Het Recht om vergeten te worden gaat te ver / niet ver genoeg

NB: updates in en onder de tekst

Het is een interessante week voor het “Recht om vergeten te worden”, waarover ik vorige week schreef (zie HIER). Het EU-vonnis van mei waarin bepaald wordt dat Europese burgers aan de uitbaters van zoekmachines (Google, Yahoo, etc) kunnen vragen om bepaalde links te verwijderen als ze daar schade van ondervinden, heeft nogal wat belanghebbenden in beweging gebracht. Er is discussie over zowel het vonnis zelf als de uitvoering ervan.

Twee acties van twee tegengestelde belangengroepen laten zien dat wat voor de een al veel te ver gaat, voor de ander nog lang niet ver genoeg is gegaan. Aan de ene kant van die lijn heeft de Index on Censorship een open brief gestuurd aan de artikel-29-working-party (een aan de EU gelieerde organisatie die is samengesteld uit vertegenwoordigers van alle cbp-organisaties in de lidstaten) naar aanleiding van het EU-vonnis van mei. In de open brief wordt het vonnis zelf niet ter discussie gesteld maar wel de variabele uitleg ervan. De index vraagt met name om een betere omschrijving van content die “niet relevant” zou zijn. Dit alles vanuit een zorg voor de “free flow of information”, die door het EU-vonnis wel degelijk in het geding is.

Ook wil de Index een recht op hoger beroep voor de gedupeerde media: zij worden namelijk door (in hun ogen) ten onrechte verwijderde links in zoekresultaten geschaad in hun basale taak (het verspreiden van relevante actuele informatie) én hun bedrijfsvoering (minder clicks is minder omzet). Bovendien: als het simpelweg aan de Googles van deze wereld wordt overgelaten om te bepalen welke klachten wel of niet terecht zijn, schuilt er een groot risico voor hen in de inmiddels gangbare praktijk. Begrijpelijk en terecht dus dat de Index vraagt om duidelijkere en eerlijkere regels.

De privacytoezichthouders van de EU zelf lijken weinig boodschap te hebben aan de oproep van de Index on Censorship. Sterker nog, er wordt al hardop gedacht over manieren om het recht om vergeten te worden verder uit te breiden dan nu de praktijk is. Om die reden heeft de EU voor morgen een bijeenkomst georganiseerd waarvoor Google, Microsoft en Yahoo zijn uitgenodigd. Volgens ingewijden bij de Wall Street Journal willen de EU-privacy waakhonden met de grote zoekmachines twee zaken op de kaart zetten:

1. de zoekmachines zouden geen melding meer moeten maken bij de uitgevers van verwijderde links in Google search (dat doen ze nu nog wel).

2. de zoekmachines zouden het EU-vonnis ook buiten Europa moeten toepassen (dus ook op google.com en niet alleen op google.nl, google.fr etc).

UPDATE 2: HIER de 26 vragen die de Europese privacytoezichthouders gesteld hebben aan de drie zoekmachinebedrijven.

UPDATE 4: HIER alle antwoorden van Google op de vragen van de privacytoezichthouders. En HIER een post op dodebomen daarover.

De EU-beweging die in de slipstream van het mei-vonnis plaatsvindt valt niet anders uit te leggen dan als een aanval op het vrije verkeer van informatie. Regelrechte censuur is het niet (de artikelen zelf blijven vooralsnog ongemoeid) maar het is wel degelijk een afgeleide daarvan (je maakt de stukken moeilijker vindbaar). En als de uitgevers van die informatie ook nog eens in het ongewisse worden gelaten over maatregelen die hun basistaak belemmeren, wordt de schade alleen maar groter. Dit raakt elke organisatie die zich bezig houdt met journalistiek of andere vormen van informatieoverdracht – en dus de maatschappij zelf – in het hart. Dat gold al voor het EU-vonnis zelf, maar in versterkte mate voor de aanvullende voorstellen die morgen op tafel komen.

Spanningsveld

Elke journalist kent het vanzelfsprekende spanningsveld tussen de belangen van een individu en dat van de maatschappij. Dat spanningsveld komt hier ook aan de oppervlakte. Een individu kan vele redenen hebben om een bepaald zoekresultaat te laten verwijderen, terwijl het maatschappelijk toch uitermate relevant is. Waar het EU-vonnis gebouwd is op de uitzonderingen (de terechte wens tot verwijdering van onwaarheden of loze beschuldigingen) is het resultaat een richtlijn die a) de sluizen open zet voor misbruik en b) niet eens doet wat deze belooft.

Met alle respect voor de belangen van het individu is het dus te hopen dat de Index-voorstellen verder kunnen worden uitgewerkt én dat Google, Microsoft en Yahoo morgen hun poot stijf houden. De maatschappij is er mee gediend – en daarmee ook de burgers die daar onderdeel van uitmaken.

UPDATE 1: Jimmy Wales (wikipedia) hamert er bij Google op “niet de geschiedenis te censureren”. Wales in The Guardian: “<it is> dangerous to have companies decide what should and should not be allowed to appear on the internet.”

UPDATE 3: De Britse Society of Editors heeft inmiddels laten weten dat het recht om vergeten te worden “deeply problematic” is. Ideetje voor het Genootschap van Hoofdredacteuren?

UPDATE 5: Niet alleen nieuwsmedia worden geraakt door het recht om te vergeten, ook Wikipedia begint er last van te krijgen. Zie ook dit interview op BBC.

Meer lezen? Dat kan HIER.