Journalistiek voor niet-journalisten

Een journalist is een professional. Iemand die door talent, studie en ervaring weet wat van hem verwacht wordt. Iemand die een verhaal kan vertellen dat niet alleen betrouwbaar en volledig is, maar ook nog eens aantrekkelijk voor het gekozen publiek.

Dat is de ene kant van de medaille.

De andere kant is die van de vrijheid van meningsuiting: een grondrecht dat geldt voor iedere Nederlander. Journalistieke activiteiten zijn dan ook niet voorbehouden aan professionele journalisten. Net zo min als de titel “journalist” beschermd is, zoals dat bijvoorbeeld wel geldt voor artsen, advocaten of psychologen.

Sinds er geen drukpers of tv-zender meer nodig is voor het publiceren van een tekst of een foto, zijn er steeds meer mensen actief met toetsenbord en camera. Ook zonder journalistieke opleiding of (betaalde) baan, ontplooien ze journalistieke activiteiten. Ze berichten over wat ze zien, wat ze bezig houdt of wat ze daarvan vinden.

En terwijl de professionele journalistiek jarenlang debatten voert over de vraag of dit soort mensen zich wel journalist zou mogen noemen, bestaat bij de meesten van hen niet eens de behoefte om dat te doen. Ze willen hun visie kwijt, hun mening, hun nieuwtjes. En ze zijn blij dat ze daar nu veel makkelijker een publiek voor vinden dan vroeger het geval was.

Bij sommigen lukt dat direct heel aardig. Maar dat zijn eerlijk gezegd wel de uitzonderingen. De meeste mensen die hun kennis willen delen, hebben eigenlijk geen idee waar te beginnen. Hoe vertel ik dit? Waar zit mijn publiek? Wat willen ze van me horen? Zijn ze überhaupt geïnteresseerd? En áls ze al over die drempels heen weten te komen, lukt het vaak niet om het vol te houden. Een keer iets op facebook of twitter zetten, ja dat gaat nog wel, maar wat is er nodig om structureel bij te dragen aan een nieuwssite als dichtbij.nl?

Juist daarom kan een handleiding handig zijn. Een “hoe-en-wat” van de journalistiek, zonder daarbij de plicht te voelen een “echte journalist” te moeten worden. Journalistiek voor niet-journalisten, kortom.

