Taxfree-zone voor kranten

Het klinkt sympathiek, maar het effect is twijfelachtig: geen belasting meer op advertentie-inkomsten voor kranten. Senator Ben Cardin (een democraat uit Maryland) heeft een wetsvoorstel ingediend dat een soort taxfree-zone voor sommige kranten tot doel heeft.

Niet iedereen kan er een beroep op doen, als het aan Cardin ligt. Het zou alleen gelden voor papieren kranten zonder winstoogmerk, die zich richten op “lokale, nationale en internationale nieuwsartikelen die van belang zijn voor het grote publiek”.

Volgens Zachary M. Seward van Nieman Journalism Lab is de reikwijdte van dit voorstel bewust beperkt gehouden tot de papieren kranten. Cardins woordvoerster: “A lot of us believe that newspapers are the ones that do the actual reporting on issues.” Het is een geluid dat ook in Nederland breed hoorbaar is: de hele Nederlandse journalistiek teert op de grote krantenredacties en als die verder afkalven, zou de hele Nederlandse journalistiek daar dus extra last van hebben.

Inderdaad, traditioneel komt veel uniek nieuws van de kranten. En het klopt ook dat veel nieuws dat we dagelijks tegenkomen op radio, tv en op websites zijn oorsprong in die kranten heeft. Maar dat betekent nog niet dat die situatie permanent en onveranderbaar is. Integendeel, de praktijk van vandaag laat zien dat meer en meer nieuws wordt gegenereerd door onafhankelijke (al dan niet traditioneel-journalistieke) weblogs en dat het juist de kranten zijn die hier een bron aan hebben. Dat geldt, aldus Seward, ook voor de VS: “It’s hard to imagine the future of non-profit journalism is in print.

In de debatten in de VS over de wet-Cardin klinken twee bezwaren het luidst door. Ten eerste vinden de commentatoren het onwenselijk dat de overheid de kans krijgt om te bepalen wie er wel of niet aanspraak kan maken op zo’n regel en ten tweede zou zo’n reddingspoging averechts werken omdat het het onvermijdelijke slechts uitstelt. Het argument dat belastingvoordeel nooit voldoende oplevert om het verschil te maken tussen overleven en omvallen, klinkt minder luid. Net als in Nederland trouwens, waar NVJ en Nederlandse Dagblad Pers ook al herhaaldelijk voor btw-verlaging voor kranten hebben gepleit.

De eerste groep bezwaren is in Nederland ook lang aan de orde geweest, maar lijkt nu (tijdelijk?) ingehaald door de oproep van journalistieke grootheden als Henk Hofland om een keer een oogje dicht te knijpen. Het is zelfs ronduit salonfähig om het in dit verband wel op te nemen voor de kranten en niet voor een journalistiek platform als internet. Kranten vormen in deze theorie immers de basis van alles. Nogmaals, áls dat al het geval zou zijn, dan houdt dat nog niet in dat dat altijd zo blijft. Een twijfwelachtig argument dus.

De andere bezwaren zijn minstens zo interessant. In de woorden van Jeff Jarvis: “The real danger here is that these rescue attempts delay the inevitable. The sooner that papers reinvent themselves for the new age, the better. If this delays that inevitability, papers will only languish in the past and others will come and overtake them.”  Met andere woorden: een goedbedoelde reddingspoging zou wel eens een dramatische afloop kunnen hebben.

Zoals zo veel sectoren ontwikkelt ook de nieuwsbusiness zich met horten en stoten. Dat is soms een pijnlijk proces, zeker voor ons betrokkenen. Niet alles wat ooit was kan altijd blijven bestaan, dat begrijpt iedereen. Lastiger wordt het om te accepteren dat dat waar we al die jaren zoveel waarde aan hebben gehecht, dreigt om te vallen. Krantenbedrijven zijn, zo wordt terecht geroepen, geen koekjesfabrieken. Uitgevers runnen een gewone business met winst- en verliescijfers, maar de redacties die hieraan verbonden zijn spelen een belangrijke rol in het democratisch proces. 

Er is alle reden daar zuinig op te zijn. Maar die constatering mag nooit sentimenten losmaken die een normale ontwikkeling van de bedrijfstak structureel in de weg gaan staan.