Geld verdienen met een gratis kopieermachine

Meer opwinding dan verrassende nieuwe ideeën, dat was het resultaat van de Staten Generaal der Nederlandse Journalistiek, eerder deze week in de Rode Hoed. En onenigheid over zo’n beetje alles, zowel in het panel achter de tafel als in de goedgevulde zaal. Of de commissie-Brinkman daar maar even chocola van wilde maken, zo klonk de uitdagende opdracht na afloop.

Och, er zijn meer wonderen verricht, zeker zo rond de paasdagen.

Maar één ding is desondanks duidelijk: hoe die adviezen van de commissie er ook uit gaan zien, er zullen meer mensen teleurgesteld raken dan dat er blij gaan worden. Daarvoor zijn de wensen, tips en dringende aanbevelingen simpelweg te divers – en te tegenstrijdig.

Hét thema van de laatste dagen lijkt de “bronheffing”. Volgens sommige Web 3.0-believers zou het mogelijk moeten zijn te allen tijde te achterhalen wat de oorsprong is van een bepaald bericht en op die manier dus ook copyrights in klinkende munt om te zetten. Het zou de uitkomst zijn voor kranten die nu hun zware journalistieke investeringen (in enkele gevallen zelfs weken werken aan één artikel) snel hun waarde zien verliezen. Zo gauw het gepubliceerd is, wordt de inhoud immers volop hergebruikt. Soms legaal, via citaatrecht of via een nieuw (persbureau-)artikel waarin wel nog verwezen wordt naar de bron, maar vaak ook met alle kenmerken van vuil jatwerk.

Jacques Kuyf (FD Mediagroep) liet in de Rode Hoed niet na te wijzen naar de makers van sites als nu.nl waar met een relatief kleine redactie een groot publiek bereikt kan worden. Mede dankzij de persbureaus die onder meer de kranten afstruinen voor hun nieuws. Kuyf was dan ook aangenaam verrast door de opmerkingen, diezelfde avond, van Raymond Franz van Trendlight. Franz zag een web3-toekomst voor zich (“nee, geen toekomst, het kan nu al”), waarbij API’s kunnen “controleren” waar een artikel vandaan komt en – belangrijker – waar dus de bronheffing naar toe kan.

Misschien ben ik te skeptisch in dit opzicht, maar ik zie het gewoon niet gebeuren. Hoe semantisch het web ook zal worden, er zullen altijd slimme mensen blijven bestaan die mee willen liften op de prestaties van anderen. En die dus op een of andere manier gebruik maken van artikelen afkomstig van derden. Sterker nog, het doorgeven, aanvullen en oneindig becommentariëren van een oorspronkelijke gedachte is zo’n beetje de kern van het moderne internet.

Het is voor redacties dan ook veel slimmer dit maar als een gegeven aan te nemen en er juist zo goed mogelijk gebruik van te gaan maken. Hoe vaker er verwezen wordt naar jouw content, des te sterker zal je naam worden en des te groter je publiek. Ga dus niet krampachtig om met de bescherming van iets dat uiteindelijk in de praktijk lastig te beschermen zal zijn, maar maak de omgeving van die originele content tot iets onmisbaars en onkopieerbaars. Een consument die- al dan niet via de API’s – merkt dat heel veel betrouwbare informatie bij jou vandaan komt, zal zijn vertrouwen ook op andere onderdelen aan jou schenken. Door bijvoorbeeld naast die (gratis) journalistieke waar, ook andere zaken af te nemen. Merchandise (boeken, reizen, dvd’s en wijn uit de webshop), zoals dat nu al gebeurt, maar ook verzekeringen, telefoon- en internetabonnementen, you name it.

Kevin Kelly van The Technium noemt zelfs acht “generative values” waarmee geld verdiend kan worden als neveneffect van een gratis dienst. “Why would we ever pay for anything that we could get for free? When anyone buys a version of something they could get for free, what are they purchasing? From my study of the network economy I see roughly eight categories of intangible value that we buy when we pay for something that could be free.”

De inhoud van een krantensite mag de basis zijn voor een gratis kopieermachine, maar met de betrouwbaarheid die dat oplevert kan wel degelijk geld verdiend worden.