Chris Anderson, Free en de Nieuwsindustrie (3): Piraten

In een serie van zeven artikelen gaat Dodebomen.nl in op Chris Andersons ideeën rondom het Gratis businessmodel. Niet als een recensie van zijn boek, maar om uit te vinden of de nieuwsindustrie er nog wat van zou kunnen leren. In deze tweede aflevering een blik op piraterij.

free1In de tijden van kapitein Haak, Jack Sparrow en Pippi Langkous was piraterij nog iets romantisch, maar voor de wet is het niets minder dan een zwaar vergrijp. Toch, in “Free” geeft Chris Anderson aan dat er ook een “piratenparadox” is. Piraterij kan zelfs de slachtoffers ervan helpen, zegt Anderson. Misschien niet in de gevaarlijke wereld van gekaapte schepen voor de kust van Somalië, maar wel in die van de merkenkopieerders en internetdieven. Anderson licht zijn paradox toe met een verwijzing naar de namaakproducten van Chanel en Gucci. Aan de ene kant vervangen ze het echte product, maar tegelijkertijd stimuleren ze ook de marketing ervan. Daarnaast kunnen illegale kopieën een exclusief luxe-item veranderen in een massaproduct en op die manier ruimte maken voor nieuwe luxe-artikelen. Anders gezegd: Gucci kan nieuwe tassen ontwerpen en verkopen, mede dankzij het feit dat de doelgroep ervan baalt dat hun oude exclusieve producten ineens heel goedkoop – en daarmee populair – zijn geworden.

Volgens Anderson controleren piraten zo’n 95% van de muziekconsumptie in China en waarschijnlijk een vergelijkbaar percentage van de luxegoederen. China heeft een enorme, niet verborgen, kopieerindustrie. In dat land wordt het, aldus Anderson, als een teken van eerbied gezien wanneer iemands werk gekopieerd wordt, terwijl dat gedrag bij ons het stempel plagiaat of misdaad krijgt. En simpelweg leidt tot boetes of zelfs gevangenisstraf. Anderson is ervan overtuigd dat de Chinezen aan de winnende hand zijn en dat de situatie die ze daar kennen binnenkort over de hele wereld zichtbaar zal zijn. [sterker nog, toen ik een paar weken terug op Kreta was, waren daar de horloges, riemen en zonnebrillen van alle beroemde merken tussen de 3 en 10 euro te koop, dus Chinese praktijken lijken Europa nu al te zijn binnengedrongen.]

Anderson lijkt het niet eens erg te vinden. In een poging zo ver mogelijk weg te blijven van de vraag of piraterij goed of slecht is, zegt hij dat het niet meer of minder dan een natuurfenomeen is. Ook in een maatschappij waar de prijzen van veel goederen kunstmatig hoog worden gehouden, alleen vanwege het feit dat intellectueel eigendom beschermd wordt door wetgeving rondom auteursrecht. Het is als de zwaartekracht, zegt Anderson: je kunt er een tijdje tegen vechten (bijvoorbeeld door iets als illegaal te bestempelen) maar het kost veel energie en iedereen weet dat uiteindelijk de zwaartekracht het toch gaat winnen. Hetgeen inhoudt dat alles wat geproduceerd wordt zonder (of tegen geringe) kosten, op de grond terecht zal komen. Waar de prijs nul is. Piraterij stimuleert gratis, zoals zwaartekracht de appel stimuleert om te vallen.

Platenlabels en muzikanten in China hebben dit geaccepteerd en hebben inmiddels een nieuwe rol voor zichzelf gevonden. Uitgevers van nieuwsproducten moeten daar ook naar op zoek. Als ze niet langer de zwaartekracht zouden proberen tegen te houden en zouden accepteren dat hun content, in welke vorm dan ook, op het moment van publiceren weliswaar uniek is maar een paar tellen later volledig “vrij” (iets dat eigenlijk al eeuwen het geval is), zouden ze zich meer kunnen concentreren op de alternatieven om geld binnen te halen. Want die zijn er wel degelijk.

In China hebben de platenlabels hun werkterrein verlegd naar het organiseren van zwaar gesponsorde speciale optredens van hun artiesten en het uitgeven van veel extra (“premium”) materiaal. Daarnaast zijn ze gaan optreden als talentenbureaus voor sterren in wording. Daar liggen ook kansen voor Nederlandse uitgevers. Immers, net als de muzikanten die werken voor de Chinese platenlabels, zijn de journalisten op de redacties van de meeste nieuwsorganisaties getalenteerde mensen die een hoop meer zouden kunnen doen dan wat ze de afgelopen decennia hebben gedaan. Ze kunnen boeken schrijven, aan hun specialisme verbonden weblogs creëren, lezingen en workshops geven, burgerjournalisten begeleiden, gewebcaste vraag- en antwoordsessies met hun publiek doen en soms zelfs als gesponsorde copywriters optreden. Sterker nog, velen van hen doen dit nu al, hoewel de uitgeverij die hen betaalt daar meestal niet veel mee opschiet. Áls deze al op de hoogte is van zo’n activiteit.

In plaats van het voor de rechter slepen van de nieuwsaggregatoren, zouden ze met hen kunnen samenwerken op een manier die beide partijen verder helpt. Dat zal hoe dan ook de bekendheid en roem van hun eigen merk bevorderen. Van daaruit kunnen de euro’s weer makkelijker de goede kant uitrollen, verzekert Anderson. “Roem omzetten in geld is immers niet zo’n kunst”.

Morgen bekijken we Andersons visie op micropayments.

Deze serie verscheen eerder op True/Slant.

Pearls Before Swine