Frank Volmer: Beleid Plasterk Ondergraaft Samenleving

Frank Volmer, directielid van Telegraaf Media Nederland, heeft zware kritiek op het mediabeleid van minister Ronald Plasterk. De voorman van Nederlands grootste mediabedrijf zegt dat het “uiteindelijk het functioneren van een gezonde samenleving ondergraaft”. Volmer uit zijn kritiek in een open brief in Sp!ts, op de dag van het algemeen overleg in de tweede kamer over de toekomst van de media. Deze brief wordt gelijktijdig ook op De Nieuwe Reporter en Dode Bomen geplaatst.

Door Frank Volmer

Minister Plasterk suggereert dat hij de pers tegemoet komt maar draait vervolgens vakkundig commerciële media de nek om met vertraging en slecht beleid. Het beleid van de minister loopt structureel 20 jaar achter. De Minister blijft denken in kranten, radio, tv, internet en mobiel en laat niet merken iets te begrijpen van de samenhang en de wijze waarop de mediaconsumptie van het publiek zich ontwikkelt.

De problematiek gaat niet over kranten of de pers. Het gaat om journalistiek en de behoefte van mensen aan informatie, nieuws, opinie, duiding en achtergronden. En die behoefte zal ook in de toekomst op verschillende manieren worden bevredigd. De bedrijven die dat nu doen met verschillende merken zullen met het gedrag van het publiek moeten meebewegen.

Er komt ooit een tijd dat kranten zoals we ze nu kennen niet meer bestaan. Er zijn al regionale kranten verdwenen. En dat is in beginsel niet erg. Als uitgevers de behoefte bij het publiek aan wat ze werkelijk doen, maar kunnen blijven invullen. Dat zal niet lukken als de Publieke Omroep, gefinancierd vanuit belastinggeld, met een alsmaar groeiend aanbod van websites, digitale themakanalen en mobiele applicaties, waarop door de Ster ook nog overal advertenties worden verkocht, ongebreideld blijft concurreren. Mensen kunnen een minuut tijd immers maar één keer besteden, net als adverteerders hun euro’s.

Verdienmodellen voor internetsites, iPhone-applicaties en themakanalen zijn allen fragiel. Ondertussen lanceren de omroepen de ene website na de ander. Joop.nl moet gaan concurreren met bestaande of geplande progressieve weblogs, met onjo.nl heeft de publieke omroep een platform voor onderzoeksjournalistiek. Het zijn maar twee voorbeelden van het groeiend aantal initiatieven die worden gefinancierd uit het miljard dat Plasterk er voor uittrekt. En hij weigert vooraf een impactanalyse te laten doen naar het effect van al deze initiatieven.

NPO-directeur Hagoort wil “de noodlijdende kranten graag tegemoet komen”. Mooi. We willen graag de technologie en het materiaal van de NPO gebruiken op onze sites. Dat is per slot van rekening al betaald uit belastingen. Het antwoord van Hagoort is dat we het materiaal onversneden mogen gebruiken mits er sterreclame omheen verkocht mag worden. Maar hoe had hij dan gedacht dat wij daar aan kunnen verdienen?

De publieke omroep zegt nu eindelijk de programmagegevens per week te willen leveren tegen redelijke voorwaarden. Nu betalen de kranten samen al circa 250.000 euro per jaar voor de gegevens op 24-uurs basis. Eenmaal per week leveren moet voordeliger zijn dan dagelijks, dus onder dat bedrag zullen we moeten uitkomen. Of zou de prijs moeten samenhangen met een geprognosticeerd verlies op inkomsten bij de bestaande programmabladen? Als dat laatste het geval is dan zouden uitgevers moeten betalen voor het jarenlang voortduren van een misstand.

Waarom gaat hij niet terug naar de basis? Waarom wordt niet eerst de vraag gesteld wat precies de functies zijn van een publieke omroep? Ooit is zij ontstaan om de schaarste in de ether te regulieren. Van die schaarste is steeds minder sprake. Daar hoort een overheid op te anticiperen door vooraf vast te stellen of belang van een initiatief van de PO opweegt tegen de schade die in de private markt ontstaat. In vrijwel alle andere sectoren zien we een overheid die een stapje terug doet maar als het gaat om de media zien we dat de overheid steeds minder ruimte laat voor commercieel initiatief. Uiteindelijk leidt dat tot een vermindering van privaat gefinancierde journalistiek en daarmee tot minder controle op de publieke en private macht. En het klinkt zwaar, maar dat ondergraaft uiteindelijk het functioneren van een gezonde samenleving.