Tijd voor een Nieuwe Opleiding Journalistiek

De Vereniging Veroncia, het ANP en ThePostOnline brengen in de zomer van 2013 twee weken lang dertig ondernemende, talentvolle jonge journalisten samen om journalistieke producten te bouwen. Het is in dit “bootcamp” volgens de initiatiefnemers de bedoeling om “naast de journalistiek, de vorm en mogelijke manieren van presenteren uit te testen op het publiek.” Experimenteren in de praktijk dus, maar wel vanuit harde journalistieke beginselen en op basis van maatschappelijk relevante thema’s. Het mooie is dat niet alleen journalisten, maar ook interactive designers en hackers onderdeel zijn van het bootcamp. De thema’s die tijdens de bootcamp behandeld worden houden verband met maatschappelijk relevante onderwerpen.

Geweldig concept. Waarom kunnen alle opleidingen journalistiek niet zo werken?

Natuurlijk, er blijft voorlopig nog wel enige behoefte aan afgestudeerde oude-stijl-journalisten. Maar waar ooit 100% van hen een plek vond bij de traditionele journalistieke werkgevers, is dat nu nog maar een fractie daarvan. En zal dat alleen maar minder worden. Tot de nulgrens bereikt is, binnen nu en een paar jaar. Deze trend, die op zich al alle opleidingen aan het denken zou moeten zetten, wordt alleen maar versterkt door het gegeven dat er totaal geen plaats meer is bij deze traditionele bedrijven. Anders gezegd: studenten journalistiek worden ofwel voor de verkeerde markt opgeleid, ofwel helemaal voor niks opgeleid.

Dat lijkt zelfs voor de beste opleiding journalistiek geen houdbaar concept. Iets wat de scholen zelf ook al was opgevallen, getuigen de constante curriculumaanpassingen die de laatste jaren voorbij zijn gekomen. Maar de effecten daarvan zijn nauwelijks zichtbaar. Een vierjarige HBO-opleiding die besluit het curriculum aan te passen, kan daarmee nooit zomaar in jaar 4 beginnen. Daarvoor vormen de vier jaren te veel een organisch geheel, met logische stappen van jaar tot jaar. En dus moet er eerst een compleet nieuw curriculum voor alle vier jaren bedacht worden, dat wederom logische samenhang vertoont. Zo’n proces op zich kost al jaren, en dan moet de uitvoering nog beginnen. Concreet: als in jaar 1 het besluit valt, kan alles in jaar 2 op de tekentafel om in jaar 3 te worden goedgekeurd (liefst vóór de introductiedagen voor nieuwe studenten, zodat die weten waar ze aan toe zijn). In dat scenario gaan in jaar 4 de eerste studenten ermee aan de slag en zullen dus in jaar 8 pas de eerste “nieuwe” afstudeerders de markt op komen. Om daar waarschijnlijk tot de ontdekking te komen dat alles daar al weer compleet anders dan tijdens de opleiding werd voorgesteld.

Het is de opleidingen zelf nauwelijks te verwijten, maar het probleem is ernstig genoeg. En wat geldt voor de HBO’s, geldt mutatis mutandis ook voor de wetenschappelijke opleidingen en voor het MBO. We zullen dus naar een nieuwe standaard moeten.

Terug naar Veronica’s bootcamp. Een opleiding gemodelleerd naar dit idee, zou studenten aannemen die al een diploma van een basisopleiding in hun zak hebben. Een bachelor in economie, Nederlands, geschiedenis, design, techniek, rechten of wat dan ook. Elk specialisme heeft zijn waarde, omdat het kan leiden tot de journalistieke verdieping die de maatschappij zo nodig heeft.

Aan de opleiding zelf komen in het eerste jaar de noodzakelijke journalistieke technieken, vaardigheden en basisbeginselen aan bod. Alles online-only, want dat is de plek waar journalistiek het beste tot zijn recht komt. Een belangrijke plaats in het lesrooster is ook weggelegd voor ondernemerschap: hoe kan een afgestudeerde met de verworven kennis uiteindelijk zelfstandig zijn brood verdienen? Tegelijk wordt een aanzet gegeven tot het “meesterstuk” dat uiteindelijk de afronding van de opleiding zal zijn. Deze afstudeeropdracht kan individueel worden uitgevoerd, maar liefst in groepjes met elkaar aanvullende vaardigheden. Een Neerlandicus met een designer, een technicus en een statisticus zou bijvoorbeeld een prachtige match kunnen opleveren.

Het tweede jaar is gericht op de uitvoering van dat meesterstuk – dat natuurlijk aan een aantal door de opleiding opgelegde voorwaarden moet voldoen. Inhoudelijk en qua vorm kan het van alles zijn, liefst aansluitend bij de genoten bachelor-kennis. Er wordt een app gebouwd, een website ingericht, een journalistieke game gecomponeerd. En daarbij gaat het natuurlijk maar zijdelings om de bouw zelf. Doel is niets meer en niets minder dan liefst al tijdens de opleiding (maar zeker toch direct daarna) met dit product of deze dienst een goed lopende business te kunnen runnen.

De rol van de docenten in het tweede jaar is in te grijpen op het moment dat ze zien dat bepaalde onderdelen (maatschappelijk relevante journalistiek, een werkend verdienmodel, een technisch concept dat klopt, etc.) niet de aandacht krijgen die ze nodig hebben. Op die momenten worden de studenten teruggeroepen in de collegebanken om op die specifieke onderdelen opnieuw bijgespijkerd te worden.

Aan het einde van jaar 2 (met een uitloopmogelijkheid van een half jaar) moet de student klaar zijn voor het grote werk. Hij krijgt, bij goede resultaten, zijn diploma en gaat eigenlijk ongemerkt verder met het werk waar hij het jaar daarvoor al volop mee aan de slag was.

Het is een ideaalbeeld dat, om de eerder genoemde redenen, niet 1-2-3 realiteit zal zijn. Er is namelijk niet alleen een complete curriculumwijziging voor nodig, maar tevens een compleet andere staf. Ja, er zijn nog steeds (of weer) journalistieke hoogvliegers nodig, vakbroeders die hun sporen verdiend hebben in het echte werk en dus hoogstens parttime docent kunnen zijn. Maar er is tevens behoefte aan nieuwe inhoudelijke kennis, aan internetliefde, aan ondernemerschap. En aan alle kennis die daarvoor van belang is.

Er is dan ook slechts één weg om dat te realiseren: door niet de opleidingen te vragen hun beleid en praktijk langzaam maar zeker om te gooien, maar door náást de bestaande opleidingen direct de nieuwe te laten beginnen.

(deze bijdrage is onderdeel van het boek “Journalistiek na de Crisis”, dat komende zomer verschijnt)