Geef ons toch feiten – of is dat een mening?

Twee columnisten – Bas Heijne en Jan Kuitenbrouwer – vinden dat de serieuze journalistiek te veel ver-parishiltoniseert en ver-rafensylvianiseert. “Om altijd maar zoveel mogelijk publiek te trekken, wordt alles opgeleukt.” Ze krijgen veel bijval voor die gedachte en kijk aan, de serieuze journalistiek (lees: de hoofdredacteuren van NOS, RTL, NRC en de Volkskrant) voelt zich aangesproken en schiet in de verdediging. Dat moest wel tot een debat leiden.

Het vond gisteravond plaats en organisator RTL Nieuws had er ook nog een prachtig thema aan verbonden: geef ons feiten. En feiten kregen we. Belangrijkste feit van de avond bleek wel dat de hoofdrolspelers – Marcel Gelauff, Peter Vandermeersch, Philippe Remarque en Harm Taselaar – ons verzekerden dat er “meer feiten dan ooit” in hun producten te zien en te lezen waren. Of was dat nou een mening?

Vandermeersch had het boek over de historie van de krant meegenomen om ons ervan te doordringen dat ook vroeger (1954!) al de behoefte aan verhalen over vliegende schotels en andere leukigheden al groot was. “Er zijn ook echt wel tijden geweest dat we minder presteerden. Maar wie nu beweert dat we te weinig feiten brengen, spreekt onzin en moet echt ophouden met die geertmakkisering van de werkelijkheid.”

Remarque gooide er nog een flinke schep bovenop: “We brengen meer feiten dan de lezers aan kunnen.” Maar hoe zit het dan met al die hypes die maar telkens voorbij komen, wilde iemand uit het publiek weten. Daar had de Volkskrant-hoofdredacteur een prima oplossing voor. “Hypes zijn er vooral in de hoofden van mensen die te veel media zien. Het is net alsof je een spijkerbroek zoekt, de Kalverstraat oploopt, dan van de ene spijkerbroekenzaak in de andere wandelt en aan het einde van de straat klaagt dat er spijkerbroekenhype is. De oplossing is simpel: beperk je mediagebruik tot één krant en voeg daar als je echt wil ‘s avonds hoogstens nog wat tv aan toe.”

De vier hoofdredacteuren bleken bijzonder tevreden met hun prestaties. Ja, het internet had hun positie wel veranderd; ze moesten er bijvoorbeeld veel harder door werken, harder vechten om de strijd te blijven winnen. Maar dat had hun producten eigenlijk alleen maar verbeterd. Opvallend daarbij was dat alle vier vooral nog de ogen gericht bleken te hebben op hun “klassieke” producten: tv, radio, krant. Internet kwam vrijwel alleen ter sprake als stoorzender, als spelbreker. Ja, het internet bood grote mogelijkheden, maar aan de andere kant: wat een gedoe allemaal.

In de persoon van Kees Boonman vroeg het publiek zich direct na de pauze hardop af waar die zorgen over de journalistiek dan toch eigenlijk vandaan konden komen. “Blijkbaar heb ik me vergist, er is helemaal geen crisis. De oplages en kijkcijfers gaan alleen maar omhoog, we zijn beter dan ooit. Excuses dat ik twijfels had, het gaat hartstikke goed. Heren, gefeliciteerd!” Het leverde het enige applaus van de avond op.

Natuurlijk zagen de vier ook wel wat problemen op zich af komen, maar die kwamen pas op tafel nadat er nadrukkelijk om gevraagd werd. Vandermeersch zei toch nog wel eens wakker te liggen van de vraag hoe die kwaliteitsjournalistiek van zijn redactie ook in de toekomst betaald kan worden. “Hoe houden we economisch draagvlak? Hoe betalen we onze redacteuren in een tijd dat de samenleving denkt dat journalistieke activiteiten gratis zijn? We kunnen hun salaris echt niet in eyeballs of pageviews uitkeren. We zullen de maatschappij ervan moeten doordringen dat er echt geld betaald moet worden voor onze producten. Maar of ons dat lukt… daar lig ik wel eens wakker van ja.”

Remarque was er als de kippen bij om dat beeld bij te stellen. “Kom op zeg, er is geen reden om pessimistisch te zijn. Het internet is al vijftien jaar op zijn hoogtepunt en kijk eens hoe geweldig wij het nog steeds doen!”

Ook Gelauff had zijn zorgen. Hij zei het dan wel totaal niet eens te zijn met de kritiek dat de popularisering had geleid tot een debilisering (Heijne: “toegankelijkheid hoeft niet te leiden tot dumbing down, maar het gebeurt wel nu”), toch zag hij wel een andere spagaat voor de NOS. “Wij moeten iedereen bereiken, een breder publiek dan het onze is er niet. Rijk, arm, jong, oud, slim en dom, iedereen. Al die mensen vragen nieuws op maat van ons. Maar tegelijkertijd moeten we dat doen met steeds minder redacteuren. En dan verwacht de politiek ook nog eens van ons dat we onze rol spelen in de cohesie van de samenleving. Ga er maar aan staan.”

Dat die cohesie niet zijn taak hoefde te zijn, daar was RTL’s Taselaar wel blij om. Maar ook hij kon wel een echt probleem bedenken. “Zijn we met zijn allen wel goed genoeg? Zijn we nieuwsgierig genoeg, doen we wel genoeg ons best om alle relevante onderwerpen te vangen?” Met zijn antwoord zal hij vanochtend ook op zijn eigen redactie heel wat uit te leggen hebben. “Weet je wat ons probleem echt is? Journalisten zijn eigenlijk gewoon lakse honden.” Geef ons feiten.