Naar een zorgzame journalistiek

We leven in een geweldige tijd voor de journalistiek, maar de plekken waar journalistiek tot voor kort als vanzelfsprekend onderdak vond, hebben moeite het hoofd boven water te houden. De tegenstelling tussen de ongekende mogelijkheden (inhoudelijk, productie, distributie) en de problematische businessmodellen erachter (advertenties, abonnees) is al vaker aangehaald, maar blijft boeiend.

Aan de goede kant van de lijn:

De wereld was nooit beter geïnformeerd en kon zijn kennis ook nooit beter kwijt,
Bronnen en netwerken zijn toegankelijker dan ooit,
Steeds meer niet-journalisten helpen de journalistiek,
Journalistiek werk is toegankelijker dan ooit,
Mobiele devices bieden 24/7 productie, distributie en interactie,
Inhoudelijke checks & correcties komen van alle kanten,
Er zijn ontelbare nieuwe verhaalvormen,
Meer dan ooit zijn journalisten nodig om de overvloed aan informatie te ordenen,
en zo zou je echt nog wel even kunnen doorgaan

Wie dat zo op een rijtje ziet kan echt niet om de conclusie heen dat er relevantie en toekomst in de journalistiek zit. Maar wederom: wie gaat dat betalen? Wie maakt het mogelijk dat er inderdaad journalisten blijven die hun tijd kunnen besteden aan al dat nuttige werk? Want vrijwilligerswerk is mooi, maar ergens zal die boterham van betaald moeten worden.

Entertainment vs onderzoek

Voor de meer entertainende vormen van journalistiek ziet dat probleem er trouwens anders uit dan voor de meer op onderzoek gerichte vormen.  Er is een ander publiek, er zijn andere uitdagingen en er is een ander referentiekader. Waar de een vooral te rade kan gaan in de film- en muziekindustrie, moet de ander misschien wat meer kijken naar onderwijs en wetenschap. Waar entertainment zich zal moeten richten op commerciële modellen (denk Netflix, denk Spotify, denk iTunes), heeft onderzoek wat te verwachten van de overheid.

Maar voor zowel entertainment als onderzoek geldt: het gaat niet op de oude manier. Hét grote verschil met vroeger is dat de journalist van vandaag niet meer als alwetende ver boven zijn gehoor uit torent, maar er tussenin staat. Uit de burcht, het open veld op. Alle resterende arrogantie mag afgeschud worden en plaats maken voor zorgzaamheid. Zorg voor de community waar ze onderdeel van uit (willen) maken, zorg voor een deugdelijke informatievoorziening, zorg voor de directe omgeving. Wat minder afstand, wat meer betrokkenheid.

Zorgzame overheid

Pas als de journalistiek erin slaagt die zorgzaamheid in de praktijk te brengen, kan met recht een beroep gedaan worden op de zorgzame overheid. Want dát er een belang is voor overheden (landelijk, provinciaal, lokaal) om journalistiek te steunen, moge duidelijk zijn (en heb ik HIER al eerder proberen te onderbouwen). Kort gezegd: 

Betrouwbare informatie is zuurstof voor de democratie > Journalistiek is bij uitstek in staat die betrouwbare informatie te leveren > De maatschappij heeft belang bij goede journalistiek > En dus mag van de overheid – op alle niveaus – verwacht worden dat ze de journalistiek ondersteunt.

Let wel: “de journalistiek”, niet “de media”, laat staan een mediabedrijf. Er zijn veel manieren om dat te doen. Wie uitgaat van de mogelijkheden in plaats van de beperkingen, voorkomt in elk geval een voortijdige discussie over de risico’s. Niet dat die niet van belang zijn, maar de NOS laat elke dag zien dat ze omzeild kunnen worden.

Voorbeelden

Voorbeelden van zorgzame journalistiek zijn er inmiddels te over. Zowel van traditionele als van nieuwe spelers op de journalistieke markt. Kijk naar Contributoria, Storyful, het Tar Sands Project, Manchester Evening News. Of dichter bij huis, naar Scoopshot en de regionale omroepen.

Hoe verschillend ook, al die voorbeelden hebben één ding gemeen: journalistieke relevantie wordt gecombineerd met zorg voor de directe omgeving. Wat voorheen vanuit het adagium van verplichte afstandelijkheid voor totaal onmogelijk werd gehouden, blijkt op steeds meer plaatsen inmiddels gewoon te werken.

Niet overal trouwens. Voorbeelden van hoe het niet moet zijn er ook nog genoeg. Kijk naar de ooit zo vermaarde krant Libération (opgericht door Jean-Paul Sartre), waarvan de redacteuren onlangs de voorpagina misbruikten om de vloer aan te vegen met het directieplan om te gaan experimenteren met allerlei manieren om in contact te komen met het publiek en langs die weg te innoveren. Dat klinkt heel stoer, maar er zijn vooralsnog geen signalen dat dit ook erg verstandig is.

Belang van de journalist

In het snel veranderende medialandschap is het verleidelijk om te rol van de journalist te minimaliseren. Dat is een misvatting. Juist in tijden als deze is het belang van de journalist groter dan ooit. Niet meer als alwetende zender, maar wel als organisator, bemiddelaar, filteraar en informatiemakelaar. De journalist heeft dan wel afstand moeten doen van de claim op kennis (zijn publiek weet per definitie meer dan hij), hij heeft als geen ander de vaardigheden om orde te scheppen in de informatie-overvloed.

Mark Little (Storyful) zei het treffend:

“Traditional media’s survival depends upon the willingness to package citizen content into news stories”

Dit verhaal was op 19 september de leidraad voor een presentatie op de Fontys Hogeschool voor Journalistiek. Hieronder de complete presentatie: