Wie regie vraagt, zal chaos oogsten

Volle bak gisteren bij de Noorder Pers Sociëteit

De noorderperssociëteit hield gisteravond een debat over de regiojournalistiek. De mediaclub uit Groningen vond het na al die debatten over de landelijke journalistiek wel eens tijd worden voor een specifieke blik op de regio. Begrijpelijk. Minder begrijpelijk was het thema van de avond: “wie krijgt de regie in de regio?” Net als Jeroen Smit en Jan Dijkgraaf mocht ik een duit in dat zakje doen. Hieronder mijn bijdrage van gisteravond:

Het regionale medialandschap is aan het verschuiven, zo lezen we in de aankondiging voor dit debat. Tja, daar is geen speld tussen te krijgen. Die verschuiving kan niemand ontgaan zijn. En dan zijn we in dat proces nog niet eens half weg. Hoewel, de traditionele media waar het allemaal om draaide, zijn inmiddels wel degelijk half weg. Verdwenen achter een horizon van content creërende burgers.

Startpunt van de verschuiving was natuurlijk de opkomst van het internet, in de loop van de jaren ‘90. De traditionele media – tv, radio, kranten, tijdschriften – stonden er achtereenvolgens met onbegrip, onverschilligheid, hoop, verongelijktheid en agressie tegenover. Of eigenlijk is met de komst van telkens een nieuwe emotie, de eerdere niet verdwenen. Het niet opgeloste onbegrip, de hoop-tegen-beter-weten-in en de dieper wordende verongelijktheid vormden als het ware de ideale voedingsbodem voor de huidige agressie.

Wij, de vertegenwoordigers van de oude en vertrouwde media-standaarden zijn boos. Wat zeg ik? We zijn woest! Woest omdat nieuwe spelers zich bemoeien met het werk dat nog niet zo lang geleden was voorbehouden aan ons selecte genootschap van specialisten. Ziedend omdat ze de burchten van waaruit we de wereld zo lekker konden overzien, hebben afgebroken. We zijn pisnijdig omdat ze daadwerkelijk aan de haal zijn gegaan met de content die we even daarvoor zo fijn voor ze in de digitale etalage hebben gezet (“ja hey: als ik iets gratis aanbied is het nog niet de bedoeling dat je daar ook daadwerkelijk iets mee gaat doen hè”).

Want ons kan het toch niet aangerekend worden dat dat stomme internet er ineens was? En hebben wij ooit gevraagd om social media? Nou dan.

Ach, we zijn allemaal wel eens boos omdat het even tegen zit. En ja, dan komt er wel eens een ongefundeerd argument uit onze koker. Dat is allemaal geen ramp. We zijn gefrustreerd, schreeuwen dat van ons af en gaan over tot de orde van de dag. Wie zelf wel eens op internet zit, heeft waarschijnlijk allerlei mooie methodes gevonden om zichzelf hiervan te vrijwaren. Of doet er, vanwege een gedeelde of juist tegenstrijdige frustratie, driftig aan mee. De roze Khmer is een gevaar voor de samenleving, die rare rechtbankverslaggever uit Groningen is een zak stront, dat orakel uit Friesland hoereert zich een weg door de journalistiek, die kerel van dichtbij jat alles wat los en vast zit bij elkaar. En o ja, die Demmink hè, die moet…, ach vul zelf maar in.

Maar serieus: wat eigenlijk veel erger is, is dat de organisatie van dit debat er blijkbaar nog op rekent dat iemand hier regie over gaat voeren. Letterlijk was de vraag aan ons: ‘Wie krijgt de regie in de regio?’ Nou, vergeet het maar. Vaarwel regie, hallo chaos. Want als iedereen de regie opeist, wat momenteel het geval is, is dat het enige logische gevolg. Logisch toch? Wie er anders over denkt laat zijn gewenste wereld te veel in de weg komen van de realiteit.

Pak een provincie als Groningen. Bijna 600.000 inwoners, pakweg een half miljoen ouder dan 13 en dus online actief. Dat zijn 500.000 nieuwsmakers, 500.000 zenders, 500.000 mensen die iets vinden. En als ze dat nou eens allemaal op één kanaal deden, dan zouden we er nog zicht op kunnen houden. Nee, ze menen niet alleen te moeten facebooken en twitteren, ze knallen al die ongein ook nog eens op hun eigen weblog, op pinterest, op Google+, you name it. En oh ja, heel soms doen ze dat ook nog op de platforms van de “officiële media” zoals RTV Noord en het Dagblad van het Noorden. En om het nog wat onoverzichtelijker te maken gaan ze daarnaast niet alleen op ons maar ook nog eens allemaal op elkaar reageren. Dat doen ze natuurlijk vooral om hun eigen standpunten wat extra gewicht te geven, hun mening of producten te verkopen en steun voor hun partij te vragen, maar soms – echt waar! – ook om nieuwe feiten aan te dragen.

Orde aanbrengen in die chaos is een illusie. Regie claimen op de regionale journalistiek is een idée fixe van mensen die met een kapot jampottenbrilletje en oogkleppen op het mediaspeelveld proberen te overzien. Naïviteit is iets voor thuis, achter de gordijnen.

Nee, regie gaat er niet meer komen. Maar er is desondanks reden voor optimisme. Zowel vanwege de ongekende hoeveelheid beschikbare data (wat een snoepwinkel!) als vanwege de lol die daaruit voortkomt voor een zichzelf serieus nemende journalist.

Dus als er één taak is die de journalistiek zichzelf de komende tijd mag opleggen, is het wel om uit die chaos de waardevolle inhoud te destilleren. Inhoud waar anderen waarde aan hechten en – doe eens gek – misschien zelfs wel voor willen betalen. Wanneer iedereen onderdeel is geworden van de publicatiemaatschappij, is het aan de professionals – ja, die goeie ouwe journalisten dus – om de zaken te vinden die echt van belang zijn. Om daar vervolgens hele mooie dingen mee te gaan doen. Die zo goed zijn dat ze komen bovendrijven in die oceaan van chaos. Regieloos, maar wel zichtbaar.

En de toekomst van de regiojournalistiek? Dat wordt een feestje. Zonder regie, maar met het heft in eigen handen. Letterlijk. Wie kwaliteit levert (plat gezegd: alles waar een publiek voor is of waar een regionale maatschappij geld voor over heeft) zal overleven. Wie dat niet klaarspeelt, rest niets anders dan onderdeel  te worden van het chaotische publiek.

Alle reden dus om die professionele boosheid opzij te schuiven en je waarde te gaan bewijzen. Het is echt niet onmogelijk.