‘Een wereld volgens Facebook, is een wereld zonder privacy’

(foto UvA)

José van Dijck, hoogleraar Comparative Media Studies aan de Universiteit van Amsterdam, is het niet eens met de wat gemakzuchtige manier waarop ik tegen social media als Facebook aankijk. De norm is vaak sterker dan de wet, zegt zij. En juist daarom is het volgens haar verstandig kritisch te staan tegenover bedrijven die volop misbruik maken van onze losse omgang met onze privacy. Zoals Facebook. Onderstaand haar reactie op mijn eerdere bijdrage op dodebomen.

Gastbijdrage van prof. dr. J. van Dijck

Uiteraard ben ik het grotendeels oneens met je tegenargumenten, en mij blijkt duidelijk dat wij vanuit heel verschillende (ideologische) kaders redeneren. Dat geeft natuurlijk volop stof voor discussie. Je schrijft dat ik negeer dat sociale media in het algemeen en Facebook in het bijzonder gebruikers ook plezier brengen, belangrijk zijn als nieuwsbrenger en waarde hebben voor de zakelijke markt. Die waarde wil ik helemaal niet ontkennen, integendeel. (Overigens een kanttekening: de waarde van sociale media als nieuwsbrengers is nog steeds heel beperkt; volgens het meest recente Pew rapport -betrekt slechts 9% van de mensen hun nieuws uit sociale media. Maar dit terzijde.)

Mijn betoog gaat namelijk niet over de waarde van alle sociale media en al helemaal niet over het Internet als zodanig, maar heel specifiek over Facebook en de praktijken van dit bedrijf. In de afgelopen jaren heeft FB bewezen absoluut on-transparant te zijn over zijn business praktijken, zijn algoritmes, en zijn plannen voor het toekomstig gebruiken van vergaarde data. FB is ook meer dan eens terecht gewezen door de rechter waar het gaat om te vergaand gebruik van private data.

Facebook’s CEO beweerde vlak voor de beursgang dat hij graag wil dat FB een soort paspoort wordt voor ieders toegang tot alle sites op Internet, en die uitspraak alleen al zou ieders argwaan moeten wekken. Ieder bedrijf of overheid die zichzelf als poortwachter van het hele Internet gaat opwerpen kan rekenen op mijn wantrouwen en onbegrip. Het Internet is en blijft hopelijk zolang mogelijk een open infrastructuur waar we niet eerst langs de poortjes van FB (of Google) hoeven om aan onze informatie te komen of informatie erop te zetten. De zin in je stuk “Toegegeven, internet staat nog niet gelijk aan het gebruik van Facebook” baart mij dan ook grote zorgen.

Natuurlijk gebruiken mensen FB omdat ze het zelf leuk vinden of er iets aan hebben, en natuurlijk mag iedereen iets verdienen aan een (eerlijk) product, ook als dat gratis is. Maar het gaat hier toch om een wat ander product dan de gratis kranten waarmee jij FB vergelijkt. Bij het lezen van die kranten word ik niet minutieus gevolgd in mijn lees- en koopgedrag, die gratis kranten downloaden niet illegaal mijn contacten van mijn mobiele telefoon, en hebben beschikking over nog geen fractie van de gegevens van mijn surfgedrag op FB. Televisiestations, zelfs de meest commerciële, mogen van mij alle markonderzoek in de wereld doen naar de effectiviteit van hun advertenties, maar ze hebben naar mijn weten (nog) geen stiekeme sensoren ingebouwd in mijn TV om precies te volgen waar mijn belangstelling tijdens het kijken naar uitgaat. Dus die vergelijking gaat mank. Overigens beweer ik niet dat “gratis” producten slecht zijn: ik wens alleen graag duidelijkheid over de vorm waarin ik mijngratis product betaal. Het kijken naar advertenties is dan ook heel wat anders dan het verkopen van mijn profiel- en gedragsdata die vergaard zijn met technieken die ik niet ken en niet mag kennen, waarvan ik niet weet wat ermee gedaan wordt, en waaraan ik mij niet kan onttrekken (FB weigert hardnekkig het Do Not Track principe te ondersteunen). En wat die gewone krant betreft: gelukkig kan ik nog altijd mijn abonnement opzeggen als voor mij niet duidelijk wordt wie voor de informatie die erin afgedrukt wordt betaald heeft. Met vele “vriendendiensten” op Facebook weet ik dat helemaal niet meer. Worden “vrienden” op mijn FB Wall betaald voor het doorsturen van hun aanbeveling, of weten deze “vrienden” überhaupt wel dat ze mij een aanbeveling sturen?

