Journalistiek, een bezigheid van de vorige eeuw

Als Andrew Keen ergens spijt van heeft, dan is het wel dat hij destijds heeft ingestemd met de ondertitel van zijn boek “The Cult of the Amateur”. Hoe internet onze beschaving ondermijnt, heette het toen. “Dat klopt natuurlijk niet”, zegt Keen nu. “Wij zijn het namelijk zelf die onze beschaving, onze zultuur om zeep helpen. Het internet is er slechts ons instrument voor.”

Het boek dat onder de titel “De @-cultuur” in Nederland werd uitgebracht, is polemisch, uitdagend en tegendraads. “Ik werk nu aan een boek met wat meer balans. Werktitel is “The Digital Vertigo” en is een kritiek vanuit cultureel perspectief op wat iedereen de social networking revolution noemt.” Wat uitgebalanceerder dan het eerste boek; heeft Keen dan spijt van het polemische van The Cult of the Amateur? “Nee, helemaal niet. Als ik dat had geschreven op de manier van aan de ene kant dit en aan de andere kant dat, had het nooit de aandacht gekregen die het nu wel heeft. De boodschap is wel overgekomen geloof ik.”

Het is Andrew Keen ten voeten uit. The antichrist of Silicon Valley, staat er niet voor niets op zijn visitekaartje. Hij schopt graag tegen schenen, bijvoorbeeld die van internetguru’s als Jeff Jarvis en Chris Anderson. En doet niet bepaald veel moeite om daarbij sympathiek over te komen. “Anders zou ik ook echt niet met jou praten hoor. Interviews helpen mij mijn boeken te verkopen. Punt.”

Keens centrale boodschap is nog even helder als voorheen: de technologische vooruitgang op mediagebied heeft ons een hoop gebracht, maar het is te makkelijk om daar alleen maar over te gaan juichen, zoals volgens hem te veel collega’s doen. “Voor creatieven als filmmakers en schrijvers is het heel moeilijk geworden om te overleven. We leven in een kopieermaatschappij. De voortschrijdende technologie maakt het lastiger en lastiger om intellectueel eigendom te beschermen. Ik ben daar helememaal niet blij mee, maar tegelijk moeten we het accepteren als een realiteit van het leven.”

De overvloed aan gekopieerde content (films, foto’s, teksten en andere creatieve producten) en de versnippering van aandacht die mede daardoor ontstaat, hebben volgens Keen echter ook een positief bij-effect. “Je ziet dat de waarde van het fysieke origineel weer toeneemt. Kijk naar mijzelf: hoe meer ik blog, hoe vaker ik twitter, des te groter mijn waarde wordt en des te meer ik kan vragen voor een speech of ander optreden.”

Ook voor journalisten zou zo iets kunnen opgaan, denkt Keen. “Tenminste, voor het beperkte deel dat weet om te gaan met de nieuwe situatie. Een slimme journalist kan zijn dagelijkse werk gratis weg geven, maar verdient zijn geld met boeken en lezingen.” Verder is de journalistiek zoals we hem jarenlang gekend hebben trouwens zo dood als een pier, luidt Keens meedogenloze oordeel. “Journalistiek? Pretty much finished, het is iets van de vorige eeuw. Journalisten zijn totaal zonder energie, kranten zijn de weg kwijt, er is geen interesse meer bij het publiek. Over en uit.”

Iets genuanceerder: het grootste deel van de journalistiek is gesneuveld in diezelfde realiteit van onze kopieermaatschappij als waar andere creatieven zo’n last van hebben. Wat resteert is volgens Keen klaar voor de slacht, hoe zeer dit ook door de uitgevers en hoofdredacteuren wordt tegengesproken. “Tenzij zij leren gebruik te maken van de nieuwe wetten van het internet. Er valt echt geen rechtstreeks geld te verdienen met internet. Maar je kunt het wel gebruiken om langs andere wegen inkomsten te genereren. Denk je dat ik het leuk vind om gratis te bloggen? Helemaal niet! Maar het is heus geen liefdadigheid hoor. Het bijhouden van een weblog stelt mij in staat om andere inkomstenbronnen op gang te krijgen. Dat zouden anderen ook kunnen doen.”

Keen is een fanatiek twitteraar, maar ook dat platform gebruikt hij slechts als middel. “Ik ben ook daar puur voor mezelf bezig. Twitter is voor mij geen conversatie, ik zend alleen maar.” Wederom ter vergroting van de eigen roem. Dat wil trouwens niet zeggen dat twitter voor Keen verder nutteloos is. “Het meeste wat je daar ziet is natuurlijk complete onzin. Maar tegelijk heb je door twitter ook toegang tot heel veel informatie. Waar we alleen nog niet in geslaagd zijn is die enorme stroom berichten op een of andere manier inzichtelijk te maken en goed op een rijtje te zetten. Vroeger waren er kranten om de lawine aan informatie netjes voor ons te ordenen. Nu hebben we daar nieuwe methoden, met nieuwe bedrijfsmodellen voor nodig.”

Zou Google met haar nieuwe toepassing Wave zo’n stap kunnen zetten? “Niet direct”, denk Keen. “Maar wat je wel zult zien is dat Wave een mooie opvolger voor de mail kan worden. Want e-mail was mooi, maar al weer bijna archaïsch. Er zal iets moeten komen dat de functies van mail, skype en twitter weet te combineren. Houd er trouwens maar rekening mee dat alle communicatie openbaar gaat worden. Dat is mooi, want mede daardoor kan de reputatie van de degenen die dat goed doen weer toenemen. En daarmee hun waarde.”

Andrew Keen is op 18 september in Tilburg voor een lezing in het Incubate-programma. Er zijn nog kaarten voor verkrijgbaar.