Aaron Swartz: de vrijheid van kennis

Aaron Swartz in 2009. Foto Sage Ross, Wikipedia

De zondag was zonnig in Nederland, maar de waterval aan berichten over de zelfmoord van Aaron Swartz hield me aan de laptop gekluisterd. 26 jaar pas was hij, en een internetheld op alle fronten. Die status verdiende hij met de diensten die hij al vanaf zijn vroege tienerjaren hielp te bouwen (de RSS-feed, Reddit), maar vooral ook vanwege zijn principiële houding rondom de vrije toegang van informatie.

Het ene artikel dat ik over hem las leidde als vanzelf tot het volgende. In een paar uur tijd werd het oppervlakkige beeld dat ik vorige week nog van hem had, volledig onderbouwd en ingekleurd. Als een stortvloed aan inhoudelijke experts zich ineens massaal op een onderwerp richten, is het internet tot wonderen in staat.

Ik ging van de eerste meldingen over zijn dood naar analyses van juristen en bloggers, en kwam via zijn speeches op YouTube terug bij de zo bepalende documenten van het Department of Justice. Wie mee wil lezen, vindt hier een mooie selectie. En wie net als ik verder de diepte in wil, kan op de tientallen links klikken waarmee deze artikelen gelukkig doordrenkt zijn.

Precies zoals Swartz het voor ogen zag. Want als iets zijn leven bepaald heeft, dan is het de strijd voor het absoluut vrije verkeer van kennis. Het is, als we de verklaring van zijn naasten er bij pakken, zelfs zijn dood geworden. Swartz had al eerder openlijk geklaagd over depressies, maar kwam die niet meer te boven na de aanklachten vanwege (onder meer) internetfraude en diefstal.

In juli 2011 werd hij aangeklaagd voor het inbreken in JSTOR, een dienst die – tegen betaling – wetenschappelijke en literaire tijdschriften verspreidt. Hij had, volgens de aanklacht, 4,8 miljoen artikelen en documenten gedownload. Ofwel: vrijwel de gehele JSTOR-bibliotheek. En ofschoon JSTOR zelf de klacht al lang weer had ingetrokken (nadat Swartz alles had teruggegeven en had verzekerd er verder niets mee te willen doen) volhardde de openbare aanklager in de zaak. Er hing Swartz 35 jaar gevangenisstraf en ruim een miljoen dollar aan boetes boven het hoofd.

Dat waren bedreigingen die Swartz’ incasseringsvermogen te boven gingen.

Voor de goede orde: het ging om aanklachten, geen veroordelingen. De bewijzen moesten nog komen, net als een finaal oordeel van een rechter. Maar ook uit de reacties van Swartz zelf was wel al duidelijk dat hij zich realiseerde dat hij zich op een terrein begaf dat op gespannen voet stond met de wet. Mede omdat hij ervan overtuigd was dat die wet niet deugde.

Dus ja, Swartz had kunnen weten welk risico hij liep.

En toch, en toch… En toch roept de hele zaak rechtvaardigheidsvragen op. Niet alleen of het door het Openbaar Ministerie ingezette middel in enige verhouding stond met de begane misdaad (mijn bescheiden mening: nee), maar ook of we niet in algemene zin beter om moeten gaan met mensen die oude waarheden ter discussie willen stellen (mijn onbescheiden mening: ja).

Mijn dag stond vervolgens in het teken van de vraag of een beschaafde samenleving het zich kan veroorloven om kennisverrijking überhaupt te koppelen aan een factuur. Het antwoord: integendeel. Een overheid moet er alles aan doen om nuttige, relevante informatie zo veel mogelijk verspreid te krijgen. En dus voor wetgeving zorgen die dat proces faciliteert. Aaron Swartz wilde met zijn acties aantonen dat al die belangrijke kennis niet achter de betaalmuur van JSTOR mocht blijven (met als direct gevolg dat JSTOR zelf recentelijk 1200 titels heeft vrijgegeven). Een beschaafd land moet strijden om onbeperkte toegang tot breinverrijking. Opdat slimheid niet zal zijn voorbehouden aan degenen die het kunnen betalen.

Dat betekent nog niet dat iedereen, ook na de leerplichtgrens, onbeperkt toegang tot alle onderwijsfaciliteiten moet krijgen. Er zijn simpelweg niet voldoende kundige docenten om dat waar te kunnen maken. Maar het betekent wel dat iedere Nederlander in staat zou moeten zijn om zichzelf met meer dan alleen wikipedia en nu.nl bij te spijkeren in elk onderwerp dat er toe doet. De relevante boeken, documenten, artikelen, moeten beschikbaar zijn.

