Gratis online-content biedt ook uitgevers kansen

Nogal wat uitgevers slaan zichzelf momenteel voor de kop dat ze ooit hun dure journalistieke informatie gratis zijn gaan weggeven. Vooral van de de vrij toegankelijke, aan krantentitels gekoppelde websites hebben ze spijt als haren op hun hoofd. Ze zijn er van overtuigd geraakt dat de tactiek van destijds (eerst grote aantallen bezoekers lokken, dan komt het geld uiteindelijk vanzelf) verkeerd was. Ze hadden, zo roepen ze nu, direct geld moeten vragen, dan hadden ze nu geen problemen gekend.

Dream on, zou ik zeggen. Los van het zinloze van elke what if-discussie, leven we inmiddels in een wereld die draait op de vrije beschikbaarheid van informatie. Zoals interessante twitterberichten een “retweet” krijgen om zoveel m0gelijk mensen ervan te laten meegenieten, geldt dat ook voor alle andere originele content die ooit ergens gepubliceerd is. Soms gaat het om exacte kopieën, maar vaker nog om samenballingen of voortborduurwerk, waardoor ook weer nieuwe originele content kan ontstaan.

De verschillen tussen de believers (in betaalde online content) en non-believers worden scherper en scherper. Zo bleek ook afgelopen week weer tijdens een InCT-congres. Internet-ondernemer en discussieleider Ronnie Overgoor sloeg bijna letterlijk stijl achterover toen PWC-onderzoeker Marieke van der Donk meldde dat er bereidheid is om ook online te betalen voor kwaliteitscontent. “Er blijft wel degelijk een groep die dat wil, dat geloof ik echt”, aldus Van der Donk. Overgoor wuifde de gedachte direct weg. “Ja, een kleine groep bejaarden, die daarna dood gaan.” (filmpje van 5 minuten, zie passage tussen 1’30” en 2’00”)


InCTformatie 2009 from henkjan on Vimeo.

Overgoor zet het wat heftig neer, maar zijn trends-termometer lijkt me toch wat nauwkeuriger dan die van onderzoekster Van der Donk. Wie zijn hoop heeft gevestigd op het betaald maken van online-nieuws (en andere aan de actualiteit gekoppelde informatie) zal van een koude kermis thuiskomen. Online-betalingsmodellen rondom de traditionele handelswaar van kranten gaan niet op grote schaal werken. Sterker nog, wie nu als eerste begint met het betaald maken van zijn website loopt – zoals  zoals ook Paul Molenaar afgelopen week vaststelde – een enorm risico. Alleen als de content langduriger van waarde is dan een gemiddeld krantenartikel van nu, of als het clubgevoel van de achterban zo groot is dat deze zich gezamenlijk verantwoordelijk voelt voor het voortbestaan ervan, is er een kans op structureel online betalen. En dat geldt slechts voor een zeer beperkt deel van de huidige media. Zo’n 10% misschien.

Daarmee is het probleem voor de uitgevers echter niet minder groot. Als ze online echt n(auwelijks )iets gaan verdienen, hoe overleven ze dan deze oorlogstijd?

Het antwoord is in Darwin-stijl: alleen als ze zich beter op de veranderde omstandigheden weten aan te passen dan hun concurrenten is er een kans op overleven. En dan nog is het nog maar afwachten of die omstandigheden intussen al niet weer verder zijn veranderd. Want hoewel er voorbeelden genoeg zijn van bedrijven die wel een grote ommezwaai konden maken, de geschiedenis leert dat dat voor vele onder hen simpelweg niet geldt.

Beter dan het onvermijdelijke proberen te voorkomen, zou het zijn om te kijken wat aan die extreem vrije stroom van informatie ten grondslag ligt. Wat zijn de drivers die ervoor zorgen dat relevante, originele content direct wordt doorgesluisd naar andere media? Ze zijn op zijn minst drieledig: we zien commerciële, journalistieke en sociale aanleidingen, al naar gelang het bechikbare materiaal wordt gezien als een nieuw verdienmodel, als redactioneel bronnenmateriaal of als basis voor gesprekken in de koffiehoek en aan de keukentafel.

Hoe divers ook de drivers, het resultaat draagt in alle gevallen bij aan grotere, meer gelaagde en breder gedeelde kennis. Dat is winst, zij het niet direct in euro’s voor de schepper. En dus zou het beter zijn  de energie te steken in het ook zelf gebruik maken van die commerciële, journalistieke en sociale processen, in plaats van erover te mekkeren dat anderen dat (met jouw content) gaan doen. Ben ze voor, doe het beter, opereer slimmer. En doe dat – zoals bijvoorbeeld ook professor Marcel Broersma onlangs betoogde – door focus te zoeken, te specialiseren en de meest gewenste doelgroep volledig te omarmen. 

“Nooit eerder waren de mogelijkheden om gemeenschappen te construeren zo groot”, zegt Broersma in de Journalist. “Nooit eerder lagen er zoveel kansen voor journalistiek.” En voor de uitgeverijen die bereid zijn hierin mee te groeien.