Uit de As van Dode Bomen: George Brocks journalistieke optimisme

Nog is de journalistiek niet verloren. Dat wil zeggen, áls journalisten in staat zijn om te gaan zien wat hun waarde werkelijk is. En dat is momenteel wel een probleem, zegt George Brock in zijn boek “Out of Print”.

Hoewel Brock zowel in eigen land (Engeland) als in de World association of Newspapers (WAN) decennialang het belang van kranten heeft bevochten, heeft hij inmiddels al zijn kaarten op online gezet. Waarbij hij ook nog eens cijfermatig onderbouwt dat de neergang van een pluriform krantenlandschap niets te maken heeft met de opkomst van internet. Die neergang was in de westerse wereld veel groter vóór internet dan tijdens. “This does not mean that ‘print’ will die. It means that the business model for daily newspapers is in trouble and that trouble is most acute for general interest newspapers.”

Niet alleen de kranten hebben het zwaar te verduren in Brocks boek; dat geldt ook voor de organisaties erachter. Omdat deze zo succesvol en efficiënt waren, hebben ze er nooit bij stilgestaan dat aanpassingen nodig waren – zelfs niet toen, na de opkomst van het internet, hun traditionele speelveld stap voor stap door anderen werd ingenomen. “If one conscientiously reviews changes made in news organizations in recent decades, it seems clear that the changes introduced have been highly limited, cosmetic, and weak efforts to preserve a gilded age of journalism or have been designed to soothe investors and give the impression of active managerial responses to the changing environment.”

En dat geldt, aldus Brock, zelfs voor de individuele journalist. Die zou best wat kritischer naar zichzelf mogen kijken. “Journalists, who often lectured politicians and business people on the need for adaptability and openness to change, mostly did no better: they were in favour of change in theory, provided that in practice it affected someone else.”
Dat gaat zelfs zo ver dat journalisten – net als hun bazen – in het idee zijn gaan geloven dat nieuwsconsumenten maar wat dieper in hun geldbuidel moeten gaan tasten om de journalistiek te redden. Maar “this feeling does not equate to a business model”. En hoewel Brock paywalls niet geheel terzijde schuift in het rijtje met mogelijke journalistieke verdienmodellen, zijn er volgens hem maar weinig titels die dat ook werkelijk klaar gaan spelen. “The fact that readers like you is not enough to support an online paywall: readers must need you.”

En dat is, in tegenstelling tot wat veel journalisten en uitgevers willen doen geloven, geen vanzelfsprekendheid. Maar met een beetje goede wil en aanpassingsvermogen kan de slag gemaakt worden. “Newsrooms have precious expertise if journalists can come to see how the value of what they do can be adapted and refashioned.”
De journalistiek hoeft daarvoor niet zijn oorspronkelijke doelen te verlaten, zegt Brock. Maar aanpassingen zijn wel hard nodig. Aanpassingen aan nieuwe technieken, maar ook aanpassingen in de houding van de beoefenaars van het vak. Garanties dat het daarmee dan vanzelf goed komt, zijn er echter volgens Brock niet. Maar aan de andere kant: afgeven op optimisme is te makkelijk. “Journalists who think that optimism about online is irrational or overdone point to the inability of websites to generate the sort of income that supports original, expensive reporting in the public interest. There is no guarantee that this dilemma can be solved − and it is never solved permanently. But it is certain that there is no way back to the news media of the past.”

Brock ziet wel degelijk kansen voor de journalistiek om “op te staan uit de as van dode bomen”. Een journalist is een specialist met vaardigheden die anderen niet bezitten; maar hij moet er wel goed mee overweg kunnen. Belangrijkste drie daarvan: onderzoek, duiding, getuigenverslaggeving.

Het algemeen belang (wat is dat? wie is dat?) speelt in “Out of Print” een belangrijke rol. Journalisten claimen vaak dat ze het algemeen belang dienen. Terecht, zegt Brock, zelfs als je weet dat met name in landen met een vrije pers de serieuze media nooit massabereik hebben kunnen krijgen. Maar als ze dan zo prat gaan op het dienen van dat algemeen belang, dan moeten ze ook accepteren dat dat algemeen belang “terugpraat”, bijvoorbeeld door de kwaliteit van het gebodene te beoordelen. Who guards the guardians? De maatschappij zelf dus. Daarmee komt Brock vanzelf op het onderzoek van de commissie-Leveson en de gevolgen voor de Britse journalistiek. Hij besteedt er een compleet hoofdstuk aan, hetgeen niet vreemd is gezien de impact van Leveson In Engeland.

En daarmee komen we eigenlijk meteen op het voornaamste bezwaar voor de niet-Britse lezer. Brock schrijft goed en uitgebreid over algemene, internationale ontwikkelingen. Maar zijn sterkste referenties en voorbeelden komen toch uit zijn moederland. Wie daar doorheen wil kijken, houdt aan “Out of Print” een mooi journalistiek tijdsbeeld over.

George Brock: Out of Print: Newspapers, Journalism and the Business of News in the Digital Age, Uitgeverij Kogan Page, september 2013