Google eet geen omelet

Philipp Schindler is Google’s vice president voor noord en centraal Europa. Hij kwam vandaag – inderhaast ingevlogen vanuit een bedrijfsmeeting in Dublin – niet naar Hamburg om een groots en meeslepend, laat staan verrassend verhaal te houden. Het waren vooral de bekende stokpaardjes die de revue passeerden, te beginnen met het mantra “We do no evil“.

Philipp_SchindlerToch had Schindler voor de zaal met overwegend oude, printgeoriënteerde mediamensen, wel een paar prikkelende stellingen, met name gericht aan de mensen Google verwijten dat het hun boterham afpakt. Zoals met de aggregatiedienst Google News. “Is het niet zo dat de krantenuitgevers de eieren produceren, maar dat Google de omelet opeet”, wilde iemand weten.

Nee, zei Schindler, vast niet voor de eerste keer. “Dat is gebaseerd op een verkeerd begrip van de situatie.”

I do not believe at all we are eating your omelette in any way. Google sends four billion people a month to our partners. This is of significant value. We’re paying out 1.7 billion dollars a quarter to our partners.

For years Google has had a close relationship with publishers and we then later we went on to buy companies to develop products to help publishers monetise better. We helped support them through a transition process. This process was not triggered or really accelerated by Google. There is a fundamental misunderstanding that what we are seeing today was caused by Google. It was a consumer trend.

Part of the challenge is coming from technology and this is also being faced by Google, sometimes people think we are immune to it but they are wrong. The path for us is that we should play the role of a technology partner, we should support the newspaper industry in developing platforms that help them to be successful based on those technology and consumer trends we are seeing.

(citaat overgenomen van journalism.co.uk)

Google heeft het beste voor met de uitgevers, er gaat geen gelegenheid voorbij zonder dat dat benadrukt wordt. Maar heeft Google zelf dan geen concurrenten, wilde iemand uit de zaal nog weten. Facebook? Apple? Schindler, na enig nadenken: “de enige concurrent voor ons is de eerstvolgende startup. Misschien. Anders gezegd: wij zitten nu niemand in de weg en niemand zit ons in de weg. ”

Google, volgens Schindler momenteel een “mobile-first-company“, volgt de online trends zeer scherp. Naast mobiel zitten die volgens Schindler vooral in connectivity, het altijd gelinkt zijn aan het web en aan elkaar, in datajournalistiek en in “rijkere” media. Als voorbeeld daarvan gebruikte Schindler niet alleen het succes van YouTube, maar ook de game-industrie, die wat hem betreft de standaard heeft gezegd. Dat maar drie mensen in de zaal hun hand opstaken op zijn vraag wie er wel eens World of Warcraft speelde, noemde hij verontrustend.

Eén trend hield hij voor het laatst in zijn achterzak. Als uitsmijter en om nogmaals te benadrukken dat Google een betere wereld voor iedereen voor ogen heeft. “Ik weet niet wanneer het allemaal perfect zal werken, maar we staan aan de vooravond van een revolutie op het gebied van taal. Stel je een wereld voor waarin iemand uit Duitsland belt met iemand uit Japan en ze kunnen gewoon in hun eigen taal met elkaar spreken. De techniek zorgt ervoor dat in real time alles wordt vertaald in de taal van je gesprekspartner. We zijn heel dicht bij dit soort oplossingen en ze gaan ervoor zorgen dat de wereld open ligt voor iedereen. Een lokale niche markt wordt in één klap een wereldtoneel. Het klinkt misschien nog ver weg, maar mis deze trend niet!”