Vakbondsretoriek NVJ bewijst journalistiek een slechte dienst

Vandaag houdt de Nederlandse Vereniging van Journalisten een bijeenkomst die mogelijk uitmondt in acties van dagbladjournalisten. De brief aan de leden die daarover gisteren werd verstuurd, eindigt als volgt:

“Donderdag 1 december komen daarom alle vertegenwoordigers van de redacties in Amersfoort bijeen om verdere stappen te bespreken. Het voeren van acties wordt niet uitgesloten. Dit conflict gaat niet alleen meer om een CAO-ruzie, maar over het voortbestaan van onafhankelijke en gerespecteerde journalistiek. De bodem is bereikt als we er niet al doorheen zijn.” (1)

Het gaat om het voortbestaan van onafhankelijke en gerespecteerde journalistiek.

Ik probeer de woorden tot me door te laten dringen. Ik koppel ze aan de onderwerpen die de onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers beheersten.  Het gaat volgens de NVJ in de kern om pensioenregelingen, om ouderendagen en om een auteursrechtvergoeding van 0,5%. Om dit alles samen te vatten in de constatering dat dit de “komende jaren een flinke achteruitgang in de koopkracht” betekent.

En nog een keer lees ik hardop: Het gaat om het voortbestaan van onafhankelijke en gerespecteerde journalistiek.

Waar zijn we beland? In welke tijd? Op welke planeet?

Hoe kies is het om, in een tijd dat er geen enkele sector is die ontkomt aan koopkrachtdaling, dit gegeven te koppelen aan het voortbestaan van onafhankelijke en gerespecteerde journalistiek? Hoe kies is het om, in een tijd dat alle dagbladen structureel last hebben van teruglopende inkomsten en voor hun bestaan zullen moeten vechten, een wig te drijven tussen uitgevers en redacties? Hoe kies is het überhaupt om vakbondsretoriek (willen we naar Amersfoort, dan gáán we naar Amersfoort!) te vermengen met kernwaarden van ons vak?

Onkies, onkies, onkies. En onverantwoord.

Het is eerder andersom: de NVJ bewijst zichzelf, haar leden én de onafhankelijke en gerespecteerde journalistiek een slechte dienst met deze oorlogstaal.

(1) Merkwaardig genoeg staat deze slotzin wel in de mail aan de leden maar niet in de post op het platform van de NVJ.

Disclaimer: de schrijver is lid van de NVJ

Comments