besef opeens tot mensen doordringen als dagelijks NRC Handelsblad op de mat ploft? Gaan kinderen zich realiseren dat spruitjes gezond zijn als je ze dagelijks een portie voorzet? En schiet daardoor de gewoonte wortel om elke week spruitjes te eten? Mij lijkt dat daar wel wat meer voor nodig is.

Om jongeren bewust te maken van het belang van kwaliteitsinformatie zou je wat doordachter aan de slag moeten gaan. Denk aan de lesprogramma’s van de Stichting Krant in de Klas. Jongeren krijgen dan niet simpelweg een krant onder de neus gedrukt, maar ze leren om informatie te doorgronden en te beoordelen. Zo’n actieve aanpak leidt natuurlijk veel eerder tot inzicht in het belang van kwaliteitsinformatie. Uit onderzoek blijkt bovendien dat door dergelijke projecten jongeren daadwerkelijk positiever gaan kijken naar het belang van kranten. Overigens zou het goed zijn dergelijke projecten niet te beperken tot kranten, maar te richten op alle media, dus heel nadrukkelijk ook op internet.

Dan de veronderstelling dat de oplages van kranten door dit plan zullen stijgen. Eerst de vraag: om hoeveel abonnementen gaat het eigenlijk? Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woonden op 1 december 2008 205.397 achttienjarigen in Nederland. Als die allemaal een krantenabonnement krijgen levert dat een behoorlijke stapel kranten op, het is zo ongeveer de huidige oplage van NRC Handelsblad.

Maar zal het ook daadwerkelijk leiden tot een oplagestijging van 205.397 kranten? Dat valt te bezien, want een groot aantal van die jongeren woont nog thuis en het is goed mogelijk dat ouders hun dure abonnement opzeggen op het moment dat dochterlief of zoonlief een gratis krantenabonnement ontvangt.

Volgens het CBS bedraagt het aantal zelfstandig wonende achttienjarigen in 2008 17.773. Dus wonen 187.624 achttienjarigen nog in het ouderlijke huis. 45% van de achttienjarigen maakt volgens cijfers van het CBS nu deel uit van een huishouden met een krantenabonnement. Met dit plan bestaat dus het risico dat 84.430 mensen hun betaalde abonnement opzeggen omdat een van de kinderen een gratis abonnement ontvangt. Volgens ‘het charmante idee’ zouden uitgevers zelf opdraaien voor het leveren van kranten, dus dan zouden ze zich lelijk in de vingers kunnen snijden. Bovendien moeten de uitgevers daarna nog maar zien of de ouders weer een betaald abonnement nemen, in de hoop dat de gewoonte van een gratis krant nog geen wortel heeft geschoten.

Tot slot nog dit: een innovatiecommissie die zou komen met een plan voor gratis abonnementen. Het zou een treurige oogst zijn. Tenzij je innovatie beschouwt als het zo lang mogelijk in stand houden van oude media. En noem die commissie dan gewoon de ‘commissie tot behoud van kranten’.

Dit stuk is eerder gepubliceerd op De Nieuwe Reporter en is met toestemming van de auteur doorgeplaatst.