Google als voorbeeld of kwade genius

Als het gaat om de toekomst van kranten zijn er twee manieren om te kijken naar de prestaties van Google. Met angst of met hoop. Vanuit de oude media (kranten voorop, maar ook radio en tv kunnen er wat van) is angst de meest voorkomende reactie. Blogger en nieuwe media-specialist Jeff Jarvis bewijst met zijn boek “What Would Google Do” dat er ook wat te zeggen is voor die andere weg.

Afgelopen vrijdag hoorden we weer een mooi oude media-voorbeeld: directeur Jacques Kuyf van de FD Mediagroep mocht in zijn eigen (BNR-)programma Mediazaken uitleggen hoe het precies zat met de bezuinigingen in zijn bedrijf. Behalve de normale opmerkingen (wegblijvende adverteerders, daardoor minder personeel, maar toch aanhoudende kwaliteit voor de lezers en luisteraars, etc) gaf hij ook weer eens een plaagstootje richting Google. Na de constatering dat kwaliteitsjournalistiek nooit gratis kan zijn, zei hij letterlijk: “Alle Googles en telefoonbedrijven die onze inhoud ruimhartig doorsturen om hun klanten te bedienen, zullen op termijn wat mij betreft moeten gaan betalen.

Hij gaat de deurwaarder langssturen?

Het was zeker niet de eerste keer dat Google de wind van voren kreeg. En het zal ook niet de laatste keer zijn. Meest in het oog springende criticaster in Nederland is voorzitter Kees Spaan van de Nederlandse Dagbladpers (NDP). Hij laat geen mogelijkheid onbenut om te roepen dat Google en consorten de grote boeven van medialand zijn. En wel vooral omdat ze gratis zouden meeliften op de kwaliteit die de verzamelde oude media tegen hoge kosten weten te leveren.

Klinkt als Kuyfs deurwaarder.

Ook de NVJ deed onlangs een duit in het zakje. In een brief aan de Commissie-Brinkman (Innovatie en Toekomst Pers, zie eerdere blogpost) meldde ze dat er partijen zijn, “die (zeer) goed geld verdienen op het net, maar dat zijn niet de nieuws- en opiniemakers, maar de providers, telecombedrijven, zoekmachines en (geautomatiseerde) verzamelsites, die daarbij gratis profiteren van de inspanningen van de makers.” Door de auteursrechten ook online beter te regelen, wil de NVJ een deel van de winsten van derden doorsluizen naar de makers.

Ah, ook hier lijkt weer een deurwaarder in beeld te komen.

De zorg is dus dat dure oldskool-krantenredacties al het werk doen en Google er vervolgens mee aan de haal gaat.  En hoe vaker (en langer) Google dat doet, des  te groter de kans dat het grote publiek denkt dat kranten helemaal niet meer nodig zijn.  En dat is – in de ogen van de bezorgden – vreemd en gevaarlijk tegelijk, aangezien Google zelf helemaal niets produceert, maar slechts als doorgeefluik fungeert. In de woorden van Kees Spaan: lezers zouden moeten beseffen dat er op tv en op internet nauwelijks nieuws zou zijn als die krantenredacties dat niet zouden maken.

Daar heeft Spaan natuurlijk een punt. Maar wel een punt dat al gemaakt werd toen tv pas net bestond en dus nauwelijks kan gelden als de oorzaak voor het recente verval van de dode-bomenindustrie. Bovendien: kunnen Google en consorten wel echt van diefstal beticht worden, aangezien ze doorgaans hun bronvermeldingen keurig op orde hebben en meestal niet meer doen dan de oorspronkelijke vindplaats (met kop en aanhef) doorgeven? Is het niet gewoon zo dat kranten de boot hebben gemist, deze aan de nieuwe internetpartijen hebben gelaten en nu dus ten onrechte klagen over de inventiviteit die ze eigenlijk zelf hadden moeten hebben?

Het auteursrecht in de digitale omgeving is een aflopende zaak, zo constateerde ook Herbert Blankesteijn onlangs op Pluspost. Er zullen de komende tijd vast nog wel wat succesjes geboekt worden in de strijd tegen het illegaal doorplaatsen van artikelen, er zullen veroordelingen volgen en zelfs zal hier en daar een enkele deurwaarder zijn geld kunnen ophalen, maar op termijn is die oorlog simpelweg niet te winnen. Er is een nieuwe realiteit aan het ontstaan, die op den duur ook nieuwe wetgeving vergt.

En ja, kranten doen er dus beter aan met wat minder angst en veel meer hoop naar Google te kijken. Soms door wat goede ideeen te kopieren, dan weer door er mee samen te werken maar bovenal door inspiratie op te doen uit de vraag van Jarvis: wat zou Google doen…?