Na 34 jaar nog vol voor de krant

Hans Rube, redacteur Tilburg voor het Brabants Dagblad, nam vandaag afscheid van zijn krant. Na 34 jaar. Hans twittert niet, is nauwelijks vindbaar op internet en heeft een broertje dood aan alles wat online gebeurt. Daar staat een gloeiende liefde voor de krant tegenover. In een heus mini-symposium, vanmiddag in het Tilburgse stadhuis, mocht hij die liefde van alle kanten nog eens laten schijnen.  In een broek met krantenprint.

Maar Hans was ook zo sportief om de Haagse wethouder Henk Kool en mij te vragen daar een weerwoord op te geven. Om het geheel na afloop onder leiding van burgemeester Noordanus nog in een heus mini-debat te laten overgaan.

Het werd een discussie met heldere standpunten voor en tegen, believers aan beide kanten ook, maar tevens een standpuntenstrijd die aan het einde van de middag niet wezenlijk anders was dan aan het begin. Zo’n discussie waarbij emotie en ratio dwars door elkaar lopen om het eigen gelijk te ondersteunen. Het meest verwarrend werd het toen een aantal betrokkenen uit het publiek de krant gelijk gingen stellen aan kwaliteit en online aan bagger. Het is geen nieuw geluid, maar het is er wel een dat net iets te vaak een inhoudelijk debat doodslaat. Alsof we na de pakweg 25 jaar internet nog steeds niet in staat zijn om het prachtige koren van het ongewenste kaf te onderscheiden. En alsof we de ongekende mogelijkheden voor onderzoek, publicatievormen en participatie gewoonweg niet wíllen zien.

Het heeft ook te maken met de “status” die een krant wordt toegedicht (ook een woord dat vanmiddag te horen viel) en die online nog niet zou kennen. “Dus dat zal ook wel met de kwaliteit te maken hebben.”

De liefde voor de krant is enorm bij grote groepen mensen. Ik mag me er ook onder scharen. Niet alleen omdat ik zo’n 25 jaar krantenjournalist ben geweest, maar ook omdat ik nog dagelijks geniet van de vier dagbladen die bij mij bezorgd worden. En toch: realisme én ambitie voor de toekomst kunnen niet anders dan het besef opleveren dat de krant binnen niet al te lange tijd het loodje legt en dat journalistiek dan een volledig online gespeeld spel is geworden. Ja, dat is jammer voor het product krant, maar hey, er komt zoveel moois voor in de plaats. Zoveel kwaliteit ook, áls we dat willen en áls we daar dus als beroepsgroep voor zorgen.

Hoe dan ook krijgen de organisaties die traditioneel verantwoordelijk zijn voor journalistiek in Nederland het moeilijker en moeilijker. Het zal niet lang duren voordat de eerste slachtoffers zijn gevallen. En dat heeft nog grotere gevolgen voor de kwaliteitsjournalistiek dan we nu al zien. Als redacties omvallen, betekent dat simpelweg dat bepaald journalistiek onderzoek niet meer wordt gedaan.

Tenzij we nieuwe inkomstenbronnen vinden.

Het is dan ook aan de huidige uitgevers om daarmee aan de slag te gaan – er zijn kansen genoeg. Maar tegelijk kan een overheid daar niet op wachten. Is het dan een gekke gedachte dat een overheid het op alle niveaus (landelijk, provinciaal, lokaal) tot haar taak rekent om een goed geïnformeerde samenleving te bevorderen? Nee. Recht op informatie zou net als recht op onderwijs, schoon water en onafhankelijke rechtspraak als grondrecht moeten worden gezien. Let wel, het gaat er dan dus niet om de bestaande mediabedrijven te steunen (integendeel, die moeten vooral hun eigen problemen oplossen) maar wel om onafhankelijke journalistiek te faciliteren. Liefst in nieuwe, toekomstbestendigere organisatievormen.

In mijn nieuwe boek “Na De Deadline” (bestel hier als u wilt) noem ik zeven varianten voor overheidssteun, allemaal bedoeld om dat informatie-grondrecht op een goede en onafhankelijke manier te regelen. Eén daarvan haalde ik vanmiddag even aan in de discussie. Kort samengevat: als een gemeentebestuur nu eens zou stoppen met geld te steken in “eigen” journalisten of een overvloed aan voorlichters, maar in plaats daarvan een kleine redactie mogelijk zou maken waarvan de onafhankelijkheid op NOS-achtige wijze gegarandeerd zou zijn. Dan zou deze redactie op lokaal niveau de samenleving (en de democratie) en geweldige dienst kunnen bewijzen door haar analyses, onderzoeken, duiding en achtergronden gratis ter beschikking te stellen van alle serieuze lokale media die er zijn. Als grondstof, als het ware. Die media zelf zouden daar elk een eigen commercieel exploitabel publicatiepakket van kunnen maken.

Burgemeester Peter Noordanus zag wel wat in het idee. En wetende dat de jaarlijkse begrotingsbesprekingen er weer aankomen hield hij, aan het einde van het debat, dan ook maar vast een eerste peiling onder de pakweg 70 aanwezige journalisten en politici. Met handopsteken (Maurice de Hond, eat your heart out) werd duidelijk dat iets meer dan de helft van het publiek het voorstel steunde. Tilburgse gemeenteraad, de maatschappij rekent op jullie 🙂