Geef de schuld niet aan de journalist: it’s systemic, stupid!

(Deze gastbijdrage door Paul van der Cingel is een reactie op “Kees Buijs is de Nederlandse Nikki Usher” op dodebomen)

Mark Deuze begint de analyse in zijn boek Wat is journalistiek (2004) bij het begrip beroepsideologie, om vervolgens via de journalistieke cultuur en identiteit uit te komen bij de journalistiek als zelf-organiserend sociaal systeem (p.76 en schematisch op p.119).

De keuze om de journalistiek te zien als een sociaal systeem biedt openingen voor een ander perspectief op het vraagstuk, namelijk dat van de complexiteitswetenschap. Complex is in een vrij letterlijke betekenis ‘verweven’ of ‘vervlochten’. Deuzes journalistiek-sociale systeem kun je beschouwen als een netwerk waarin naast individuele journalisten allerlei andere entiteiten (organisaties; publiek; overheden) met elkaar in verband staan (onderling verweven zijn). Misschien kan het perspectief van systemen van netwerken ons nieuwe inzichten opleveren voor de situatie waarin de journalistiek verkeert.

Emergentie
Door de spontane interactie van de onderdelen in een netwerk kan, zonder enige vorm van centrale sturing, verrassende dynamiek ontstaan: emergentie. Uit de biologie komt het voorbeeld van een zwerm vogels, die spontaan telkens andere vormen aanneemt. En verkeersdeskundigen noemen hier de spookfile als voorbeeld: laat een aantal auto’s rondjes rijden en vroeg of laat ontstaat er spontaan een opstopping. Zonder aanwijsbare oorzaak (ongeluk; traag inhalende vrachtwagen; etc.).

Belangrijk inzicht bij emergentie is dat we de dynamiek niet kunnen verklaren door individuele onderdelen van het netwerk te bestuderen. De studie van één vogel leidt niet tot begrip van de zwerm. En geen van de individuele automobilisten wil stilstaan; toch ontstaat die spookfile. Evenzo erkent iedere journalist dat het zo niet goed gaat, en toch blijft de ‘tredmolen van de gewoonte’ draaien. Vertaald naar Deuzes journalistiek-sociale systeem:

De verklaring van de (onwenselijke) dynamiek in het systeem ligt niet bij afzonderlijke journalisten en andere delen in het netwerk. Het heeft weinig zin om schuldigen en zondebokken te zoeken en al helemaal niet om elkaar te beschuldigen.

De verklaring van het emergente gedrag zit dus niet in de onderdelen van netwerken, maar juist in de interactie tussen die onderdelen. Hoe die precies in elkaar zit, is niet te zeggen. We krijgen dus altijd te maken met onzekerheid over de mogelijke uitkomsten. Met ons traditionele lineaire denken schieten we in complexe situaties meestal niets op. We zijn gewend om ontwikkelingen in het alledaagse leven te versimpelen, zodat we lineaire (stabiele en eenduidige) relaties kunnen leggen: Als A gebeurt, dan gebeurt altijd daarna B. Maar ja, wie terugdenkt aan de spookfile, weet dat er is geen eenduidige en stabiele oorzaak-gevolg relatie is om dit te verklaren. Complexe systemen zijn non-lineair. Soms leidt een onooglijk kleine verandering (één auto die een heel klein beetje langzamer gaat rijden) tot een spontane kettingreactie en een opstopping. In het complexiteitsjargon heet dit wel het vlinder-effect (van meteoroloog Lorenz: een vlinder die met zijn vleugels wappert in Brazilië veroorzaakt een orkaan in Texas). En vrijwel altijd heeft in complexe systemen de context waarin de netwerkonderdelen zich bevinden, invloed op hun interacties. Bij de spookfiles kunt u denken aan de context van dag of nacht, die de kans op het ontstaan van een opstopping beïnvloedt. In het journalistieke systeem zou de context ‘publieke omroep of commerciële organisatie’ van invloed kunnen zijn op emergent gedrag. Op basis hiervan stel ik:

  • Doe niet teveel onderzoek naar oorzaken en verklaringen; de invloed van context maakt de lessen uit dit soort onderzoek misschien moeilijk te generaliseren.
  • Stap niet in de valkuil van versimpeling en hecht niet teveel waarde aan lineaire (dus eenduidige en stabiele) verbindingen tussen oorzaken en gevolgen. Hoed u voor beleidsmakers en managers die maatregelen nemen op basis van versimpeling en lineariteit.
  • Accepteer het bestaan van onzekerheid. Dat klinkt misschien zweverig of boeddhistisch, dus om het wat concreter te maken:
  • >  Denk breder dan alleen risico’s. Met risico’s kun je rekenen: wat is de kans dat gebeurtenis X zich voordoet? De verleiding bestaat vooral bij beleidsmakers en beslissers om zich tot deze categorie te beperken.
  • >  Probeer en leer: ruim 30 jaar complexiteitswetenschap leert dat dé manier om te dealen met onzekerheid is om te experimenteren, simuleren en testen. Dingen ondernemen, dus en vervolgens een stap terug doen en beoordelen wat je hiervan geleerd hebt over emergent gedrag. Volstrekt in lijn met les 2 die het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek meenam uit Silicon Valley: Fail forward and pivot. En in lijn met de Wet van de Panda: ‘Inactiviteit is de zuiverste vorm van mislukken’. Wijze woorden van wethouder Martijn Vroom op twitter: ‘Het is ‘n pilot, dus wens ik u dat dingen die mis kunnen gaan, mis gaan – zodat we kunnen leren.’

Stabiel, maar onwenselijk
Complexe systemen kunnen soms opgesloten zitten in een stabiele (maar niet per se wenselijke) situatie of een stabiele ontwikkeling. In jargon: een lock-in. Hierin geeft emergent gedrag een gevoel van onvermijdelijkheid: ieder individu wil wel anders (lekker doorrijden!), maar op de een of andere manier komt er toch geen grote verandering (de spookfile!). Brouwers’ metafoor van de tredmolen in zijn blog over Buijs’ onderzoek lijkt hier sterk op:

“Een groep alleszins verstandige mensen blijkt niet in staat hun intelligentie om te zetten in hoognodige strategische keuzes. De visie is er wel, maar de tredmolen van de gewoonte wint het op alle fronten.”

Het fenomeen pad-afhankelijkheid kan ons inzicht geven dit soort lock-ins. Hiermee bedoelen complexiteitswetenschappers dat de huidige ontwikkeling zeer sterk bepaald wordt door datgene wat er in het verleden is gebeurd. Vertaald naar het journalistiek-sociale systeem:

  • De dictatuur van de drukpers is een voorbeeld van pad-afhankelijkheid. Ga maar na wat de ‘erfenis’ is van dit pad voor het journalistieke werkritme (een periodieke scherpe deadline) en voor het distributieproces (een kostbaar en ingewikkeld bezorg- en verdeelsysteem).
  • De subsidiëring van publieke omroepen is nog zo’n voorbeeld. Denk maar aan de discussies over kijkcijferjournalistiek versus journalistiek gericht op duiding, context en achtergrond. Of aan de klassieke moeizame verhouding tussen regionale print- en omroepjournalisten (‘Zij beginnen de dag met nieuws uit onze krant’. ‘Zij hebben veel meer tijd en ruimte om achtergrond te bieden dan wij kunnen in een item van 1,5 minuut’).

En nu?
Vergeet strikte centrale sturing: complexe sociale systemen laten zich niet managen. Op zijn best ontstaat er een (meestal papieren) schijnwerkelijkheid waarin de opgelegde criteria worden nagestreefd. Het gedrag in de werkelijkheid ontstaat uit emergentie.

Overheidsmaatregelen die de pad-afhankelijkheid verminderen, kunnen wel helpen. Overgangsregelingen die de afhankelijkheid van de drukpers verminderen; een andere opzet van de financiering van journalistiek als publiek goed.

Zet in op serieus ‘proberen en leren’: serieus proberen betekent iets nieuws of iets anders durven doen en niet te snel opgeven. En serieus leren betekent goed kijken wat werkt en wat niet, deze kennis delen en toepassen in het volgende probeersel. Aan dat laatste wil het nogal eens schorten.

En verlies de moed niet. Onzekerheid kan ook positief uitpakken, bijvoorbeeld als kleine veranderingen ineens onvermoede grote impact hebben. Of als er buiten het onvermijdelijk lijkende pad olifantenpaadjes ontstaan.

Ook journalisten zijn net mensen…

De auteur Paul van der Cingel (1968) is econoom. Hij is verbonden aan de School of Media van de Hogeschool Windesheim in Zwolle. Daarnaast is hij eigenaar van trainings- en adviesbureau Research voor de Regio en ontwikkelaar van de Academy of Systemic Journalism. In 2010 verscheen van hem bij uitgeverij Boom/Lemma ‘Economie in het nieuws’ en in 2011 ‘Internationale economie in het nieuws’.