Over Media in een Staat van Overgang

Volledig zijn, of reacties uitlokken?

Posted on | April 4, 2012 | Comments

Gewaagde stelling: maak je journalistieke stukken niet “te af”, want dan reageert er niemand meer op.

Als bezoeker van een nieuwssite kun je eigenlijk weinig met artikelen die tot in de kleinste details zijn uitgezocht. Ja, je kunt het ermee eens of oneens zijn. En natuurlijk kun je de auteur dankbaar zijn voor zijn inspanning. Maar daar blijft het eigenlijk wel bij. Wil je echt reacties en zinvolle aanvullingen ontlokken, dan doe je er juist beter aan om niet volledig te zijn, niet alle puntjes op de i te hebben, maar juist wat rafelrandjes over te laten.

Piet Bakker tijdens de uitzending van Fast Moving Targets

Woorden van die strekking kwamen gisteravond uit de mond van Erwin Blom, tijdens de wekelijkse uitzending van Fast Moving Targets. (hele uitzending onderaan deze blogpostPiet Bakker ontlokte ze nadat hij zijn teleurstelling had geuit over het feit dat juist de artikelen waar hij heel veel research voor had moeten doen, nooit tot enige discussie leidden. En omgekeerd, dat een simpel plaatje van een slordig geparkeerde fiets ineens hele conversaties teweeg bracht.

Bakkers verzuchting is wel herkenbaar. Natuurlijk willen we als journalist juist respect (en discussie!) rond een doorwrocht stuk. Die foto-tussendoortjes mogen dan wel leuk zijn (anders deden we het ook niet, dûh!), maar niet het “echte werk”. We willen onthullen, opiniëren, duiden, analyseren!

Tegen die achtergrond lijkt het een vreemde les die Blom ons wil meegeven. “Wees vooral onvolledig, dan is er altijd discussie mogelijk”, zo iets. Inderdaad, onvolledigheid mag nooit het doel zijn. Journalisten moeten niet moedwillig informatie achter willen houden. Hoe beter onderbouwd een artikel is, des te groter de kans dat het publiek hem begrijpt.

En toch heeft Blom een punt. Want we weten allemaal dat die journalist nog zo veel kan uitzoeken, er is altijd wel iemand die meer weet. Een onderwerp wordt altijd beter door de bijdragen van tientallen experts, dan door die van één journalist, hoe geweldig die ook is. En dus: alles wat kan helpen om de reacties op gang te krijgen, is meegenomen.

Tegen die achtergrond is het verstandig te blijven nadenken over een vorm die discussies uitlokt. Bijvoorbeeld door in je artikel aan te geven dat er losse eindjes zijn. Door het publiek op te roepen die losse eindjes aan elkaar te knopen. Of door aan het einde van het verhaal verschillende nieuwe onderzoeksrichtingen te suggereren. En daarbij de bezoekers te prikkelen hun specifieke kennis in de strijd te gooien.

Zoals vaker is het natuurlijk niet of/of. Een streven naar volledigheid kan best samen gaan met een uitnodiging om aan te vullen, mee te praten. Wat daarbij altijd helpt is om als journalist te beseffen dat niemand alles kan weten en dat het dus onverstandig is in het journalistieke werk die indruk te wekken.

Draai het liever om. Ga uit van je kwetsbaarheid en verpak die in een roep om steun uit het publiek. Wie journalistieke kwaliteit het beste weet te combineren met de vaardigheid om het publiek te activeren, heeft een cruciale voorsprong.

  • Sociale media






  • Op Facebook

  • Op Twitter