Dichtbij: Journalistiek of niet? En: so what?

Het weblog van Fontys-student Youssef Zerrouk bracht deze week een interessant artikel over dichtbij. Centrale vraag: is dichtbij journalistiek verantwoord? Zijn antwoord: nee.

Even los van de relevantie van die vraag (en daarmee van het antwoord) voor het grote publiek, viel er volgens mij nogal wat af te dingen op Zerrouks stellingen. Zeker omdat de auteur mij niet even vooraf om nadere informatie had gevraagd, heb ik dat maar even op zerrouk.nl gedaan. Hieronder een samenvatting. In de blockquotes telkens Zerrouk, daaronder mijn antwoord.

De website dichtbij.nl is een medium dat steeds groter aan het worden is. De website richt zich op specifieke gemeenten en de regio daar omheen. Steeds meer plaatsen in Nederland hebben een pagina op deze website. De site is een onderdeel van de Telegraaf Media Groep en bestaat sinds augustus 2010.

De Telegraaf staat bekend om het snelle en sensationele nieuws dat ze brengen. Op dichtbij.nl is die tendens ook duidelijk te merken. Het zijn vaak korte berichten die op een vlotte en leesbare manier zijn geschreven. Dat is natuurlijk perfect voor een medium op internet. Er worden berichten geplaatst over lokale ondernemers, politiewerkzaamheden, de regio en sport. De pagina’s zien er goed en overzichtelijk uit. Lezers die geïnteresseerd zijn in hun regio vinden hier snel en makkelijk de laatste nieuwtjes. De site heeft dus absoluut nieuwswaarde maar of het journalistiek is, durf ik te betwijfelen.

Toch wat toelichting: dichtbij probeert lokale relevantie te brengen voor mensen die betrokken zijn bij hun directe omgeving. Als journalist zeg ik: het maakt mij helemaal niks uit of je dat journalistiek wilt noemen of niet. Mij gaat het er om dat het relevant is voor de gebruiker (die bij ons inderdaad meer is dan alleen consument).

De taak van de journalist(iek) is door de komst van internet gigantisch veranderd. Journalisten kunnen de illusie loslaten dat ze het alleenrecht hebben over informatiebezit en -overdracht. Dat alleenrecht hadden ze in feite nooit, maar ze (we) claimden het wel. Nu weten we beter. De kennis zit niet in de journalistieke burchten, maar vooral daarbuiten. Een journalist is wel nog nodig om die informatie te activeren en vervolgens te filteren op relevantie voor de doelgroep. Omdat dat betekent dat zijn rol en taken nogal veranderen, hebben wij ervoor gekozen die journalist voortaan communitymanager te noemen.

Ik ben van mening dat als je klakkeloos sms-alerts van een twaalfjarig vermist meisje gaat overnemen op de website, je dan niet van journalistiek kunt spreken. Het is in mijn ogen een kwestie van knip en plakwerk. Vervolgens wordt in datzelfde bericht geschreven dat de politie contact heeft gehad met het vermiste meisje, maar niet wist waar ze was. Dat roept bij mij heel wat vragen op en is op zijn minst een tegenstrijdigheid. Waarom heeft de politie er niet alles aan gedaan om het meisje te vinden? Het lijkt me als journalist zijnde uitermate belangrijk om er dan achter te komen hoe de vork in de steel zit. Een gemiddelde lezer zal hierbij op zijn minst zijn wenkbrauwen optrekken.

Het is gevaarlijk een oordeel te vellen op basis van één bericht over een sms-alert. Niet alleen omdat je waarschijnlijk niet alle berichten op dichtbij hebt gezien, maar ook omdat dit voorbeeldbericht in soortgelijke vormen ook verschenen is op allerlei andere platforms, of deze nu journalistiek te noemen zijn of niet. Ja, ook “oude media”. Het verschil tussen de kranten en ons is slechts dat wij niet alleen het bericht zelf plaatsen (al dan niet na knip- en plakwerk), maar ook de vervolgstappen kunnen meenemen. Informatie uit het publiek, updates van de politie, etc. Hiermee bieden wij mogelijkheden die de klassieke media niet hadden of wilden hebben. En creëren daarmee een waarde voor het publiek die uniek is.

Het is natuurlijk niet eerlijk om een medium af te schieten op een enkel bericht. Er zijn echter ook andere zaken waar rekening mee gehouden moet worden. Het is bijvoorbeeld zo dat iedereen op de site mee mag schrijven. Dat is natuurlijke hartstikke leuk want zo vergroot je het gevoel van saamhorigheid en je creëert een platform van openheid en discussie. Maar juist omdat Jan en alleman content kan plaatsen, zal de journalistieke waarde van het medium dalen. Het is haast niet voor te stellen dat iedereen die een bericht plaatst ook zijn feiten en bronnen heeft gecheckt. En het lijkt mij ook logisch dat een ondernemer of instelling een bekende een lovende tekst laat schrijven. Het is tenslotte free publicity. Je zou gek zijn als ondernemer om het niet te doen. De schijn van belangenverstrengeling is hiermee natuurlijk wel gewekt.

