Een hoopvol scenario voor de journalistiek

Acht knappe mediakoppen, twee deskundige spelleiders, een team van drie factcheckers en 180 betrokken toeschouwers stonden gisteren voor een zware opgave: de redding van de journalistiek. Dat dat doel net iets te hoog gegrepen was, accepteerde iedereen bij voorbaat. Dat het desondanks een vrolijke avond werd, was mooi meegenomen.

Maar nu we het er toch over hebben; wat zou het scenario kunnen zijn voor de komende jaren? Is er nog redding voor de journalistiek?

Al vaker is de vergelijking tussen de mediasector en de muziekindustrie gemaakt om aan te geven welke kant het op gaat. De totale instorting van het “oude model” (alle macht bij de platenlabels) lijkt zich immers te herhalen in medialand. Dat levert een somber beeld op: wat gaan we missen als de traditionele redactie-organisaties, nu nog goed voor vrijwel alle belangrijke grote journalistieke producties, zouden wegvallen?

Maar misschien is er ook wel hoop te putten uit de muziekwereld. Of, zoals Philippe Remarque gisteravond zei, “ik heb niet de indruk dat de muziek van 2013 nou zo veel slechter is dan die van pakweg 40 jaar geleden”. Gelijk heeft-ie.

Waar het om zal gaan is de acceptatie dat een carrièrepad dat in de jaren ’70 nog zo vanzelfsprekend was, tegenwoordig niet meer bestaat. Maar dat talent en kwaliteit uiteindelijk toch wel komen bovendrijven. Wat ik daarom voor me zie is een journalistieke sector die begint met enthousiaste, gedreven eenlingen die op basis van hobby en vrijwilligheid gaan publiceren. Ze zoeken elkaar en hun “meesters” (in officiële scholen of in privé-omgevingen) op om zich verder te bekwamen.

Sommigen zullen nooit verder komen dan de vrijwilligersstatus, anderen stijgen daar op een gegeven moment bovenuit. Zij vinden een publiek dat geld over heeft voor hun kwaliteitsproducten, of dat nu een artikel, een video, een lezing of een boek is. Er zullen eenlingen met een sterk specialisme blijven, maar anderen zullen zich prettiger voelen in een “bandje”, een collectief waarbinnen specialismen samenklonteren.

Op een beperkt aantal plaatsen blijft ruimte voor de grote orkesten; redacties die min of meer te vergelijken zijn met wat we nu kennen. Ze kunnen dat doen dankzij de inbreng van externe geldschieters: overheden, mecenassen, sponsors.

Het goede nieuws is dat er – zolang we  in een vrije democratie leven – een natuurlijke behoefte zal zijn aan relevante informatie. En omdat vraag ook aanbod creëert, zal de journalistiek overleven. Het slechte nieuws is dat de organisaties die daar nu hun beurswaarde op gebaseerd hebben, uiteindelijk op zoek moeten naar een nieuwe business.