Marnix Kreyns: "Aggregeren gaat ten koste van lokale media"

Gastbijdrage door Marnix Kreyns, Directiesecretaris Koninklijke BDU


Wie het stuk “Aggregatie, omdat het moet” van Bart Brouwers op Dodebomen.nl en de daarop gegeven reacties leest, kan bijna niet tot een andere conclusie komen dan dat aggregatie “the only right thing to do” is. Iedereen – de consument, de aggregator, de geaggregeerde en de samenleving als geheel – wordt er beter van. Dat lijkt te mooi om waar te zijn. En dat is het ook. Want zowel in het stuk van Bart Brouwers als in de meeste reacties wordt voorbijgegaan aan des poedels kern: aggregeren is gebruik maken van het werk van een ander zonder dat die ander daar toestemming voor heeft gegeven en zonder dat hem daar een vergoeding voor wordt geboden.

Diefstal, zou Kees Spaan zeggen. Maar niet alleen de oud-voorzitter van de vereniging van dagbladuitgevers doet dat. Het zijn bijvoorbeeld ook onze journalisten (redacteuren van de lokale nieuwsmedia van Koninklijke BDU Uitgevers), die mij geregeld vragen of er niet wat gedaan kan worden tegen het ongevraagd overnemen van hun stukken.

Koninklijke BDU Uitgevers en andere bij de NNP (organisatie van uitgevers van lokale nieuwsmedia) aangesloten uitgevers doen hun uiterste best om goede lokale en regionale nieuwsvoorziening te verzorgen. Over het algemeen is de exploitatie van dergelijke merken marginaal. Je moet slim ondernemen om er een paar centen aan over te houden. Als lokaal/regionaal werkend journalist zit je qua salaris niet in de eredivisie. Maar waar de uitgeefconcerns de afgelopen jaren de lokale en regionale verslaggeving in hun dag- en huis -aan-huisbladen hebben ontmanteld, zijn de kleinere uitgevers en hun redacteuren er voor blijven gaan. En dan is het enorm frustrerend, dat hun werk – waar ze veel moeite voor moeten doen en waar ze niet veel aan overhouden – wordt gebruikt/misbruikt door bij voorbeeld een onderdeel van een groot uitgeefconcern. Ik doel uiteraard op Dichtbij.nl van TMG.

Juridisch gezien lijkt de kwestie mij overigens niet bijzonder gecompliceerd. Het werk van journalisten is auteursrechtelijk beschermd. De rechten berusten ofwel bij de journalist ofwel bij de uitgever, bij wie de journalist in loondienst werkt. Wie auteursrechtelijk beschermd werk zonder toestemming van de rechthebbende gebruikt, pleegt inbreuk op diens auteursrecht. Dat is onrechtmatig en dat maakt de inbreukpleger schadeplichtig.

Eind 2011 was Adri de Bruijn, uitgever van Weespernieuws.nl, het meer dan zat dat de editie Weesp van Dichtbij.nl dagelijks voor 80% tot 100% werd gevuld met berichten van zijn site en dus met werk van zijn journalisten. De advocaat van De Bruijn sommeerde Dichtbij.nl om daar mee op te houden. Dichtbij.nl reageerde met te zeggen niets fout te doen onder verwijzing naar het citaatrecht en de persexceptie uit de Auteurswet. Maar toen Weespernieuws.nl daar geen genoegen mee nam en een kort geding aankondigde, trok Dichtbij.nl de melk op. Men zegde toe niet langer te zullen verwijzen naar publicaties van Weespernieuws.nl. Uiteraard voegde de advocaat van Dichtbij.nl daar aan toe dat dat op geen enkele manier moest worden uitgelegd als een erkenning van enig inbreukmakend of anderszins onrechtmatig handelen.

Het is jammer dat de rechter zich niet heeft uit mogen laten over deze kwestie. Ik ben er van overtuigd dat hij in deze casus het citaatrecht en de persexceptie van tafel had geveegd en onverkort zou hebben geconcludeerd tot inbreuk op het auteursrecht van De Bruijn en zijn redacteuren. Stond dat in ieder geval (voorlopig) vast.

Natuurlijk kent de werkelijkheid meer dimensies dan alleen de juridische. Het internet hangt van links en aggregaties aan elkaar. Maar dan nog meen ik dat je als Nederlandse uitgever wel zeer fatsoenlijke argumenten moet hebben om het werk van je collega’s en concurrenten te kopiëren zonder hun toestemming en zonder hen daar een vergoeding voor te geven.

Bart Brouwers voert één argument aan. Aggregatie leidt tot meer traffic naar de site waarvan het nieuws gekopieerd wordt. En daar wordt de exploitant van die site dus beter van. Los van het meer principiële punt dat de betreffende uitgever zelf zou mogen uitmaken wat goed voor hem is en wat niet, kan de vraag gesteld worden of het argument wel valide is. Uit de statieken van Adri de Bruijn bleek in ieder geval niet dat Dichtbij.nl bezoekers naar zijn site bracht. Kennelijk had men genoeg aan het door Dichtbij.nl (gedeeltelijk) gekopieerde bericht en ging men vervolgens niet (meer) door naar Weespernieuws.nl. Tot het tegendeel mij wordt bewezen, houd ik het er op dat deze rechtvaardigingsgrond voor aggregeren tamelijk zwak is.

Een verdienmodel dat voor een belangrijk deel steunt op het zonder toestemming en zonder betaling gebruik maken van het werk van anderen, bereikt c.q. overschrijdt de grenzen van het oirbare. Zonder het werk van redacteuren van lokale kranten / nieuwssites had Dichtbij.nl niet van de grond kunnen komen. (Zonder een forse subsidie van het Stimuleringsfonds voor de Pers overigens ook niet, maar dit terzijde.) Het “hergebruiken van content van andere media en deze, anders verpakt, aan een nieuw publiek aanbieden”, zoals Bart Brouwers aggregeren omschrijft, betekende in de praktijk dat zeer veel van de berichten op de sites van Dichtbij.nl werden gekopieerd. Adri de Bruijn en andere NNP-leden kunnen zich niet aan de indruk onttrekken dat zij ongevraagd en onbetaald gebruikt zijn om een initiatief van een zeer grote broer in het zadel te helpen. Dat heeft hen niets anders gebracht dan een nieuwe concurrent. Daar hebben zij niet de minste behoefte aan.

Aggregeren heeft niet louter positieve kanten. Aggregeren gaat ten koste van redacteuren en uitgevers van lokale media.