Mijn belangrijkste bezwaar is echter gericht tegen je volgende argument:

“Wie niet accepteert dat de grenzen tussenpersoonlijke data, advertenties en publieke informatie vervagen, is tegen windmolens aan het vechten. …Nee, dat is niet altijd even leuk, maar hey, dit is onze maatschappij.”

Het feit dat privé en publiek door elkaar zijn gaan lopen in onze samenleving is niet zozeer iets waar we maar mee moeten leren leven maar iets waar we zeer kritisch tegenover moeten staan. Ik ben namelijk helemaal niet blij met die tendens om alles met iedereen te moeten delen. Als de wereld volgens FB ingericht zou zijn, is er dus geen ruimte meer waar je (ondanks zogenaamde privé-instellingen) het recht hebt op bescherming tegen de algoritmisch gestuurde ogen van bedrijven die willen weten wat je doet en begeert.

Gelukkig is in de wet nog steeds ons recht op privacy verankerd en gelukkig zijn er waakhonden die dit recht, ook in deze tijd van steeds meer op “transparantie” aandringende media, nog steeds bewaken. Want de norm is inderdaad veel sterker dan de wet. Die norm wil misschien wel dat wij het heel “normaal” gaan vinden dat ik zonder jouw toestemming alle onbeschaamde foto’s die ik stiekem van je maak op FB zet; FB wil ook dat wij het normaal gaan vinden dat al onze privé-gegevens door hen verkocht kunnen worden. Maar des te belangrijker wordt het dat we ter discussie gaan stellen wat we nog normaal vinden, en dat heeft niet zoveel met windmolens te maken. Normen kunnen veranderen, net als wetten. Zo zijn de opvattingen/normen over roken in openbare ruimtes ook sterk veranderd sinds de jaren ’60. Opvattingen over privacy zijn erg cultuur-afhankelijk en de Amerikaanse normen die FB hanteert, dat kan ik je garanderen, verschillen sterk van de Duitse of Nederlandse. Overigens doet FB zijn uiterste best om de Europese normen te beïnvloeden.

Waarschijnlijk kom ik daarmee op het enige punt waarover het eens zijn: de behoefte aan media literacy. Niet alleen voor jongeren maar ook voor oudere Internetgebruikers. Ik zei het al: de ene site is de andere niet, en FB heeft weer andere privacy settings en share-mechanismen dan Twitter of LinkedIn of Flickr of Google+. Zelfs goed opgeleide volwassen gebruikers nauwelijks in staat bij elke site de knoppen volgens hun eigen behoeften in te stellen, ook als dit technisch mogelijk is (Lees bijvoorbeeld een interessante onderzoek van de Carnegie Mellon University, getiteld: Why Johnny Can’t Opt Out). Dat is niet de schuld van die gebruikers maar van platformen die geen enkele baat hebben bij gebruikers die meer privacy willen en dit dus zo moeilijk mogelijk maken. En dan heb ik het natuurlijk nog helemaal niet over gebruikers jonger dan 18 jaar die inderdaad, door peer pressure en andere goedonderzochte tiener-specifieke psychologie, niets van privacy (willen) snappen, of absoluut geen idee hebben welke gevolgen onbezonnen verspreiding van foto’s en data op FB kan hebben.

Iedereen die tegen zulke ontwikkelingen zegt “Raak er maar aan gewend, zo is de maatschappij” krijgt van mij het antwoord: “wees kritisch op normen en mechanismen die de samenleving sterk sturen” zeker in een richting waar je vraagtekens bij stelt.”Plezier hebben in” en “kritisch staan tegenover” sluiten elkaar als levenshouding niet uit, integendeel. Ik wil graag een samenleving waarin mensen zoveel mogelijk gebruik kunnen maken van een grote variëteit aan (sociale en andere) media die ze kunnen afstemmen op hun eigen behoeften. Ik hoop dat sociale mediabedrijven als FB open en transparant zullen worden over de manier waarop ze geld verdienen aan hun gebruikers, en dat gebruikers altijd toegang blijvenhouden tot een vrij Internet waar geen commerciële laag overheen wordt gelegd die hen belet op duidelijke voorwaarden toegang te krijgen tot informatie.

In je reactie schrijf je nog: “Als Facebook verdwijnt, zal de dag erna een variant opstaan. Sterker nog, die is er al” Nog sterker: gelukkig begint er inmiddels zelfs een markt te ontstaan voor sociale mediaplatformen die begrijpen waarom mensen behoefte hebben aan meer controle over hun eigen data (bv. Diaspora of Friendica). Gelukkig zijn er hele mondige mensen die heel kritisch zijn over normen die hen opgedrongen worden, en zeer creatief in het vinden van alternatieven.

(hier mijn eerdere bijdrage over dit onderwerp)