Over Media in een Staat van Overgang

Het einde van CNC zet journalistiek ondernemerschap weer op agenda

Posted on | February 21, 2012 | Comments

“Kom vooral nog eens terug. Kun je meteen checken of we er nog zijn.”

James O'Shea

Toen ik een dik jaar geleden James O’Shea van het Chicago News Cooperative bezocht, was hij vol overtuiging over zijn toegevoegde waarde op de nieuwsmarkt. Maar tegelijkertijd hield hij – lachend – een slag om de arm met betrekking tot zijn voortbestaan op langere termijn. Nu, ruim twee jaar na de oprichting, gooit O’Shea de handdoek in de ring. Ondanks zijn uitnodiging, heeft het dus weinig zin meer om terug te keren.

O’Shea had verschillende verdien-ijzers in het vuur, maar was alles bij elkaar toch te afhankelijk van donaties en welwillendheid. Dat blijkt voor een enkele keer soms wel te werken, zeker wanneer je de charme en het netwerk van O’Shea hebt, maar voor de lange termijn is het onvoldoende als structurele basis.

Zoals hij vorig jaar lachte om zijn toekomstperspectief, zo lachte hij ook om zijn rommelige verleden. Carrière gemaakt bij de Chicago Tribune, ontslagen bij de LA Times, te weinig tijd om op Harvard een echt onderzoek van de grond te krijgen, een boek in de steigers – en dan ineens dankzij enkele grote investeerders en geld van goede doelen een totaal nieuw journalistiek avontuur in Chicago. Maar waar hij nog toen nog veel meer om lachte was de directe lokale concurrentie: “Die lui bij de Sun Times of de Tribune schijten in hun broek voor mij. We komen hier lekker de boel een beetje opschudden.”

Op dat moment had CNC net een prachtige deal met de New York Times gesloten. Voor de “Midwest”-pagina’s van de NYT kon O’Shea de content leveren. Waarin hij, in ruil voor de broodnodige contanten, liet zien vooral in de politieke arena volop te kunnen concurreren met de beroemde lokale concurrenten.

Het heeft niet mogen baten. O’Shea in zijn afscheidsartikel:

“CNC never raised the resources to make investments in the business side of our operation that would have generated the revenue we needed to achieve our original goal – a self-sustaining news operation within 5 years.”

Juist de New York Times, het mediabedrijf dat hem twee jaar terug in het zadel hielp, concludeerde vorige week dat de aparte Midwest-editie te weinig opbrengt om deze in stand te kunnen houden. En daarmee was niet alleen CNC de das om gedaan, maar tegelijkertijd bewezen hoe risicovol het is om afhankelijk te zijn van te weinig, te toevallige of te zeer op liefdadigheidsgedachten gestoelde geldschieters. Dat er al enige tijd een vervelende discussie woedde met de belastingdienst over zijn status van “not-for-profit”-bedrijf, heeft daarbij ook niet geholpen.

Het démasqué van O’Shea verleidde Jeff Jarvis deze week tot een (hernieuwde) oproep aan de journalistiek om toch wat ondernemender te worden. Leer hoe je geld moet verdienen!

“The problem is that journalists don’t know shit about business. Culturally, they don’t want to.”

Het is niet de eerste keer dat Jeff Jarvis roept dat journalisten ondernemender moeten worden. En eerlijk gezegd is het geen onverdachte bron: Jarvis heeft als uitbater en associate professor van de opleiding Entrepreneurial Journalism aan de City University van New York (CUNY) het grootste belang bij meer studenten. Maar gelijk heeft-ie.

Journalisten hebben van nature weinig op met verdienmodellen. En elk toevallig aanwezig zakelijk gevoel is tot in het meest recente verleden nadrukkelijk de kop in gedrukt. Op scholen, maar ook op het werk. Gestimuleerd door het grote commercieel succes in de jaren ’70 en ’80 was het voor elke hoofdredacteur niet meer dan logisch zijn redacteuren simpelweg te verbieden ook maar een blik over de schutting te werpen. Nu die commerciële successen achter de horizon verdwijnen, komt dat gemis extra hard aan.

Juist daarom zou het zo mooi zijn als we als sector, maar ook als individuele journalisten – in loondienst, zelfstandig of in opleiding – ons alle bedrijfseconomische lessen die her en der voor het oprapen liggen, ter harte nemen. En dus met de ervaringen van CNC in de hand blijven bouwen aan de winstgevende alternatieven. In de woorden van Jarvis:

“I insist on holding students and the industry they’ll lead to the more diligent standard of true sustainability. That means profitability. There’s nothing wrong with that.”

 

  • Sociale media






  • Op Facebook

  • Op Twitter