Jay Rosen: Lastige stap van productieroutine naar innovatie

“Niemand wil een melkkoe zijn. Niemand zal toegeven er een te zijn. Het is deprimerend om een melkkoe te zijn. Maar elke buitenstaander ziet dat ze er gewoon een zijn. Dat ze zichzelf voor de gek houden.”

Jay Rosen, docent journalistiek aan de New York University, heeft het over kranten. Maar vooral over de organisaties die er achter zitten. “Met mensen die het gevoel hebben met belangrijk maatschappelijk werk bezig zijn maar in feite slechts de dagelijkse productieroutine volgen.” Dat merk je vooral, zegt Rosen, nu die oude vertrouwde routine totaal overhoop is gehaald. “Dankzij digitale media is dat een anachronisme geworden. Je hoeft niet om zes uur ‘s avonds een verhaal af te hebben zodat het 12 uur later gedrukt en wel op de deurmat kan liggen. En dus worden de mensen die blijven vasthouden aan die routines een blok aan het been voor vernieuwing. Ze zijn reactionair, hebben een achterhaalde cultuur. Ze moeten weg!”

Het gevaar van dit soort mensen in je organisatie kun je nauwelijks overdrijven, zegt Rosen. “En ze zitten overal. Niet zo gek ook, in een sector waarin je beloond werd voor de mate waarin je er in slaagde niets te veranderen. Dat kweekt vanzelf een management zonder ondernemingszin, zonder eigen initiatief.”

Lachwekkend noemt Rosen het, hoe vertegenwoordigers van de oude cultuur digitale media “gewoon een nieuw distributiekanaal” noemen. “Onzin en een miskenning van de enorme kracht van het internet. Er heeft een revolutie in uitgeven plaatsgevonden en het meest vernieuwende dat deze mensen kunnen bedenken is een nieuw katern over eten en drinken.”

Zijn de oude mediaconcerns daarmee allemaal meteen ten dode opgeschreven? “Nee, dat is een te snelle conclusie”, zegt Rosen. “Een merk als the New York Times heeft een goede kans om te overleven. Niet alleen omdat ze sinds kort duidelijke signalen afgeven waaruit blijkt dat ze zichzelf proberen opnieuw uit te vinden, maar ook omdat ze groot genoeg zijn om de risico’s voor vernieuwing te spreiden. Ze zullen kleiner worden en de krant zal niet meer dan een bijproduct zijn. Maar ze hebben kans.”

Over middelgrote krantenbedrijven, zoals eigenlijk alle regionale en lokale spelers, is Rosen pessimistischer. “Die gaan het niet redden, tenzij ze een heel duidelijke niche weten te bedienen. Liefst met een fanatieke, duidelijk herkenbare community.”

Rosen benadrukt echter dat bekende verdienmodellen niet de enige levenslijn vormen. “Denk aan door de overheid gesteunde nieuwsorganisaties zonder winstoogmerk. Zou prima kunnen werken. Of iets heel anders, een route die juist uitgaat van private journalistiek, zoals dat in de zeventiende eeuw in Nederland ook ging. Eén betalende opdrachtgever voor wie je exclusief werkt. Zie ik ook nog wel gebeuren.”

Rosen is sinds eind jaren ’80 werkzaam als docent en onderzoeker in de journalistiek. Hij heeft in die tijd ontelbare studenten getraind. Aan het bijscholen van ervaren collega’s heeft hij zich echter nooit gewaagd. “Dat is totaal zinloos. Maar eerlijk gezegd hebben ze me ook nooit gevraagd.”

Conclusie: de verandering van binnenuit is voor veel mediaconcerns een onhaalbare. “En dus resteert de status van melkkoe. Met websites waarvan de inhoud verstopt is achter oude vertrouwde betaalmuren.” Wie zich aangesproken voelt, mag zich melden aan de universiteit van New York.

Meer Jay Rosen op dodebomen:

Twijfel over verdienmodel

Holy Shit! Het web heeft toekomst!

Crisis in de pers, oorzaken en oplossingen