Subsidie of Relevantie?

De meest in het oog springende opmerking tijdens het VVOJ-debat van gisteravond kwam uit het publiek. Nadat Kees Pijnappels (De Gelderlander) en Henk Blanken (Dagblad van het Noorden) hadden aangegeven niet vies te zijn van wat subsidie voor hun krant, stelde iemand de terechte vraag hoe ze dan dachten met dat extra geld nieuwe abonnees te krijgen. Ofwel: Krijgt de krant met een bak subsidie ook haar relevantie terug?

Het antwoord is niet zo ingewikkeld: natuurlijk niet. Ja, een zak geld kan helpen om extra redacteuren in de regio aan te stellen (optie Pijnappels), of om onderzoeksjournalistiek te verstevigen (optie Blanken), maar de vraag is of dat hun positie wezenlijk verandert én of die kranten dat niet nu ook al kunnen. Bijvoorbeeld door andere zaken te laten vervallen. Of door niet meer per se 5 regiopagina’s per dag te vullen met eigen werk, maar daarvoor ook het aanbod van lokale bloggers en twitteraars te gebruiken.

Makkelijk is dat allemaal niet, benadrukten Blanken en Pijnappels na afloop. Dat klopt. Maar wie niet nu al gaat beginnen met de herijking van de eigen rol – en met de omvorming van klassieke journalisten die uitsluitend als zenders optreden tot facilitatoren van de conversatie in een lokale gemeenschap – die loopt straks onherroepelijk tegen de betonnen muur aan. Precies de situatie die zo mooi werd omschreven door die ene vragenstelster van gisteren: je kunt nóg zo veel geld krijgen van de overheid, maar als je je eigen relevantie niet weet te verhogen, dan doe je er simpelweg niet meer toe.