  1. Wat wil je vertellen? Heb je een nieuwtje dat je wilt delen, of wil je je mening kwijt over iets dat al bekend is? In het eerste geval is het van belang de exacte feiten te melden (wie, wat, waar, wanneer en als het lukt ook waarom en hoe). In het tweede geval moeten de feiten ook op hun plek staan, maar ligt de nadruk op het onderbouwen van je mening (zeg dus niet alleen dat je het ergens mee eens of oneens bent, maar vooral ook waarom je dat vindt).
  2. Waarom wil je dit vertellen? Maak duidelijk waar de relevantie van je verhaal zit. Waarom is het zo belangrijk wat we hier lezen? Wie wordt er blij, boos, verdrietig over? Voor wie is het verhaal überhaupt bedoeld? Afhankelijk van die doelgroep kies je ook een bijbehorend thema (nieuws, sport, etc)
  3. Waar vind je de feiten? Hoe dichter je bij de feiten staat, des te sterker het verhaal kan zijn. Als je zelf iets relevants waarneemt (en anderen niet) weet je zeker dat je een verhaal hebt. Je hebt een foto gemaakt, plaatst daar wat uitleg bij (wie, wat, waar, enzovoort) en klaar ben je. Maar vaak heb je zaken niet zelf gezien, of ben je om andere redenen niet helemaal zeker van je zaak. Dan is het nodig om getuigen (of liever nog: de bronnen zelf) te raadplegen. Hoe meer bewijsmateriaal (foto’s, eigen waarneming, geciteerde getuigen, documenten), des te sterker het verhaal. En voor de duidelijkheid: zonder bewijzen is er géén verhaal.
  4. Hoe begin je? Simpel gezegd: het meest opvallende van je boodschap staat in de kop en in je eerste zin. Het belangrijkste nieuws, de kern van je mening. Als je in één zin je verhaal aan je beste vriend zou moeten vertellen, hoe zou je dat dan doen? Dikke kans dat dat ook de eerste zin van je artikel kan worden. En dat een samenvatting daarvan de kop is. Hoe aantrekkelijker de kop en de aanhef van een artikel, des te groter de kans dat mensen ook doorlezen. Te ingewikkelde of onduidelijke eerste zinnen leiden tot afhakende lezers.
  5. Hoe houd je de aandacht? Je boodschap kan nog zo interessant en belangrijk zijn, als je het niet goed verpakt, zal het uiteindelijk toch niet werken. Je stijl van schrijven is dus van belang. Foutloos Nederlands is daarbij het uitgangspunt, omdat dat de taal is die we allemaal begrijpen. Maar wees niet te bang, iedereen maakt wel eens een foutje. Gebruik verder vooral je “normale” taal. Schrijf zoals je ook zou spreken. Hoe natuurlijker je opbouw, des te logischer het verhaal. Eerder zeiden we al dat het belangrijkste in de eerste zinnen moet staan. Gebruik de alinea’s daarna voor de toelichting van die boodschap. Voor elk nieuw detail een nieuwe alinea van hoogstens 3 of 4 zinnen. Als je verhaal langer is dan 5 alinea’s versterken tussenkopjes het overzicht.
  6. Moet ik altijd schrijven? Nee hoor, er zijn meer manieren om een verhaal te vertellen. Een foto, een audiofragment, een video, het kan allemaal. Elk middel heeft zijn eigen kenmerken en zijn eigen plussen en minnen. Maar zorg wel altijd dat de basis in je verhaal klopt. Als uit het fragment de wie-wat-waar-wanneer niet duidelijk is, dan kom je er niet omheen dat in de tekst nog even toe te voegen.
  7. Zijn er nog speciale regels? Journalisten hebben het vaak over de ethiek van het vak. Wat daarmee simpelweg bedoeld wordt, is dat een verhaal eerlijk en oprecht gemaakt moet worden. Geen verborgen agenda’s, niemand bewust een oor aannaaien, laat staan reclamepraatjes houden voor iets dat eigenlijk niet deugt. Maak daarbij altijd duidelijk wat jouw band met het onderwerp is (als je bijvoorbeeld schrijft dat partij X de allerbeste partij is, dan is het van belang te laten weten dat jij toevallig lid van die partij bent). De journalistiek is een krachtig middel, ga er verstandig mee om.
  8. Hoe krijg je zo veel mogelijk aandacht? Iedere journalist schrijft om gelezen te worden. Na het publiceren van je verhaal, ben je dus nog niet klaar. Vraag aandacht voor je post door deze via social media te delen. Of plaats een link op de site van een aan jouw onderwerp verwante club. Heb je bijvoorbeeld een verslag van je voetbalwedstrijd geschreven, plaats dan ook een linkje op de site van je sportclub. Heb je een aankondiging voor een wijkfeest, gebruik dan zeker ook de site van de buurtvereniging. En gebruik ook dan telkens de koppen en teksten die het beste de aandacht van jouw publiek trekken.

Hoe vaker je iets publiceert, des te vanzelfsprekender deze richtlijnen voor je zullen worden. Of je jezelf uiteindelijk ook een “echte journalist” zult voelen, is daarbij totaal niet belangrijk. Waar het om gaat is dat iemand die feitenkennis heeft (of een interessante opinie over die feiten) gestimuleerd wordt dit met andere belangstellenden te delen.

Want hoe je die activiteit ook noemt, het verspreiden van relevante informatie is altijd nuttig. En leuk 🙂

Excuus: het reactieveld onder deze post blijft haperen. Comments zijn welkom op info@dodebomen.nl; ze worden dan later doorgeplaatst.