Wie pakt de regie in medialand?

Als de hele wereld twittert, facebookt en periscopet, welke rol heeft de journalistiek dan nog? Journalistieke middelen zijn al lang niet meer voorbehouden aan professionals en dat maakt de vraag des te relevanter hoe die journalist zich dan wel kan onderscheiden.

Een mooie discussie maandagavond 12 oktober bij de Noorder Perssociëteit maakte alvast duidelijk dat het nog behoorlijk zoeken is naar die nieuwe eigen rol. Wat doen al die niet-professionals eigenlijk op “ons” werkterrein, zo leek de journalistiek – vertegenwoordigd door Bas van Sluis (Dagblad van het Noorden) en Arnoud Bodde (RTV Noord) – zich vooral af te vragen. Of ze nu op zoek zijn naar commercieel gewin, ander eigenbelang of gewoon hun journalistiek hobbyisme willen botvieren, ze hebben bij ons niks te zoeken. “Wegwezen, alleen volledige onafhankelijkheid telt.” En dus werd er even makkelijk schande gesproken van de NOS die TVM-filmpjes en periscope-verslagen uitzond als van Van Sluis’ eigen krant die een facebook-post van een agent had gepubliceerd.

Aanleiding voor de avond vormde het opvallende media-optreden van Rianne Schuurman, die (als niet-journalist) een van de Jumbo-incidenten in Groningen voor een groot publiek met periscope had weten vast te leggen. Het leidde tot de logische vraag of de journalistiek tegenwoordig nog wel de regie in handen heeft.

——–

Lees hier het verslag van de Noorder Perssociëteit over hun discussieavond

——–

Voor het merendeel van de aanwezigen in de zaal was het vooral een retorische vraag. Maar waar die regie dan wel ligt, werd evenmin helder. Niet zo vreemd, want met het verschuiven van de mediamachtsmiddelen is er minder dan ooit sprake van welke sturing dan ook. In feite telt Nederland – sinds de smartphone gemeengoed en het monopolie van de drukpers waardeloos is geworden – zo’n 17 miljoen mediamachthebbers.

Daar schande van spreken is vanuit het perspectief van de traditionele journalistiek misschien begrijpelijk, maar het daarbij laten is hoe dan ook onverstandig. Het toont vooral de onmacht van een vakgroep die financieel en inhoudelijk onder druk staat, dat wel voelt en ziet maar tegelijk nog volop in de ontkenningsfase zit. De journalistiek zou er beter aan doen zich af te vragen waar dan wel dat onderscheid vandaan komt. Waar zit het bestaansrecht? Is het werkelijk die onafhankelijkheid? Zijn het andere specifieke vaardigheden? Maar wat als het beoogde publiek daar geen geld voor over heeft? Of als het daar wel voor wil betalen, maar niet als dat deel slechts 10% uitmaakt van een totaalpakket dat verder voornamelijk bestaat uit niet-unieke onderwerpen? Of gaat het misschien toch om een essentiële functie binnen het democratisch bestel en zou dus de overheid (nog meer) te hulp moeten schieten?

En ja, nadenken over die vragen heeft ook consequenties voor de wijze waarop we studenten opleiden. In Groningen, maar ook elders. Een voordeel hebben we wel: Nederland is niet uniek, overal op de wereld wordt gezocht naar oplossingsrichtingen. Het complete wiel hoeven we dus niet zelf uit te vinden, maar een paar spaken zouden wel al een mooi begin zijn.