AdSense gaat een laag dieper

AdSense kennen we inmiddels allemaal wel: de kleine advertenties die Google aanbiedt en gebaseerd zijn op de inhoud van de webpagina waarop deze verschijnen. Ook op deze site staan ze, hetgeen af en toe leidt tot hilarische oproepen om vooral veel kopieerpapier of wintervaste olijfboompjes te kopen. Het gaat hier tenslotte om dode bomen en volgens Google zijn dat, ja inderdaad, dode bomen.De meeste sitebezoekers of gebruikers van Gmail zijn er inmiddels wel aan gewend: advertenties die lijken te “weten” wat jou als bezoeker zoal bezighoudt. Maar vanaf het begin zijn vooral door de oppervlakkige gebruiker vragen over gesteld over de privacy.  Immers: als Google weet waar mijn interesses liggen, dan kan dat bedrijf daar natuurlijk allerlei slechte dingen mee doen. Vanaf vandaag kan Google nog meer van dit soort vragen verwachten. AdSense krijgt namelijk verdieping via een systeem van “interest based adverteren“.

Kern van deze nieuwe service (die overigens pas in het najaar echt operationeel zal zijn) is dat Google nog beter gaat bijhouden welke webpagina’s in het Google-netwerk (inclusief YouTube) er in het verleden zijn bezocht. Een voorbeeld dat Google hiervoor zelf geeft: als een gebruiker in augustus op een website die sportkleding aanbiedt voetbalschoenen heeft bekeken, zou deze website de gebruiker in december advertenties kunnen aanbieden via andere websites uit het Google netwerk of YouTube om hem of haar attent te maken op de winteruitverkoop. 

Google haast zich te zeggen dat dit niet alleen advertenties nuttiger kan maken, maar dat de opbrengsten net als bij AdSense gedeeld worden met de aanbiedende sites. Het zou, kortom, de makers van websites (inclusief krantenbedrijven) een extra inkomstenbron kunnen bieden. 

Ook de privacyvraag krijgt een antwoord: de benodigde informatie wordt vergaard via anonieme cookies op de computer. “Deze cookies bevatten geen persoonlijke gegevens zoals namen en adressen. Google zal geen gevoelige interessecategorieën bijhouden die betrekking hebben op zaken als gezondheid of seksuele voorkeur”, aldus Google. 

En om helemaal veilig te zijn, heeft Google er – anders dan bij AdSense – ook een soort digitale ja/nee-sticker aan toegevoegd. Via een aparte webpagina kan een gebruiker aangeven niet gediend te zijn van dit soort advertenties. 

Daarmee neemt Google bewust het risico dat het aantal gebruikers minder zal zijn dan gewenst. Ik denk dat dat in de praktijk trouwens wel mee zal vallen. Zeker zal deze nieuwe stap weer enige gewenning vergen, maar niet veel mensen zullen de moeite nemen om die nee-sticker te activeren. En over een jaar weten we allemaal niet beter dan dat dit de normaalste zaak van de wereld is.

Andermaal kunnen we dus vaststellen dat Google een stap heeft gezet die de traditionele mediaconcerns niet aankonden. Hoe groot dit nieuwe middel gaat worden, valt natuurlijk nog te bezien, maar kansrijk is het zeker. En het ligt dan ook voor de hand dat diezelfde mediaconcerns er op hun sites dankbaar gebruik van gaan maken, zelfs als ze de opbrengsten met Google moeten delen.

Alle kleine beetjes helpen. De vraag resteert wel of interest-based advertising uiteindelijk een doorslaggevende bijdrage kan vormen in het exploiteerbaar maken van nieuwssites. En meer specifiek: of krantenbedrijven hiermee geholpen zijn.