Journalistiek: zoet water in de zoute oceaan

Een van de vaste onderdelen in mijn presentaties is een metafoor. Hij werkt altijd prima, dus heb ik er eigenlijk nooit bij stilgestaan dat ik ‘m maar half had afgemaakt.

Om duidelijk te maken hoezeer de journalistiek veranderd is door de komst van het internet, maak ik altijd de vergelijking tussen de woestijn en de oceaan. Vroeger, vóór internet, waren media-organisaties als de waterpomp in de woestijn. Als je informatie nodig had, noem het nieuws, moest je als consument wel naar de pomp. Immers, nergens anders in de informatie-woestijn was er nieuws voor handen. Journalisten en hun nieuwsorganisaties hadden als het ware een monopolie op kennisverspreiding. Niemand anders had een pomp.

Maar door internet veranderde er iets wezenlijks. Het monopolie verdween, iedereen ging nieuws maken en de traditionele journalistiek verzoop als het ware in zijn eigen succes. Om in de metafoor te blijven: de pomp bleef hetzelfde, maar de woestijn was ongemerkt veranderd in een oceaan. En zo handig als het was om water de woestijn in te pompen, zo nutteloos was het om datzelfde te blijven doen in een oceaan.

In mijn presentaties is het normaal gesproken de opmaat naar een verhaal over de noodzakelijke verandering in attitude en werkwijze voor de journalist. Maar vanaf nu maak ik daarvoor eerst de metafoor helemaal af. Dé oplossing voor de journalistiek zit ‘m immers in het onderscheidende vermogen. Ja, er is een overvloed aan nieuws, ja, iedereen kan journalistje spelen. Maar niet iedereen heeft de vaardigheden om uit die overvloed het kaf van het koren te scheiden. Nieuws is geen journalistiek. Niet iedereen kan duiden, filteren, cureren, analyseren. Daar zijn vaardigheden voor nodig.

En dus kan die waterpomp nog steeds zijn nut hebben. Mits je er zoet, drinkbaar water uit laten komen. Dát blijft namelijk nodig als je hele omgeving vol is met zoute water.

Dat ziet er wel aantrekkelijk uit maar je lest er je dorst niet mee.