Je hebt gelijk als je constateert dat dichtbij open staat voor iedereen. Dus ook voor partijen of personen met bepaalde belangen. Ten eerste is dat geen nieuws: elke krant staat vol met de weerslag van bepaalde belangen. Wees eens eerlijk en blader door je eigen krant: welk artikel is belangenvrij? Je schrijft: “De lezer moet zich wel realiseren dat de meeste content die geplaatst wordt, met een onderliggend belang geplaatst wordt.” Ik zeg: Gelukkig maar. Vooral omdat wij er, in tegenstelling tot traditionele journalisten, niet geheimzinnig over doen. Transparantie.

Daarnaast geeft de dichtbij-benadering nieuwe waarde: het publiek kan veel beter dan in een klassieke journalistieke setting zelf bepalen wat belangrijk is en wat niet. Voorwaarde is wel dat de communitymanager de balans in de gaten houdt. Als over een bepaald thema vooral één mening wordt geventileerd, dan zal deze op een of andere manier ruimte moeten creëren voor de andere kant van de medaille. Partijdigheid is dus mogelijk, maar alleen als die partijdigheid van alle kanten komt. Met een lelijk woord: polypartijdigheid. Dat zorgt wellicht voor een betere invulling van het begrip objectiviteit dan ooit mogelijk is geweest.

De redactie van iedere regio bestaat uit een community manager, een burgerjournalist en een accountmanager. De taak van de community manager is vooral om de aangeleverde stukken onder de aandacht te brengen van de doelgroep. Heel simpel is dat dus gewoon de content op de site plaatsen. De burgerjournalist zoekt het nieuws en schrijft de verhalen. De community manager kan uiteraard ook content aanleveren. De accountmanager is aangesteld om niet alleen advertentieruimte te verkopen maar ook om slimme deals met lokale ondernemers te sluiten. De deal is er vooral op gebaseerd om reclame te maken, verpakt in een nieuwsbericht.

De kerntaak van de communitymanager is tweeledig: enerzijds is hij klassiek journalist: hij volgt het nieuws en doet daar verslag van op dichtbij. Maar daarnaast zorgt hij er voor dat het publiek gaat meedoen. Dat is (veel) meer dan “gewoon de content op de site plaatsen”. Niet voor niets hebben vrijwel alle dichtbij-medewerkers een journalistieke achtergrond.

De bronvermelding boven ieder bericht getuigt ook niet van hoogstaand journalistiek niveau. Boven ieder bericht staat weliswaar bron: een naam. Het gaat hier niet om de bron maar om de auteur. De bron is waar de auteur het nieuws vandaan haalt. Het lijkt mij sterk dat de auteur ook de bron is. Als dat zo is dan riekt het helemaal naar verzonnen en gekleurd nieuws. Het lijkt mij dat daar geen sprake van is maar dat de redactie van de website het verschil tussen een bron en een auteur gewoon niet kennen. Dat geeft naar mijn mening dan weer dat amateurs deze webpagina beheren.

Die professionals zijn dus nog steeds hard nodig maar moeten niet doen alsof zij de bron van alle kennis zijn. Vandaar dat wij nadrukkelijk bij elk artikel vermelden wat dan wel de bron is. Ik neem aan dat het een grapje van je is als je zegt dat de typering “bron” erop duidt dat de site gemaakt wordt door amateurs. Het gaat hier namelijk niet om de bron in journalistiek termen uit te leggen, maar in termen van publiek begrip. Soms zal hier dus de naam van een dichtbij-verslaggever staan, soms van een “meeschrijver”, soms van een instantie, vereniging, bedrijf of gemeente. Daarmee voorkomen we wat vroeger nog wel eens gebeurde: dat een journalist net deed of de kennis van hem was terwijl het simpelweg om een extern aangeleverd persbericht ging. Doel van het woordje “bron” is dus transparantie verhogen. Je zult vast voorbeelden tegenkomen op dichtbij waaruit blijkt dat we daar nog niet (helemaal) in geslaagd zijn, maar dit is wel de lijn. Dat zerrouk.nl dat bestempelt als amateurisme, vind ik verder prima.

Mijn conclusie is dat we deze website moeten behandelen als het lokale krantje dat vroeger (of nog steeds) door de brievenbus kwam maar dan met een flinke dosis reclame-uitingen. Het leest lekker weg en is van enorme entertainmentwaarde. De lezer moet zich wel realiseren dat de meeste content die geplaatst wordt, met een onderliggend belang geplaatst wordt. Als de lezer zich daar niet aan stoort, is het een leuk medium. Journalistiek is het zeker niet.

Dat klinkt hard. Laat ik toch positief afsluiten. Als je met je conclusie “dit is geen journalistiek” bedoelt dat wij het anders doen dan de Volkskrant, NRC of de Telegraaf, dan ben ik daar eerlijk gezegd heel blij mee. Wij kiezen daar namelijk bewust voor, wetende dat we onze bezoekers beter helpen met een ordening van de kennis van buiten dan met een weerslag van de beperkte belevingswereld van één specifieke journalist.