Het regionale dilemma: krachtig papier of digitaal gefröbel

Waar de halve krantenwereld zich het hoofd breekt over de manier waarop het internet veroverd moet worden, klinkt in het zuiden een ander geluid. Hoewel hij zich zegt te realiseren dat “de papieren krant een aflopend model is”, wil MGL-directeur Loek Radix nog niet weten van een transitie naar digitaal. “Een goeie krant maken blijft het startpunt voor elke nieuwe ontwikkeling, de rest is voorlopig gefröbel in de marge.”

Media Groep Limburg staat op het punt overgenomen te worden door de Vlaamse uitgever Concentra (bekend van Het Belang van Limburg en de Gazet van Antwerpen). Daarmee gaat voor de Nederlands-Limburgers een lang gekoesterde wens in vervulling: bevrijding van het Mecom-juk. Reden voor het Limburgse maandblad Zuiderlucht om de directeur te interviewen.

Radix is scherp in het interview dat hij gaf aan Zuiderlucht. Scherp over zijn Londense bazen bij Mecom (“inhoudelijk leveren ze geen enkele bijdrage aan de kranten“), scherp over zijn vertrek en terugkeer als directeur (“ik wist dat deze organisatie daardoor redelijk onbestuurbaar zou worden“) en scherp over de toekomst van zijn mediabedrijf:

“Er is een tendens in de krantenwereld om te roepen: “onze toekomst ligt elders”. Dat mag zo zijn, ons uitgangspunt is en blijft het maken van een journalistiek hoogwaardige papieren krant. Dat je die ook op internet publiceert, is tot daar aan toe, maar onze kracht is de papieren krant.”

Kijkend naar het gewenste bedrijfsresultaat op korte termijn heeft Radix zeker een punt. In de nieuwsindustrie doen traditioneel op print georiënteerde ondernemingen het nog altijd het beste op hun vertrouwde terrein: krantenpapier. Dat heeft alles te maken met de vaste gewoontes van het publiek. Natuurlijk, ook Radix ziet dat dit publiek ouder wordt, dat er geen nieuwe lezers bijkomen en dat een toenemend deel van de journalistieke waarde naar internet is verschoven. Maar toch… waarom iets kapot maken dat nog prima functioneert? En waarom risico’s nemen (zoals meedoen aan Blendle) die op dit moment al te groot lijken?

Nou ja, misschien omdat daarmee de kansen voor over pakweg 5 à 10 jaar groter worden?

Het dilemma is niet nieuw – alle kranten worstelen ermee en allemaal hebben ze inmiddels stappen online gezet, de een wat grotere dan de ander. Niemand die het echt weet; iedereen twijfelt over de te kiezen koers die dan ook geregeld half of helemaal wordt bijgesteld. Tegen die achtergrond is de gedecideerdheid van Radix een verademing. Maar inhoudelijk is er ook een nuance op aan te brengen.

Op de eerste plaats is er de zorg voor de langere termijn. Natuurlijk heeft Radix in het interview niet zijn hele strategie kunnen toelichten, maar wie in één adem zegt dat de papieren krant een aflopend model is en tegelijk beweert dat datzelfde papier de basis is van alle activiteiten, heeft nog wel wat uit te leggen. Want als dat internet het dan niet is, wat dan wel? Gaat MGL auto’s verkopen om die journalistieke activiteiten te kunnen blijven financieren? Dat we De Limburger en het Limburgs Dagblad moeten zien als melkkoeien die voorlopig prima produceren maar niet voor nageslacht hoeven te zorgen lijkt immers nauwelijks voorstelbaar – al is het alleen maar omdat Radix het hyperlokale speelveld nadrukkelijk noemt als mogelijk nieuw verdienmodel.

En verdienmodellen is nog maar één deel van het verhaal; de journalistieke uitdaging (de belangrijkste reden voor het publiek om naar die MGL-producten te blijven grijpen) is een ander. Dat er vooralsnog minder financiële eer te behalen is online, mag kloppen, maar journalistiek is het internet ook nu al een snoepwinkel. Niet alleen als graasgebied voor de redactie, maar ook als veelzijdig publicatieplatform en – allerbelangrijkst – als de ideale plek om te interacteren met het regionale publiek. Een medium dat zich, zoals Radix aangeeft, beperkt tot het op “ook op internet publiceren” van dat wat voor de krant bedoeld is, doet zichzelf ernstig tekort. In de woorden van Steve Buttry: “you’ve chosen to be less skilled, less relevant, less visible and less connected.”

Ook dat kan dus niet Radix’ bedoeling zijn, al is het alleen maar voor de kwaliteit van zijn papieren producten. Hoe helder Radix ook overkomt in het interview met Zuiderlucht, ook in Limburg zal het dus een genuanceerd verhaal blijven. De krantensector probeert zorgvuldig het evenwicht te bewaren tussen beschermen wat waardevol is en uitproberen wat kansrijk lijkt. Iedereen worstelt met de balans en waar de een hem lichtelijk laat doorslaan naar het digitale domein, slaat bij de ander de teller een klein beetje de andere kant uit.

Waarbij we ook niet mogen vergeten dat de woorden van de baas minstens zo veel voor eigen gebruik als voor de buitenwacht zijn: een geruststelling aan iedere medewerker die geen zin heeft in gefröbel en vreest voor een al te rigoreuze gedaantewisseling.

Of dat een verstandige opstelling is, weten we over een jaar of vijf 🙂

DISCLOSURE: de auteur was van 1997 tot eind 2005 in dienst van Dagblad De Limburger, onderdeel van MGL.