Lessen van de Downloadcommissie

“Illegaal downloaden moet straks verboden worden”, lazen we gisteren in diverse media. Hmm, hetzelfde zal gelden voor illegaal parkeren, illegaal wonen en illegaal plassen. Zonder in semantiek te willen belanden: alles wat illegaal is, is verboden. Wat trouwens nog niet wil zeggen dat het niet gebeurt. Wat bedoeld werd door de kamercommissie die zich hier een paar maanden mee heeft beziggehouden, is dat de muziek-, film- en gamesindustrie eerst zelf goede betaalsystemen moet regelen, waarna de overheid handhavend zou kunnen gaan optreden. Door niet-betalers te bestraffen.

Over het hoe en waarom woedt inmiddels een behoorlijk debat. Kort samengevat: er zijn nogal wat betrokkenen die niet alleen betwijfelen of zo’n verbod stand houdt maar ook dikke vraagtekens zetten bij de daadwerkelijke vervolgingsmogelijkheden. Daarnaast zijn er experts, zoals entertainmentadvocaat Sander Dikhoff,  die op de morele plicht wijzen om te betalen voor het werk van artiesten. Zijn column vandaag in Sp!ts:

Download

Vooralsnog is “illegaal downloaden” van muziek en filmpjes een contradictio in terminis.

Daar wil de Parlementaire Werkgroep Auteursrecht iets aan doen. De gedachte is als volgt. Zodra er voldoende legale alternatieven zijn, moet er een verbod zijn op onbetaald downloaden (en verdwijnt de thuiskopieheffing).

Ik heb twee stellingen.

1. Het tegenhouden van onbetaalde toegang tot content is ondoenlijk. Irreëel en naïef. Met een ezel achter zich per Concorde verplaatsende feiten aan.

2. Onbetaalde toegang tot content is onwenselijk.

Iemand maakt iets. Jij wilt het hebben. Als die ander het niet gratis aan je wil geven, dan moet je er voor betalen. Vind je de vraagprijs te hoog, dan moet je het niet doen. Niemand verplicht je.

Ik snap overigens best dat iedereen downloadt. Gemakkelijk, anoniem, gratis, geen sancties. Maar het is wel een bewuste keuze. Je kunt er ook voor kiezen om juist die artiest die je blijkbaar de moeite waard vindt wél te honoreren. Ja maar, het meeste gaat naar de platenmaatschappij. Klopt, maar met dat argument in de hand benadeel je en passant toch ook gewoon de artiest. Daar valt niks op af te dingen. Zoals je ook bij niet- doneren aan Unicef helaas niet alleen de strijkstok maar ook de hulpbehoevende raakt.

Ander argument. Downloaden mag gewoon. Klopt, maar ook dat is een gelegenheidsargument. Toen Napster niet meer mocht, ging iedereen naar Kazaa. Dat mocht wel want gegoten in een (juridisch relevant) ander vormpje. O, dus iedereen stapte over uit morele overwegingen? Omdat gebruik van een illegale dienst verwerpelijk is?

Yeah sure. Het zal de meesten een blöde bratwurst zijn of het legaal is of niet. Prima, maar als het je niet boeit of het officieel nou wel of niet mag, dan moet je dat argument ook niet gebruiken. Dan moet je gewoon toegeven dat je het doet omdat het verdomd goed uitkomt, gemakkelijk, anoniem, gratis, geen sancties.

Ach, wat een gezeur allemaal. Je moet zeker met je portemonnee naar een winkel. Dat is zó old school. Where have you been? Digital era. No boundaries!

Of toch wel? Stel, binnenkort hoef je niet meer naar de politie voor je verloren zonnebril. Beter ook want drempelverhogend. Je moet de deur uit en ook nog iemand van vlees en bloed in de ogen kijken. Nee, voortaan stuur je gewoon een mailtje naar je verzekeraar met een cc-tje aan de politie. Half minuutje. En geen hond die ziet of je die Ray-Ban nog op je snufferd hebt. Snel ook dat andere brilletje bestellen. Al met al een paar muisklikken. Waarom niet? Gemakkelijk, anoniem, gratis, geen sancties.

Dikhoff heeft zich verdiept in auteursrecht voor de entertainmentindustrie, zoals de muziekbranche. Hopelijk kan hij op basis daarvan ook zeggen of er parallellen te trekken zijn tussen de muziek en journalistiek werk. Want de strijd die uitgevers voeren tegen partijen waarvan zij vinden dat ze op onacceptabele wijze journalistiek werk doorkopiëren, lijkt wel heel veel op de auteursrechtuitdagingen in de muziek-, games- en filmwereld.

Vrijwel alles wat journalistiek Nederland produceert, is inmiddels gratis online beschikbaar. En daar dus niet alleen in de originele context te lezen, maar tevens relatief gemakkelijk door te kopiëren naar andere platforms. Of op basis van een korte inleiding terug te vinden op Google News. Dat is feitelijk nog heel wat anders dan het downloaden van muziek, maar de parallel tussen de twee praktijken is eveneens duidelijk: er is veel geld gestoken in het maken van creatieve producten en derden gaan er vervolgens mee aan de haal.

Wat als de online-journalistiek het advies van de commissie-auteursrecht opvolgt en haar klanten (de websitebezoekers) eenvoudige betalingsmethodes aanbiedt? Niets meer gratis aanbiedt maar alles slechts tegen betaling? Waarna de overheid de overtreders kan gaan opsporen en laten berechten? Het is precies wat het American Press Institute onlangs adviseerde aan al zijn leden – de kranten.

Het klinkt als een aantrekkelijke oplossing. Maar als aan het realiteitsgehalte ervan voor de muziekindustrie al getwijfeld kan worden, dan zeker voor de journalistiek.