Drogredenen tegen crossmediale verandering (5)

Op 30 juni verschijnt het Handboek Crossmediale Journalistiek en Redactie, van Alexander Pleijter en Arjan Dasselaar.  Als voorpublicatie op dodebomen alvast een aantal in het boek besproken drogredenen tegen crossmediale verandering. Naar aanleiding van het uitkomen van is er op 30 juni een debat in het Amsterdamse restaurant Dauphine. Thema van het debat: Helpt de oude journalist zijn vak om zeep?

‘Hier heeft partner Z ook voordeel bij.’

Omdat u getrouwd bent, wordt niet alleen u daar minder eenzaam van, maar ook uw partner. En dat kunnen we niet hebben natuurlijk!

Waanzin? Nou, zo ongeveer luidt deze eigenaardige doch frequent terugkerende drogreden die vaak opduikt als u een samenwerking met een ander bedrijf voorstelt. Deze drogreden geeft vooral blijk van de onzekerheid van de persoon die hem uitspreekt. Een emotioneel argument dus, maar juist daarom gevaarlijk.

Deze drogreden is een vorm van cognitieve dissonantiereductie: de medewerker die hem gebruikt, is bang dat het eigen bedrijf onvoldoende bij een samenwerking heeft in te brengen om de aandacht van de tegenpartij waard te zijn. Aangezien het makkelijker is om een vijandbeeld van een ander te scheppen dan de eigen onzekerheid te onderkennen, vluchten medewerkers in deze drogreden. Een ander iets verwijten is makkelijker dan toegeven dat je voor een bedrijf werkt waarover je niet zeker bent (want wat zegt het eigenlijk over die medewerker dat deze voor zo’n ballentent wil werken?).

Het goede nieuws is dat deze drogreden prima uit de wereld te helpen is door de onderliggende oorzaak aan te pakken. Overtuig deze medewerker van de haalbaarheid van uw plannen en de kwaliteit die intern aanwezig is om de nieuwe onderneming tot een succes te maken. Benadruk dat u hiervoor de capaciteiten van de bezwaarmakende medewerker hard nodig zijn! Bent u echt doortrapt, dan kunt u (bij hardnekkige gevallen) de boel zelfs proberen om te draaien: door tegen het sluiten van slimme bondgenootschappen te zijn, draagt de betreffende medewerker zelf bij aan het verminderen van de overlevingskansen van diens werkgever. En wie wil daar nou verantwoordelijk voor zijn?