Een nonopolie in medialand

TMG-topman Cees van Steijn gooide vorige week de knuppel in het hoenderhok, met zijn voorspelling dat er op termijn nog maar twee grote mediaconcerns overblijven in Nederland. “Binnen een aantal jaren zal er in Nederland een geringer aantal mediapartijen zijn. Persoonlijk denk ik dat er twee overblijven”, zo citeerde het Financieele Dagblad hem op 16 augustus.

Om daar snel aan toe te voegen dat “het een mooie uitkomst zou zijn” als het zou gaan om TMG en de Persgroep (eigenaar van Trouw, de Volkskrant, AD en Het Parool). Dat zou het einde betekenen van bedrijven als NRC Media, FD Mediagroep, Wegener en NDC Me­diagroep.

Dat kon Jacques Kuyf, de baas van de FD Mediagroep, natuurlijk niet over zijn kant laten gaan. Een dag later liet hij in zijn eigen krant optekenen niets te zien in een overname door TMG. Maar zelfs los daarvan klopte Van Steijns plaatje van het “duopolie” niet, aldus Kuyf.  Naast de twee door Van Steijn genoemde partijen, ziet Kuyf zeker ook nog ruimte voor een conglomeraat van regionale titels: Wegener/HDC/HC.

Piet Bakker (lector journalistiek aan de hogeschool Utrecht) verwerpt beide theorieën. Eveneens geciteerd in het FD, laat hij weten dat er op het gebied van drukken en verspreiden misschien nog wel samenwerkingen mogelijk zijn, maar dat daarmee de kous wel zo’n beetje af is qua schaalvergroting. In het FD: “Bij de Perscombinatie (PCM) en Wegener is het allemaal mislukt. (…) De vraag is welke schaalvoordelen er nog vallen te behalen.”

Komt er dus een duopolie, een triopolie, of misschien toch een multipolie in het Nederlandse medialandschap? Dat bekende grote Nederlandse spelers als Sanoma, RTL en NPO niet werden genoemd in de FD-analyses (terwijl het toch uitdrukkelijk ging om “mediapartijen” en niet om krantenbedrijven), is al een teken aan de wand. Maar er is meer aan de hand. Er zijn twee belangrijke ontwikkelingen die een compleet ander licht werpen op deze inschattingen. De ene heeft te maken met internationalisering, de andere juist met lokalisering van/in de media.

Internationalisering

Wie denkt het Nederlandse medialandschap te kunnen opdelen tussen vaderlandse spelers (ja, ook de Persgroep is inmiddels gewoon een Nederlands bedrijf), rekent buiten de waard. En de waard zit, zoals wij weten, in Palo Alto. Ondanks het kleine taalgebied (een ogenschijnlijk voordeel tegenover buitenlandse concurrenten), zijn grote buitenlandse partijen al volop actief in ons land. En met groot succes. Google, zowel qua impact als qua omzet, staat onbedreigd op de eerste plaats. Maar ook Facebook rukt op en onlangs heeft zelfs Twitter een Nederlandse vestiging geopend.

Daarnaast zijn er nog vele tienduizenden andere grote en kleinere spelers die hun media-activiteiten volstrekt grenzenloos kunnen uitvoeren, simpelweg omdat taal geen grote belemmering voor ze vormt. Welke Nederlandse werkzoekende heeft ooit geklaagd dat het hoofdkwartier van LinkedIn in Mountain View staat? Deze bedrijven ontwikkelen hun activiteiten via online platforms of apps en bieden deze direct aan de wereldbevolking aan. Niet al die diensten zijn actief op exact hetzelfde terrein als TMG, Persgroep, Wegener etcetera, maar ze concurreren wel op dezelfde mediagebruikersmarkt.

Het is overdreven te stellen dat Google in ons land op een monopolie afstevent (er is bovendien wetgeving om dat te voorkomen), maar in de strijd om de eyeballs en de euro’s, is het een misverstand om deze dominante partij onbenoemd te laten. Anders gezegd: door te doen alsof de strijd tussen mediapartijen in Nederland een Nederlandse strijd is, wordt het zicht op de werkelijkheid onnodig beperkt.

Lokalisering

Piet Bakker stipte het al aan: de trend van de schaalvergroting lijkt uitgewerkt. Dat wil niet zeggen dat sterke mediaconcerns hun pogingen daartoe op korte termijn zullen staken. Zoals ook Wegener-topvrouw Susan Duinhoven volgens het FD zei: “Iedereen praat met iedereen.” Maar het betekent ook dat er een tegentrend ontstaat: op lokaal niveau grijpen nieuwkomers hun kans om zelf een mediadienst op te zetten. Elke gemeente telt maar liefst 27 platforms voor lokaal nieuws, zo becijferde het Stimuleringsfonds voor de Pers eerder dit jaar.

En dan hebben we het alleen nog maar over nieuws. Op elk mogelijk thema zijn bloggers actief; gemeentes en andere lokale instellingen faciliteren platforms voor van alles en nog wat; sportbonden hebben hun eigen informatiestructuren ontwikkeld; bedrijven en belangengroeperingen kunnen zonder enige investering hun boodschap bij hun doelgroep kwijt.

Het speelveld is, kortom, vele malen geschakeerder – maar daarmee ook chaotischer – dan de traditionele mediamachthebbers het willen doen geloven. Een monopolie in medialand is nog ver weg. Maar een duopolie zal er ook niet snel komen. Zelfs een multipolie lijkt nog te veel gevraagd.

We stevenen af op een nonopolie.

 (illustratie van annieinfinite.com)