Dichtbij als onderzoeksobject

Dr. Piet Bakker (1953) is sinds Lector Massamedia en Digitalisering binnen het lectoraat Crossmediale Kwaliteitsjournalistiek aan de hogeschool Utrecht. Voor J*lab analyseerde hij dichtbij.nl, onder meer op basis van twee weken intensief meten op zaanstreek.dichtbij.

Dat dichtbij.nl het onderwerp is geworden van diverse media-onderzoekers vervult mij met enige trots. Ik denk dat het, onder meer vanwege de stappen die dichtbij zet om journalistiek met “burgerkennis” te verbinden terecht is, maar hey, ik ben zwaar betrokken.

En het zal ook wel aan die bovenmatige betrokkenheid liggen dat me ook in dit onderzoek toch weer een paar dingen opvallen die me niet helemaal zinnen.

Om te beginnen: wat de onderzoeker tijdens zijn twee weken testperiode in de Zaanstreek als “aggregatie” heeft betiteld, is alles behalve aggregatie. Het gaat om content die gemaakt is door “onze eigen” collega’s van de Zaankanter, de weekkrant voor de Zaanstreek. De dichtbijredactie en de redactie van de Zaankanter zijn één team. Het benoemen van de naam van die krant boven een bericht op dichtbij wil slechts zeggen dat dat artikel óók in de krant verschijnt. Een deel van de krant heet zelfs “dichtbij”, hoeveel duidelijker wil je het hebben?

Aggregeert dichtbij dan helemaal niet? Zeker wel. Op sites waar we nog geen eigen redactie hebben, brengen we platforms die een nieuwsoverzicht bieden uit andere lokale media. In 50 woorden, met een directe link naar de bron. We doen dat in afwachting van een uitrol met een eigen redactie. Inderdaad, het door Bakker genoemde Apeldoorn is zo’n plaats. Buiten dit soort gebieden is aggregatie slechts een zeer spaarzaam gebruikt middel.

Dat maakt duidelijk dat alle dichtbijs in een andere levensfase verkeren en dus niet, zoals Piet Bakker doet, over één kam te scheren zijn. Daarnaast zijn er lokale verschillen die simpelweg bepaald worden door de keuzes van de lokale makers of de specifieke aard van de omgeving. Zo hebben we in Maastricht een thema “gastronomie”, terwijl dat in Purmerend simpelweg “eten” heet. Voor ons, maar vooral voor onze gebruikers, is dat net zo logisch als het ontbreken van een thema “carnaval” in Drachten. Op dichtbij in pakweg Rotterdam is inderdaad veel 112-content te vinden, maar in Groningen of Roermond is dat veel minder het geval. En zo zijn er vele andere redenen om verschillen aan te brengen.

Trouwens, 112-berichtgeving is – of je dat nou leuk vindt of niet – alleen al van immens belang omdat het relatief veel bezoekers trekt (inderdaad, veel meer dan de rechtbank-artikelen, die we trouwens echt ook wel eens buiten Groningen brengen hoor). Dat de 6 redacteuren en ruim 30 fotografen die zich 24/7 hiermee bezig houden veel meer doen dan “nieuws bewerken”, zoals Bakker schrijft, lijkt me vanzelfsprekend. Ik houd daarbij vol dat ook de 112-berichtgeving in tekst en beeld heel veel originele stukken oplevert. Kijk voor de lol eens in ons Ricoseum, een verzameling foto’s van 112-fotograaf Rico Vogels, en het zal duidelijk zijn wat ik bedoel.

In het verlengde van die originele content: de ruim 30 redacteuren van dichtbij zijn maandelijks goed voor vele duizenden berichten. Voor de collega’s van de Zaankanter en zijn ongeveer 80 zusterkranten geldt hetzelfde. En onze bezoekers produceren maandelijks inmiddels meer dan 4000 artikelen. Daarmee wil ik allerminst beweren dat we hier de redding van de journalistiek voor onze ogen zien ontstaan. Zo zal absoluut een fors deel van die ruim 10.000 artikelen in een of andere vorm ook elders te lezen zijn. En zo kun je ons terecht verwijten dat we bar weinig aan klassieke onderzoeksjournalistiek doen.

Maar daar staat – naast de waarde voor de miljoenen gebruikers die elke maand hun lokale nieuws op dichtbij zoeken en brengen – ook heel wat tegenover: het avontuur op zichzelf. Niemand weet wat in de toekomst echt gaat werken (wij ook niet) maar voor TMG is dat geen reden geweest om dan maar te gaan afwachten tot iemand met het gouden ei komt aanzetten. We zijn het laboratorium ingegaan, hebben wat bedacht en zijn dat, na een periode van testen, nu in de harde praktijk aan het brengen. Zélfs als het over een paar jaar een faliekante mislukking blijkt te zijn, heeft het de sector in elk geval een vracht aan kennis en ervaring opgeleverd. Om nog maar te zwijgen over het enorme plezier bij de makers en het veldmateriaal voor nog vele jaren van prachtig media-onderzoek voor Piet Bakker en consorten.

Graag gedaan 🙂