Directeur De Groene slachtoffer van conflict om principes

Het is op deze plek al vaker aan de orde geweest: hoe belangrijke principes door de tand des tijds verworden tot een blok aan het been voor de journalistieke vernieuwing. Oorspronkelijk bedoeld als hoeder van de kwaliteit en onafhankelijkheid, zijn sommige principes langzaamaan veranderd in hun tegendeel. Ze zijn een belemmering gaan vormen voor onafhankelijk – en vooral: vrij – nadenken.

Ik moest er vandaag weer aan denken naar aanleiding van het gedwongen vertrek van Teun Gautier (link) als directeur van de Groene Amsterdammer. Ongetwijfeld kent de kwestie-Gautier details die op dit moment nog niet publiek bekend zijn, maar op basis van de wel gecommuniceerde hoofdlijnen kun je de zaak op twee manieren bekijken: de dogmatische en de pragmatische.

1. Dogmatisch:

Gautier stemde begin vorig jaar in met een lening aan Edwin de Roy van Zuydewijn voor de publicatie van een boek over (onder meer) diens verhouding met het koningshuis. De redactie van de Groene Amsterdammer was natuurlijk ook bezig met dat onderwerp. Door de steun van de Groene-directeur aan een van de betrokken partijen in een langlopend conflict, ontstaat er een gewetensprobleem. Uit de verklaring van de Groene zelf:

“De Roy van Zuydewijn is echter onderwerp van journalistiek en politiek debat, waardoor de zakelijke handeling van de directeur in verband zou kunnen worden gebracht met de redactionele afwegingen van De Groene. De redactionele onafhankelijkheid en de integriteit van het blad zijn daarmee in het geding en dat is voor bestuur en redactie niet acceptabel.”

Principes zijn essentieel in een zichzelf serieus nemende maatschappij. Sommige principes zijn zelfs zo belangrijk dat ze leiden tot wetgeving of – in extreme vorm – als grondrecht worden vastgelegd. Maar niet alle principes zijn bestand tegen de tijd. Iemand die principieel tegen gemotoriseerd vervoer is, of tegen vrouwenkiesrecht, zet zichzelf willens en wetens buiten de maatschappij. Een journalist die niet met een advertentieverkoper wil praten omdat het statuut een stricte scheiding tussen redactie en commercie voorschrijft, bewijst zichzelf, zijn collega’s en vooral zijn publiek een slechte dienst. En een redactie die haar directeur naar huis stuurt omdat deze steun gaf aan een journalistiek relevant project, schiet in haar eigen been.

Journalisten hebben elke dag weer de nodige afwegingen te maken. Het is dus niet zo gek dat redacties bepaalde afspraken hebben gebundeld in interne regeltjes: op die manier loop je niet het risico dat iedereen maar zijn eigen keuzes maakt. Het gevaar daarvan is echter dat die regels als een molensteen om de nek van de redactie gaan hangen: we hebben het nu eenmaal zo afgesproken, dus iedereen houdt zich er maar aan. Bij de Groene: ergens zal vast liggen dat het bedrijf geen zaken mag doen met partijen die onderwerp van journalistiek onderzoek kunnen zijn. En dus is Gautier zijn boekje te buiten gegaan. Dat hij er anderhalf jaar over gezwegen heeft, maakt dat natuurlijk alleen maar verdachter.

2. Pragmatisch

Toch is er ook een andere kant: iedere Groene-journalist zal beamen dat een boek van De Roy van Zuydewijn journalistieke waarde kan hebben. Een directeur die zo’n boek een duwtje kan geven helpt dus niet alleen de journalistiek en de maatschappij, maar zet tevens de Groene op de eerste rij (voorpublicaties etc). Daarnaast is het simpelweg onzin om het uitgeven van een lening voor een boek te bestempelen als steun aan de inhoud ervan, dus het vermeende verlies aan integriteit is zeer discutabel. Om over een verloren redactionele onafhankelijkheid nog maar te zwijgen: flauwekul.

Het heeft er, met andere woorden, alle schijn van dat niet alleen de interne regels van de Groene aan herziening toe zijn, maar ook dat de redactie zichzelf en De Groene als bedrijf met het wegsturen van de directeur geen goede dienst hebben bewezen. Het principe (ongetwijfeld ooit met reden bedacht) is op de loop gegaan met het inhoudelijk nut en met de primaire functie van een journalistiek medium als De Groene Amsterdammer.

Moet je dan alles altijd maar pragmatisch bekijken? Nee, zeker niet, morele afwegingen zijn nodig om je geloofwaardigheid te kunnen behouden. Een journalist die om pragmatische redenen (zo veel mogelijk clicks, aandacht, geld) een loopje neemt met de waarheid, is geen knip voor zijn neus waard. Maar hetzelfde geldt voor de journalist die vanwege een ooit in statuten, codes of interne regels vastgelegde afspraak, verzuimt te blijven nadenken over oplossingen die zinvol én realistisch zijn.

Het trieste aan de affaire-Gautier is dat de man op basis van verstandig functioneren een principiële loden deur in zijn gezicht heeft gekregen. Veelzeggend zijn dan ook de laatste twee zinnen in de verklaring van de Groene:

“Alle betrokkenen bij De Groene betreuren het dat zij afscheid moeten nemen van een gewaardeerde directeur. Er zal worden gezocht naar een opvolger.”

Gautiers opvolger is bij deze gewaarschuwd: inhoudelijke kwaliteit en financieel succes zijn niet voldoende voor deze functie.

AANVULLING: de oplageontwikkeling van de laatste jaren (Bron: Piet Bakker, tijdschriftcijfers.tumblr)

AANVULLING 2: De Volkskrant meldt (link) dat de overname van Opzij hierdoor ook niet door gaat. Gautier vertrekt ook als financieel directeur van De Correspondent.