Holy Shit! Het web heeft de toekomst!

Jay Rosen in New York. Foto Gaston Roitberg
Jay Rosen in New York. Foto Gaston Roitberg

Ergens tussen december 2004 en de zomer daarna is het fout gegaan. Tot dat moment gebruikten dagbladen het web simpelweg als een herdruk van hun krant. Maar toen ineens zagen ze het licht. Of althans, dat dachten ze.

Voor Jay Rosen (zie ook de post van gisteren) is dat moment heel belangrijk geweest voor de ellende die veel kranten in de jaren daarna doormaakten. “Het was alsof in dat half jaar de ene na de andere hoofdredacteur het ineens door had: holy shit, het web heeft de toekomst! Ze zagen wel dat ze daar totaal niet op voorbereid waren, maar desondanks wilden ze het moment pakken, allemaal.”

En dat betekende dat ze bij hun uitgever of directeur moesten aankloppen, want dat waren tot dat moment in de meeste gevallen de mensen die de baas waren over het online deel van de business. Rosen: “En blijkbaar waren die uitgevers ook niet de slimste lui, want ze stonden het nog toe ook. Wetende dat redactioneel vrijwel niemand kaas had gegeten van het internet, droegen ze de verantwoordelijkheid over. Vrijwillig.”

Op die manier kwam het internet terecht op een afdeling die, volgens Rosen, “geen idee had wat er moest of kon gebeuren, niet de juiste mensen had om het aan te sturen of uit te voeren en evenmin in staat was om de juiste talenten voor die klus van buiten aan te trekken. Want ja, die mensen zagen dat ze daar niet gelukkkig van zouden worden en weken uit naar clubs als Yahoo.”