NVJ roept op tot misbruik media voor positie freelancer

Het gaat niet goed met de freelancende journalist. Gevoed door de dubbele aanval op de traditionele media (economische crisis én een autonome daling van het bestaande businessmodel) is de positie van veel freelancers nogal verslechterd. Dat er door ontslaggolven bij kranten en omroepen alleen maar meer freelancers op de markt zijn gekomen, maakt hun individuele situatie er natuurlijk niet beter op.

Het is dan ook niet zo raar dat de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) recentelijk 2013 bombardeerde als het jaar van de freelancer. “En 2013 begint voor de NVJ vandaag, want we hebben geen moment te verliezen”, zei NVJ-voorzitter Hella Liefting vorige week in een poging de ernst van de situatie te benadrukken. Om er in een uitgebreid interview op de eigen site nog aan toe te voegen dat er een causaal verband is tussen de kwaliteit van media en de tarieven die aan hun freelancers betaald worden.

Je zou bij die kwaliteitslogica al vraagtekens kunnen stellen, maar het is een bekend en logisch verhaal voor een vakbond. Die heeft als belangrijkste taak – nee, als bestaansrecht – immers het opkomen voor de belangen van de leden. En dan heiligt het doel behoorlijk wat middelen.

Maar de NVJ is niet zo maar een vakbond, het is ook een broepsvereniging, die alles in het werk moet stellen om de professionele uitoefening van de vrijheid van meningsuiting te beschermen. En dus wordt het verhaal van Liefting een stuk minder logisch, als de inhoudelijke journalistiek wordt vermengd met vakbondsbelangen. Sterker nog: de oproep die Liefting doet om de eigen media in te zetten om de positie van de freelancer te behartigen, valt daarmee natuurlijk niet te rijmen.

Citaat uit het NVJ-interview met de eigen voorzitter:

Welke rol kunnen ‘vaste diensters’ spelen om de positie van freelancers aan de kaak te stellen?
Redacteuren, eind- en hoofdredacteuren kunnen er bij hun werkgever een punt van maken, of via hun redactieraden, commissies of ondernemingsraden. Maar ze kunnen ook lawaai maken door er bijvoorbeeld over te schrijven: door hun vak in te zetten om deze misstanden aan het licht te brengen. Dat doen we haast nooit. We zijn altijd roomser dan de paus en dat is ook terecht, maar als we willen opkomen voor deze groep dan hebben we ook een wapen in handen en dat heet de publiciteit.

Waar de NVJ eerder al eens een geëiste loonsverhoging voor journalisten in vaste dienst koppelde aan “het voortbestaan van onafhankelijke en gerespecteerde journalistiek“, toont dit wederom aan hoezeer de vereniging struikelt over de twee benen van het eigen lichaam.

We zijn altijd roomser dan de paus en dat is ook terecht, maar…“, zegt Liefting nu. Ze voelt zelf al aan dat het niet deugt wat ze zegt, om vervolgens toch de oproep te plaatsen. De NVJ die vaak en terecht op de achterste benen gaat staan als de journalistiek misbruikt en bedreigd wordt voor oneigenlijke belangen, vindt dat dat voor de eigen achterban geen probleem is. En dat is, tja, niet slim.

Voordeel is wel dat de NVJ hiermee een soort vertrouwensvraag bij de leden-in-vaste-dienst neerlegt. Wie geeft er gehoor aan de oproep van de voorzitter? Ik vrees dat er buiten het eigen medium, Villamedia, maar weinig media zullen zijn die daadwerkelijk “het wapen van de publiciteit” ter hand zullen nemen. Althans niet als middel om de positie van de freelancende journalist te behartigen.

En dat is maar goed ook.