Conversatie als Basis van Nieuwe Journalistiek

53043590(Dit stuk verscheen vandaag in Trouw)

Het Nederlandse krantenlandschap is vol afwisseling en kwaliteit. Betaald en gratis, links en rechts, gespecialiseerd en algemeen, scherp of genuanceerd. Er is keuze te over en de dagelijkse journalistieke hoogstandjes mogen er zijn.

Natuurlijk, soms gaat er wel eens wat fout en een enkele keer sneuvelt zelfs een editie of een titel. Maar dat is van alle tijden, net als de liefde en haat van de achterban, de abonnees. Tegen die achtergrond is de vraag of de papieren krant nog toekomst heeft, een vreemde. Maar schijn bedriegt. Een combinatie van technische innovaties (waar vooral de nieuwkomers van profiteerden), zwalkende concerns, veranderende voorkeuren van een jonge generatie en een zware economische crisis hebben ervoor gezorgd dat achter de prachtige façade het krantenhuis op instorten staat.

Sterker nog. Het is dat de krant, zeker voor een oudere generatie, zo diep in het leefpatroon zit ingebakken, want anders was het al lang voorbij geweest. Noch voor het laatste nieuws, noch voor de duiding ervan, noch voor de bredere geestelijke verrijking, noch voor de sociale binding is een dure krant nog echt nodig.

Sinds Schumpeter weten we dat creatieve vernietiging onderdeel is van een technologisch en economisch proces. De krantensector zit er middenin. Het heeft dan ook geen zin oude technieken (drukken op papier, verspreiden met vrachtwagens) met structurele subsidies kunstmatig in leven te houden, want ze worden uiteindelijk toch vernietigd door voortdurende innovaties.

Wel is het slim om vernieuwing een steuntje in de rug te geven. En dus zouden de 60 Plasterkjournalisten niet naar printmedia moeten gaan maar vooral naar kansrijke nieuwe online initiatieven. Juist dáár is immers nog een wereld te winnen op journalistiek terrein – en juist daar moeten we het in de toekomst van hebben.

Het zijn heftige tijden. Klassieke journalistieke bolwerken van de krantenuitgevers zien zichzelf in de knel tussen een krimpende (maar nog lucratieve) oude markt en de groeiende (maar qua omzet veel onzekerdere) nieuwe ontwikkelingen. Je kunt het ze bijna niet kwalijk nemen, maar in zo’n omgeving lijkt innovatie haast onmogelijk. En dus zal die vooral van nieuwe partijen, merken, activiteiten gaan komen.

Het goede nieuws is dat de journalistiek van deze “Schumpeteriaanse” omslag niet slechter hoeft te worden. Er komen open netwerken waar journalistieke informatie door eenlingen en organisaties wordt gedeeld en verrijkt. Via blogs, open docs, microblogs, wiki’s, noem maar op. Wat nu nog als overdrijving geldt (”als het belangrijk genoeg is, komt het nieuws wel naar mij toe”) is straks de regel: voor ieder die dat wil is op elk moment precies die informatie beschikbaar die bij hem past.

De tijd dat elke krant een totaalpakket leverde is binnenkort voorbij. Ontbundeling en gedeeltelijke herbundeling komen eraan. Thematisch, geografisch, of qua vorm, op alle mogelijke manieren ontstaan brokstukken die nooit “af” zijn zoals ze dat vroeger waren, altijd in ontwikkeling en daarmee hyperactueel. De journalistieke arbeid die eraan ten grondslag ligt is gebaseerd op de transparante kennis en vaardigheden van velen; consumenten en producenten zijn in elkaar verenigd en controleren elkaar tot op het bot.

Ja, het zal een chaos zijn, zeker voor de generatie die gewend was aan de orde van haar vertrouwde dagblad. Maar we gaan er onze weg weer in vinden. Dankzij een Google-achtige applicaties en dankzij sterke journalistieke ankers, de professionals die erin slagen uit hun journalistieke ivoren toren te stappen en samen met de “amateurs” aan de slag te gaan in het gedemocratiseerde speelveld.

Klassieke nieuwsorganisaties die inzien dat hun toegevoegde waarde is afgenomen, zullen zich in eerste instantie misschien slachtoffers voelen van de internettijd. Maar vervolgens ontstaat het inzicht dat er nieuwe waarde gecreëerd moet worden om bestaansrecht te houden. De hoogte van die waarde ligt in de mate waarin journalisten erin slagen de nieuwe sociale patronen van hun publiek in lijn te brengen met de communicatiebehoeften van partijen die daarop willen meeliften. Dat betekent dat een goede journalist zich nog steeds kan onderscheiden (en daarmee zijn individuele waarde kan bepalen) door het creëren van unieke en relevante brokken informatie, alleen zal hij zich veel meer rekenschap moet geven van de plek die hij daarbij wil innemen in de hele keten die het sociale speelveld bepaalt.

De krant als dagelijks eindproduct heeft zijn langste tijd gehad; de conversatie – waarbij de journalist een slimme positie tussen ontelbare zenders en ontvangers heeft ingenomen – is de kern van het nieuwe businessmodel.