Jaarrede NVJ brengt journalistiek niet vooruit

Het echte nieuws uit de jaarrede van NVJ-voorzitter Huub Elzerman zat vandaag niet in zijn visie op de toekomst voor de journalistiek. Daarvoor waren de pleidooien voor onder meer strenger auteursrecht, bijscholing, innovatie en fiscale maatregelen al te vaak gehoord. Nee, het meest opvallende was wel de hartenkreet om de Nederlandse missie in Afghanistan te staken als president Karzai niet per direct journalist Perwez Kambakshs zou vrijlaten.

Dat zijn grote woorden uit een groot journalistiek en menselijk hart. Maar ook woorden die snel verstomd raken als ze niet worden overgenomen door invloedrijkere organisaties zoals de FNV (waartoe de journalistenvakbond NVJ behoort) of beter nog, de politiek. En die kans lijkt, gezien de gevoeligheden waarmee het poltieke spel rondom onze Afghanistan-missie is omgeven, niet erg groot. Elzerman neemt dus bewust een risico. Als zijn pleidooi wordt overgenomen, zou dat het bewijs kunnen zijn dat de NVJ er nog steeds toe doet. Zo niet, dan geldt per definitie het omgekeerde. 

Ik vrees voor het lot van Elzerman en zijn NVJ en baseer dat niet alleen op het verleden, maar ook op de jaarrede van vandaag. Deze ademt namelijk de sfeer van gelatenheid, gebedel en gesomber: niet bepaald ingrediënten die nodig zijn voor een attitudeverandering in de branche. En al evenmin het bewijs dat hier een organisatie staat die haar ruim 8000 leden met trots de weg wijst.

Want hoewel hij tot drie keer toe belooft zijn boodschap positief te houden, lukt dat vandaag alleen bij de mededeling dat het ledental van de NVJ weer wat gestegen is, met zo’n 100 in vier maanden tijd. De oorzaak van die groei geeft trouwens wat minder reden tot juichen, vermoedt Elzerman: het dreigend banenverlies als gevolg van de crisis.

Belangrijker: hoe wil Elzermans NVJ de door hem waargenomen “verloedering” in het medialandschap dan voor die 8340 journalisten te lijf gaan? Met sterke verwijzingen naar de situatie in Vlaanderen, pleit hij voor versterking van de media-infrastructuur op alle niveaus, via een veel actiever overheidsbeleid. Want alleen op die manier, zo zegt hij, kunnen de maatschappelijke en culturele functies van de media gewaarborgd worden.

Van daaruit is het natuurlijk maar een kleine stap naar de commissie-Brinkman, die momenteel in opdracht van minister Plasterk (media) zoekt naar oplossingsrichtingen voor innovaties in journalistiek en media. Zonder de volledige NVJ-wensenlijst te herhalen, benadrukt Elzerman vijf hoofdthema’s:

1. Crossmediale bijscholing voor journalisten,

2. een Stimuleringsfonds voor de Media dat meer dan nu echte innovaties steunt,

3. een innovatiecentrum dat “als een TNO voor de media” nieuwe verdienmodellen uittest,

4. een actualisering en versteviging van de auteurswet, zodat intellectueel jatwerk beter kan worden voorkomen,

5. het wegnemen van wettelijke belemmeringen en creëren van fiscale voordelen.

Allemaal goed bedoeld en zeker niet allemaal zonder nut. Want wie kan tegen bijscholing of innovaties zijn? En welke uitgever zou niet graag minder belasting betalen en al het werk van zijn redacties onkopieerbaar willen maken? Maar nog even los van de haalbaarheid (auteursrecht is op nationaal niveau bijvoorbeeld nauwelijks meer aan te scherpen, daar hebben we Europa voor), is zijn pakketje niet echt vernieuwend te noemen en vooral niet echt gebaseerd op eigen kracht en verantwoordelijkheid. Dat geldt ook voor de rest van de suggesties in de jaarrede. De onverholen lof voor de klaagzang van Elzermans Vlaamse collega  Van de Looverbosch (die daarvoor een karikatuur schetst van de werkelijkheid) spreekt boekdelen, net zoals de toewijzing van de schuldvraag aan iedereen buiten de eigen kring.

Waarom heeft de NVJ-voorzitter juist de kans van de jaarrede niet gegrepen om zijn achterban op te roepen om – gestuurd door de NVJ zelf – te komen tot nieuwe oplossingen, die waarlijk gebaseerd zijn op de nog steeds zichtbare kracht van de sector? Waarom wederom in de slachtofferrol, in het defensief en in het gebedel? Waarom niet een krachtige aanzet tot concern-overstijgende journalistieke uitdagingen? Waarom geen haarscherpe analyse van de kansen van deze overgangstijd? En waarom geen kritischere blik op het eigen presteren?

Over dat laatste gesproken: Elzerman begint zijn jaarrede met een voorbeeld dat in zijn ogen bewijst hoe schadelijk het is voor de maatschappij als we verder afglijden naar een speelveld met afhankelijkere en minder kritische journalisten. De poging mondt uit in een pijnlijke blunder.  Als we lezen dat Christian van Thillo een “charismatisch en goed geluimde Vlaming” is, moeten we beseffen dat dat nieuws wel eens gestuurd zou kunnen zijn door de betrokkene zelf, beweert hij. Hij citeert daarvoor uit een artikel van MD Weekly, een gratis online nieuwsaggregator en -samenvatter, en concludeert dat Van Thillo’s Persgroep zelf de bron is van dit positieve berichtje. Niets is minder waar: MD Weekly is (tenzij ik ergens een eigendomslink over het hoofd zie) een door Profnews uitgegeven kennisportal dat nota bene zelf – terecht of niet – nogal hard lijkt te strijden voor zijn auteursrechten. Hoe pijnlijk dat de voorzitter van de journalistenvakbond niet door lijkt te hebben hoe het spel gespeeld wordt en hoe lullig dat hij de bron niet echt gecheckt heeft. En dat terwijl juist zo’n MD Weekly bij uitstek het doelwit zou kunnen zijn voor alle auteursrechtbevechters.

Een tipje dan maar tot slot:  MD Weekly heeft maar liefst 170 van haar “originele” berichten gebaseerd op NVJ-uitgave De Journalist. En claimt op basis daarvan eigen berichtgeving waarop auteursrecht van toepassing zou zijn. De testcase ligt voor de hand: gooi uit die hengel en vang de copyrights in 170-voud.