Bloggers vs "Echte Journalisten": het oneindige debat

Het was weer eens zo ver: afgelopen week laaide de discussie over de verschillen tussen journalisten en bloggers weer eens op. De aanleiding vormde een polemiserend stuk van NOS-ombudsman Guikje Roethof op Villamedia. Ze schrijft daarin onder meer:

“Blogs worden grotendeels gemaakt door mensen die zich niet gebonden achten aan uitgangspunten van de professionele journalistiek zoals het verifiëren van de betrouwbaarheid van het nieuws en het toepassen van hoor en wederhoor. Bloggers publiceren voordat ze weten hoe het echt in elkaar steekt en ze maken zich vaak niet bekend. Waar journalisten met open vizier werken, schenden de meeste bloggers de vertrouwelijkheid van hun naaste omgeving.”

Flagrant onwaar.  Minstens zo verbijsterend zijn Roethofs ideeën voor de oplossing van de krantencrisis. Ze stelt daarbij dat het vooropstellen van rendementseisen nadelig werkt en dat juist daarom de overgebleven echte journalisten hun rol maar eens moeten gaan opeisen bij de ontwikkeling van de toekomst van krantenland.

“De journalist gaat kortom gebukt onder een te hoge werkdruk en de oneerlijke concurrentie van de blogger die zichzelf minder zware eisen oplegt. (…) Het probleem is dat degelijk, journalistiek onderzoek via internet zo gemakkelijk verspreid en gekopieerd kan worden dat niemand er voor wil betalen. Alle bedrijfseconomische oplossingen voor dit probleem leiden tot een verdere verschraling en kwaliteitsvermindering. Wie rendementseisen voorop stelt, merkt al snel dat nieuwssites die domweg andere sites overschrijven veel lucratiever zijn dan websites waarop echte journalistiek wordt bedreven. Daarom moeten niet de managers, maar de journalisten de krant van de toekomst ontwerpen.”

Hoezo oneerlijke concurrentie van bloggers? Juist dankzij deze bloggers is het mediaspeelveld (ook in journalistieke zin) de laatste jaren enorm verrijkt. Wie suggereert dat dit een slechte zaak zou zijn, heeft zowel de principes van de vrijheid van meningsuiting als die van een zo goed mogelijke informatievoorziening voor de burger niet begrepen. En wie vervolgens de uitgevers ervan beschuldigt dat ze met hun rendementseisen de journalistiek de nek om draaien, versluiert niet alleen het echte probleem, maar appelleert ook nog eens aan een schijnoplossing.

CodeHet goede nieuws is dat Roethofs stuk ongewild het bewijs uitlokte dat we vooralsnog weinig te klagen hebben over de rol van bloggers in ons veranderende mediaspeelveld. De tientallen scherpe en relevante reacties onder haar stuk, vooral afkomstig van de bloggerswereld zelf natuurlijk, zetten immers één voor één aan tot verder denken. Het is niet voor het eerst dat de discussie opspeelt en mede daarom is het extra verheugend om te zien hoe “fris” deze reacties zijn en hoezeer ze elkaar inhoudelijk aanvullen. Ieder kiest, vanuit eigen perspectief of expertise, een originele insteek in het debat. Hetgeen op zich al een aanwijzing is voor de toegevoegde waarde van al deze bloggers. Dat sommigen van hen de argumentatie op hun eigen blogs nog een vervolg gaven, maakt het allemaal nog interessanter. We leven in een ongekend rijke, pluriforme en voor iedereen toegankelijke mediatijd.

Hoezeer Roethof met haar oproep om de journalisten een grotere rol te geven in de ontwikkeling van de nieuwe krant dan ook probeert aan te sluiten bij een (latente) wens op veel krantenredacties, ik ben voorlopig vooral blij met het prachtige, elke dag verder groeiende aanbod van klassebloggers. Van wie sommigen zich nog journalist noemen ook.