Meeschrijvers: lekker betrokken of onverantwoord partijdig?

Gesprek over “burgerjournalistiek” in café Prisma van de UvA (foto Martine Scheen, via twitter)

Sinds de opkomst van internet is het – althans onder journalisten – een terugkerende vraag: wat moet je toch met al die mensen die zich op “ons” journalistieke speelveld hebben gemengd? We hebben het over de bloggers, twitteraars en nieuws-amateurs met hun al dan niet serieus bedoelde drang om datgene wat hen bezighoudt ongeremd te verspreiden.

Vaak lijkt het een religieuze discussie, met gelovigen aan de ene kant en ontkenners aan de andere. Maar twee zaken zijn wel duidelijk na twee à drie decennia van stammenstrijd:

  1. het is allemaal niet zo zwart/wit als het lijkt
  2. het is vooral een discussie onder professionals; het bloggende publiek – toch de aanleiding en het onderwerp van de discussies – is er totaal niet mee bezig.

Dat de strijd nog allerminst geluwd is, merkte ik eerder deze week weer tijdens een door de Universiteit van Amsterdam georganiseerd (besloten) debatje. En dat er behoorlijk wat inhoudelijke waarde (sommigen zouden het gewoon journalistiek noemen) kan zitten in zelfs een openlijk partijdige betrokken burger, bleek bijna gelijktijdig uit een reeks bijdragen op Woerden.dichtbij.

Peter Vasterman

Eerst het UvA-debat. Studenten hadden mij voor hun praktijkblok tv tegenover mediasocioloog Peter Vasterman gezet, met als kernvraag wat nu eigenlijk de waarde is van al die burgerjournalisten. Je zou zeggen: vuurwerk gegarandeerd. Immers, Vasterman heeft zich altijd een groot tegenstander getoond van enige journalistieke activiteit door niet-professionals – en ja, ik ben daar juist een warm pleitbezorger van. Daar kwam nog eens bovenop dat de enige uitgesproken negatieve recensie van mijn vorig jaar verschenen boek van dezelfde Vasterman afkomstig is.

Het werd, helaas voor de studenten, niet de oorlog waar ze wellicht op gehoopt hadden. Daarvoor was niet alleen de tijd te kort, maar waren ook te veel nuances voor handen. Misschien ging de angel wel meteen uit de strijd door mijn pleidooi om vooral heel snel de term “burgerjournalistiek” van tafel vegen. Voor de duidelijkheid: die term is er een van angstige professionals – 99% van de publicerende burgers heeft nooit stilgestaan bij de vraag of hun activiteit onder “journalistiek” zou moeten worden geschaard. Hun motivatie is niet om journalistje te spelen. Ze weten iets, denken dat dat relevant is en willen het kwijt. Punt. En of dat journalistiek genoemd moet worden houdt hen totaal niet bezig.

Vasterman benadrukte onder meer zijn punt dat er altijd journalisten nodig zijn omdat burgers altijd een of andere afhankelijkheid of betrokkenheid hebben. Dat iedereen ergens bij betrokken is, daar valt weinig tegenin te brengen. Maar dat journalisten daar een rem op zouden vormen, dat is natuurlijk door tweehonderd jaar moderne journalistiek te vaak zodanig ontkracht dat het op zijn best hypothetische waarde heeft. Anders gezegd: ook journalisten zijn mensen, compleet met hun eigen voorkeuren, interesses en beïnvloedingsfactoren.

Woerden

Vandaar ook dat het zo leuk is om te zien dat CDA-raadslid Job van Meijeren op woerden.dichtbij inmiddels zo’n veertig bijdragen heeft geleverd die ver uitstijgen boven wat je van een pleitbezorger voor een politieke partij zou verwachten. Neem dit stuk over het raadsbesluit om de bouwmogelijkheden in Zegveld te verruimen. Natuurlijk kun je daar als professional van alles tegenin brengen. Zowel vanuit de ons aangeleerde set vaardigheden (hoe bouw je een artikel op, wat voor stijl hanteer je), als vanuit een meer ethische afweging: hoe betrouwbaar is een raadsverslag van de hand van een van de deelnemers aan die vergadering?

Inderdaad, de bezwaren die Peter Vasterman tegen Job van Meijeren (en dichtbij.nl, dat hem faciliteert) zou kunnen uiten, liggen voor het oprapen. Maar er zijn zowel positieve als negatieve argumenten om er ook anders tegenaan te kijken. Positief is dat dankzij deze bijdrage duizenden Woerdenaren op de hoogte zijn gebracht van een voor hen relevante ontwikkeling. Positief is ook dat Jaap den Ouden als communitymanager waar nodig kan aanvullen of aanpassen – maar vooral ook dat hij dit met grote terughoudendheid en respect voor de bron doet (in dit geval bleef zijn rol beperkt tot de toevoeging onder het artikel).

Het meer negatieve argument (en iets waarover zowel journalistiek als overheid zich achter de oren mogen krabben) wordt door de auteur zelf gegeven. Tegen Den Ouden deed hij een boekje open over zijn motivatie:

“Het gebrek aan raadsjournalistiek dwingt ons om op deze manier te informeren (nieuwe werkelijkheid, geen verwijt).”