Het recht om vergeten te worden is een alzheimer-illusie

Het kan nog druk worden in het biechthok van Google

Eerder deze week was het de twittergrap van de avond: De Braziliaanse voetbalbond heeft een verzoek bij Google ingediend om alle verwijzingen naar de 7-1 nederlaag tegen Duitsland te laten verwijderen. Want het moge duidelijk zijn dat geen Braziliaan beter wordt van een leven vol herinneringen aan deze vernedering. We hebben toch niet voor niets dat “recht om vergeten te worden”?

Het team van Scolari heeft pech, want in Zuid-Amerika is zo’n verzoek (nog) ondenkbaar. Hoe anders is dat in Europa. Sinds het Europees Hof begin mei bepaalde dat een Spanjaard in zijn recht stond toen hij vroeg om verwijdering van alle links naar online berichten over de veiling van zijn huis, is het recht om te worden vergeten een Europese realiteit. Volgens de klagende Spanjaard zouden die verwijzingen duidelijk maken dat hij in die tijd – 16 jaar geleden – financiële problemen had en daar had hij genoeg van.

Het vonnis was niet alleen een groot succes voor deze Spanjaard, maar ook voor elke andere Europeaan die een probleem uit het verleden zou willen wegmoffelen. En Google heeft dat inmiddels in de gaten. Alleen al in Nederland waren er begin juli ruim 4000 aanvragen binnen, samen goed voor ruim 16.000 te verwijderen URL’s. Heel Europa was op dat moment goed voor 70.000 verzoeken, ofwel bij elkaar meer dan 250.000 artikelen.

Dat het de nodige mankracht kost om die allemaal een voor een te beoordelen, moge duidelijk zijn. Maar waarschijnlijk interesseert dat de zoekgigant minder dan het principiële feit dat ze deze rol überhaupt opgelegd krijgen. Een bedrijf dat het tot zijn missie heeft gemaakt om “alle informatie ter wereld te organiseren en universeel toegankelijk en bruikbaar te maken” zit niet te wachten op bepalingen die daar lijnrecht tegenover staan.

Bedrijven die getroffen worden door de maatregel (en dus geen Google-verwijzing meer vinden naar een van hun artikelen) krijgen daarvan keurig bericht van Google. Vandaag, 10 juli, kwam ook bij de TMG-collega’s van dichtbij.nl de eerste mededeling van die aard binnen. Een interview met een beveiligingsmedewerker van een middelbare school is binnenkort niet meer in Google te vinden. Hoewel Google verwijst naar de spelregels, blijft de exacte reden voor de verwijdering onduidelijk. Navraag bij de betrokkene geeft vooral veel voer voor verdere discussie: “Ik wil niet meer publiek op internet zichtbaar zijn.”

IJdelheid en illusies

Het recht om vergeten te worden is discutabel. Het is ingegeven door een oprechte zorg om de persoonlijke levenssfeer maar staat op gespannen voet met andere grondrechten – de vrijheid van meningsuiting en de daaraan gekoppelde “free flow of information” voorop. In angelsaksische landen is veel minder begrip voor dit vergeetrecht dan op het Europese vasteland. Met name in de Verenigde Staten was het onbegrip over het EU-vonnis groot. En daar is heel wat voor te zeggen.

Het gaat te ver om te beweren dat de rechters van het Europees Hof met hun vonnis een aanval hebben gedaan op de essentie van het internet (dat immers zijn waarde haalt uit de onderlinge verbondenheid van alle daarop voorkomende losse items). Het internet zal deze slag heus wel overleven. Toch is het van belang om te benadrukken dat het nu geclaimde individuele recht om te worden vergeten niet alleen ter discussie mag staan vanwege de onuitvoerbaarheid ervan, maar ook vanwege de consequenties voor misschien wel belangrijkere grondrechten.

Het is te vroeg om te zeggen waar de verzoeken om vergeten te worden vooral vandaan komen. Er zullen zeker gevallen zijn waarbij de aanvrager in de pen klimt omdat de feiten geweld is aangedaan. Maar al heel snel zal het niet meer gaan om de feiten zelf maar om interpretaties van die feiten. Mijn boerenverstand zegt dat ijdelheid een belangrijke rol speelt bij die verzoeken. Iedereen heeft in zijn leven wel eens iets gedaan waar hij achteraf gezien minder trots op is. En ja, in een door internet gedomineerde wereld lijken zowel je successen als je mislukkingen voor eeuwig vast te liggen. Logisch dus dat de kans om daar verandering in aan te brengen met beide handen zal worden aangegrepen. Althans, door mensen die hopen daardoor het beeld over zichzelf wat te kunnen oppoetsen. Die sollicitatie zal tenslotte wel net iets beter verlopen als die in dronkenschap genomen foto’s op dat weblog onvindbaar zijn geworden. Toch?

Het is het argument van de angst. Van de honderden mensen die bij mij gesolliciteerd hebben, is er nooit een afgewezen op basis van een fout uit het verleden. Sterker nog: zonder blunders geen successen. Een werkgever die dat niet ziet is het niet waard je in dienst te nemen en een werkzoekende die dat niet snapt stelt willens en wetens zijn ijdelheid voor zijn ambities.

Natuurlijk gaat het niet alleen om sollicitaties – zie het hierboven genoemde voorbeeld van dichtbij.nl, of de Spaanse klager die dit alles in gang heeft gezet – maar hoe dan ook zal het wegpoetsen van een ongewenste werkelijkheid een belangrijke drijfveer zijn. Wat alleen een beetje jammer is, is dat de ijdelheid die daaraan ten grondslag ligt, niet alleen de blik op de oorzaak van de betwiste verwijzing heeft vertroebeld, maar ook op het gevolg van de verwijdering ervan. Want hoe machtig Google ook is, het veranderen van de werkelijkheid ligt niet binnen de mogelijkheden van dit bedrijf. Feiten veranderen niet door hun vastlegging moeilijker vindbaar te maken.

Wat resteert is de misleiding van de weggepoetste realiteit. Een alzheimer-illusie.

Hypocriet

Voor sommigen zal het recht om vergeten te worden een oprechte wens zijn, maar wie kan nu onder aan de streep wijzer worden van een alzheimer-illusie?

Er zit bovendien iets hypocriets aan het Europese vonnis. Het pretendeert binnen Europese grenzen iets op te lossen dat niet in grenzen te vangen is. De dichtbij-klager mag onvindbaar zijn via google.nl maar blijft gewoon in de zoekresultaten van google.com (en honderden andere nationale google-sites) staan. Het zal dan ook niet lang duren voordat Google zelf niet meer de landelijke zoekvariant als standaard aanbiedt, maar direct de dotcom-versie voorschotelt.

Tot slot nog een aspect dat ik de biechtvlucht zou willen noemen. Zoals een goed katholiek op gezette tijden goddelijke vergiffenis kan krijgen voor zijn zonden door deze bij een pastoor op te biechten, zo kan een Europese internetzondaar zijn ziel reinigen door Google om absolutie te vragen. In geen van beide gevallen worden de “zonden” teniet gedaan en in beide gevallen zal het gemak waarmee een en ander geschiedt nauwelijks een rem op herhaling kunnen zijn. Anders gezegd: voor echte zondaars is het EU-vonnis juist een vrijbrief om nog eens helemaal los te gaan.

Google doet er goed aan alvast wat vacatures uit te zetten: “biechtvaders gezocht

Meer lezen over het EU-vonnis en het recht om te worden vergeten? Dat kan HIER