Chris Anderson, Free en de Nieuwsindustrie (6) Pro/Am

In een serie van zeven artikelen gaat Dodebomen.nl in op Chris Andersons ideeën rondom het Gratis businessmodel. Niet als een recensie van zijn boek “Free”, maar om uit te vinden of de nieuwsindustrie er nog wat van zou kunnen leren. In deze vierde aflevering een blik op de verschuivende verschillen tussen professionals en amateurs in de nieuwssector.

De journalistiek heeft zichzelf sinds de jaren vijftig in hoog tempo geprofessionaliseerd. Er kwamen ethische codes, gedegen journalistieke opleidingen en de muur tussen redactie en commercie kreeg ondoordringbare proporties. Journalisten zelf werden langzaamaan een sociale groep met eigen, herkenbare gebruiken en standaarden. En natuurlijk was er nog een belangrijke factor die de journalistieke sector tot een redelijk exclusieve maakte: je moest ofwel een drukpers of uitzendfaciliteit bezitten, ofwel voor iemand voor wie dat gold werken.

free1-202x3003Dat beperkte de journalistiek tot de groep die we de laatste halve eeuw hebben zien schitteren. Deze groep stelde zelf de regels. Pottenkijkers mochten een brief schrijven die bij de gratie gods en zwaar ingekort op pagina 31 van het zaterdagkatern werd gepubliceerd en daar bleef het bij. Het jaarlijkse luisteraars-, lezers- of kijkersonderzoek was er hooguit om te bevestigen dat het nog steeds hartstikke goed ging. Pas als het publiek – bijvoorbeeld na een redesign van het product – massaal afhaakte, werd er wel eens een besluit bijgesteld.

Het gratis model duwt amateurs en professionals echter dichter naar elkaar toe, schrijft Chris Anderson in Free. Wat voorheen strikt gescheiden was, begon daarmee door elkaar te lopen. Belangrijkste reden hiervoor ligt natuurlijk in de bevrijding van de oude pers- en uitzendketenen. Dankzij het wereldwijde web is het niet alleen veel eenvoudiger voor het publiek om zich te mengen in de discussies van de professionals, nee, iedereen is gewoon zijn eigen uitgever geworden. Het resultaat: miljoenen weblogs waarop elke burger kan publiceren wat hij wil, of het nou een slecht geschreven dagboek van zijn huisdier is of de best gedocumenteerde wetenschappelijke encyclopedie die je je maar kunt voorstellen. Sommige daarvan zijn zelfs journalistiek op een manier die lijkt op wat professionele journalisten zouden doen. Sterker nog, sommige (zowel behorend tot de categorie huisdier als de serieuzere) worden gewoon gemaakt door deze ouderwetse professionals.

De oude regels gelden niet meer. Een nieuwe ethische standaard wordt al doende gebouwd, een andere manier van werken is het oude bolwerk binnengedrongen. Gewenst of niet, de mensen die vroeger bekend stonden als het publiek (maar nu een actieve rol hebben opgeëist in het publicatieproces), spelen een belangrijke rol in het opstellen van de nieuwe spelregels. Niet alleen op redactioneel niveau trouwens, maar ook op commercieel. Zo heeft Google Adsense laten zien dat relevantie ook een commerciële kant heeft. Als we een artikel over voetbal lezen, kijkt niemand meer raar op als daar direct naast een advertentie staat waarin Adidas of Nike zijn laatste model voetbalschoen aanprijst. We vinden het logisch en misschien zelfs wel prettig.

Voor de meeste krantenredacties is zo’n directe verwevenheid van hun inhoud en reclame nog altijd een lastig verhaal, maar ook hier zie je de panelen verschuiven. Het lijkt er op dat de meeste hoofdredacties – zeker in economisch lastige tijden als de onze – inmiddels wel beseffen dat de oude Chinese Muur tussen redactie en commercie tegenwoordig een luxe is die we ons nauwelijks meer kunnen permitteren. Toegegeven, dat besef levert niet altijd betere resultaten op, maar sommige krantenredacties hebben laten zien het nieuwe spel al aardig te begrijpen, net als hun lezers.

Professionals en amateurs, journalisten en betrokken delen van hun publiek (onder wie vooral de actieve bloggers), ze hebben nog een wereld te winnen als ze elkaar weten te vinden op een nieuw werkniveau. Een goed begin zou zijn om van beide kanten op te houden de “enorme verschillen” te benadrukken en in plaats daarvan het beste van beide werelden te helpen bijeen te krijgen. Het zou kunnen leiden tot wat ik eerder augmented journalism heb genoemd, een concept dat, hopelijk met de  hulp van alle betrokkenen, de komende tijd nog de nodige uitwerking zal krijgen. Daarbij zijn reacties als deze van Erwin Blom, meer dan welkom:

“To me, the most important element of internet is communication. It’s about conversation. Because of that the personalities are important. Their knowledge, their vision. And they must be willing to talk with their audience. They must understand that their audience has knowledge and insights as well. That a writer and his audience together make the story. Plus: that on the internet the proces is the product. Publish while researching, incorporate the feedback. There is no finished product. It’s an ongoing thing. That should be the way of working for journalists on the internet. I think ;-) But to be honest, thanks to the internet I more and more can go to the source. My favourite bloggers are people knowing a lot about a subject, and share their knowledge. Most of them don’t call themselves journalists. And I don’t care. I read people I trust and that add something to my daily life. Some of them are journalists, some aren’t.”

Morgen, in het laatste deel van deze serie, werpen we een blik op “Generatie Gratis”.

Deze serie verscheen eerder op True/Slant.