Én het betekent wat mij betreft dat de overheid ervoor moet zorgen dat relevante, waardenvrije journalistiek bereikbaar blijft (of wordt?). Zodat iedere Nederlander op elk moment op de hoogte kan blijven van gebeurtenissen en ontwikkelingen die hem in zijn bestaan raken. Dit is wat Jeff Jarvis daar vandaag, ook naar aanleiding van de dood van Aaron Swartz, over schreef:

“We from the content business think our value is encased in our content. That is why we sell it, build walls around it, protect it. Inside the Gutenberg Parenthesis, that is the only model we have known. But the net has taught me that content gains value as it travels from person to person, just as it used to, before Gutenberg, when it wasn’t content but was just information.

Google and Facebook have taught me that content’s worth may not be intrinsic but instead may lie in its ability to generate signals about people, build relationships with them, and deliver relevance and value to them. In that, I think, is a new business model for news, one focused on value delivered over value protected, on service over content. For content is merely that which fills something—a page or a minute—while service is that which accomplishes something for someone.

(…)

Aaron Swartz has taught me that content must not be the end game for knowledge. Why does knowledge become an article in a journal—or that which fills a book or a publication—except for people to use it? And only when they use it does content become the tool it should be. Not using knowledge is an offense to it. If it cannot fly free beyond the confines of content, knowledge cannot reach its full value through collaboration, correction, inspiration, and use.”

Kennis is beschikbaar. Maar de verpakking en de verspreiding vormen obstakels. En dat is vreemd.

Een minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap moet hier mee aan de slag. Bijvoorbeeld door weerstand te bieden aan alle lobbies die pleiten voor een systeem dat een gesubsidieerd Lingo of Boer Zoekt Vrouw in stand houdt. Wie geamuseerd wil worden, mag daarvoor zelf betalen (of accepteren dat zijn content gelardeerd wordt met tientallen frivole advertenties). Hetzelfde geldt voor degene die zijn nieuws liever wat specifieker ingekleurd wil zien. Maar wie wil weten hoe exact de pensioenmaatregelen geïnterpreteerd moeten worden, verdient een onafhankelijke en neutrale uitleg. Zodat hij daar zijn leven op kan inrichten.

Deze “eerstelijns-verslaggeving” moet zo toegankelijk mogelijk zijn, niet alleen qua kosten, ook qua distributie. Beschikbaar dus op de platforms die voor elke Nederlander beschikbaar zijn. Tv, internet, radio, papier. Concreet: dat betekent dat de 716 miljoen euro die in 2012 naar de publieke omroepen ging, een betere bestemming mag krijgen.

Interessant in dat kader is de column die NRC-adjunct-hoofdredacteur Marike Stellinga gisteren schreef (helaas niet beschikbaar in het vrije verkeer van informatie). Ze stelt terecht dat er geen enkele logica zit in de financiering van Nederland 1, 2 en 3. “Welke markt faalt hier”, zo vraagt ze zich af. Na enige uitleg stelt ze vast dat programma’s als Studio Sport en Pauw&Witteman het ook wel zonder die steun zouden redden, maar dat dat niet geldt voor onderdelen als Andere Tijden of Buitenhof. Om daaruit te concluderen dat voor een generieke steun weliswaar geen reden is, maar dat afzonderlijke programma’s die wel verdienen. Stellinga:

“Het probleem is dan wel dat de overheid waarschijnlijk programma’s subsidieert waar vooral welgestelden naar kijken. (…) Maar goed, anders zouden die programma’s (of de opera) waarschijnlijk niet bestaan. En dus heeft de overheid een (bescheiden) rol.”

Die theorie deugt, maar helaas trekt Stellinga deze onvoldoende door. Gezien de standpunten van haar werkgever – NRC Handelsblad – houdt ze wijselijk haar mond over steun aan andere kanalen dan tv. Terwijl het toch geen enkel inhoudelijk verschil moet uitmaken op welk medium de gewenste kennisoverdracht plaatsvindt.  Gesubsidieerde kranten zijn even goed of slecht als gesubsidieerde radio, tv of internet. Wat wel of geen steun verdient zou slechts moeten afhangen van het inhoudelijke belang. Een onbeduidend krantenartikel dus net zo min als een waardeloze tv-show. Maar een relevant radio-interview net zo zeer als een duidend internetstuk.

En dus wil ik – met Aaron Swartz – dat mijn regering er alles aan doet om het vrije verkeer van relevante informatie mogelijk te maken. Om te beginnen door staatssecretaris Sander Dekker de opdracht te geven die 712 miljoen euro, of wat daar na 2012 nog van over is, eindelijk doelmatig te gaan besteden. Maar uiteindelijk ook via wetgeving die alle aanbieders van dit soort content in staat stelt deze kostenneutraal (voor producent en consument) beschikbaar te stellen.