Crafting Narratives: op zoek naar de journalistieke mogelijkheden van Virtual Reality

Crafting narratives, design for journalism“: onder die titel hebben elf studenten van Design Academy Eindhoven de afgelopen maanden onderzoek gedaan naar (de vormgeving van) nieuwe vertelvormen voor de journalistiek. De nadruk lag daarbij op Virtual Reality: wat zou de impact van dit middel kunnen zijn op het vak en hoe moeten we überhaupt omgaan met “immersiviteit“? Begeleiding voor de studenten in deze nieuwe minor kwam van Danielle Arets en Tom Loois (Design Academy Eindhoven) en daarnaast konden ze in hun zoektocht gebruik maken van de kennis en middelen van VPRO Medialab in Eindhoven

Eind januari werd het project afgerond met een essay van elke student en een presentatie van het onderzoek. Het resultaat: acht disruptieve, innovatieve en soms wat ongemakkelijke ideeën over de toekomst van de journalistiek, over de veranderende rol van de nieuwsconsument en over immersiviteit, de mate waarin media in staat zijn het gevoel te creëren dat de toeschouwer zich in een virtuele wereld bevindt.

Conceptstatus

Alleen al onderling zijn de prestaties nauwelijks met elkaar te vergelijken, laat staan dat de gepresenteerde ideeën op een of andere manier aansluiten bij gebruikelijk journalistiek onderzoek. Allemaal pure winst dus. Wat we ook zien: acht keer het bewijs dat het VR-wiel, althans voor de journalistiek, echt nog uitgevonden moet worden. De designers-in-opleiding hebben daar zeker ideeën over, maar voor een daadwerkelijke uitvoering ervan was in dit project te weinig tijd: voor vrijwel iedereen bleek de conceptstatus het hoogst haalbare. We kijken mee met Jonas, Martina, Carl, Luca, Mirl, Vito, Manon en Jasper.

Een belangrijk deel van Jonas’ experiment bestond uit een poging om 24 uur rond te lopen met een VR-bril op zijn hoofd. “Om te ontdekken of het mogelijk is VR in je normale mediagedrag te integreren.” Hij filmde alles, we zien Jonas tegen muren oplopen, struikelen, misgrijpen en vertwijfeld om zich heen staren. Na 18 uur staakte hij zijn experiment, wegens “te vermoeiend”. Wat leerde hij? “Er is helaas nog geen ‘normaal’ binnen VR, dat zal nog wel even duren. Waar we naar op zoek moeten is een manier om ondanks die alles afsluitende VR-bril de wereld om ons heen niet uit het oog te verliezen.”

Martina’s resultaat is al wat concreter. Vanuit de gedachte dat er toch meer zou moeten zijn dan de snelle headlines die dag en nacht als een mitrailleurvuur op ons af blijven komen, richtte zij zich op het loslaten van de schijnbaar logische volgorde in nieuws. “Op het eind is er altijd een zondaar, degene die het gedaan heeft, en daar blijft het dan bij. Maar het echte verhaal gaat verder dan dat: het is net als bij een cake, daar eet je toch ook niet alleen het buitenste plakjes van op?” Het resultaat van haar gedachtenexercitie presenteert ze als een serie films-in-films, waarbij begin, slot en middengedeelte dwars door elkaar heen lopen. Hoe concreet uitgevoerd en goed onderbouwd ook, van een journalistiek eindproduct kan nog niet gesproken worden. Maar eerlijk is eerlijk: dat was ook niet hun opdracht. De waarde van Martina’s gedachten zit hem dan ook vooral in de aanzet die ze geeft voor experimenten met nieuwe journalistieke vertelvormen.

Internet-memes

Ook Carl zocht zijn heil in de nabewerking van journalistieke beelden. Deze trend is volgens hem het best zichtbaar in internet-memes: eindeloze reeksen kleine bewerkingen van een origineel beeld. Het haalt de kijker eerst weg van de werkelijkheid, er treedt een vervreemding op, maar vervolgens komt er een “re-contextualisering door die reproducties”. Carl laat experimenten zien in combinaties van beurskoersen met temperatuurschommelingen, die inderdaad voor vervreemding zorgen. Even verderop wordt zijn verhaal meer een waarschuwing aan de wereld dan een werkelijke poging die “nieuwe waarheid” te scheppen waarnaar hij zegt op zoek te zijn. “De alternatieve realiteit blijkt ineens een nieuwe realiteit.” De bijbehorende videobeelden geven toch nog een sprankje herkenning: ze hebben veel weg van de leader van Homeland. Onbewust blijkbaar, want de titel van de serie doet bij deze student geen enkel lampje branden.

Luca heeft zich in zijn onderzoek vooral laten leiden door de frustratie over zijn eigen gedrag. Hoezeer hij ook zijn best deed zich te concentreren op het coderen en designen, telkens weer trok Facebook hem van zijn werk. Slechts een paar dagen voor de deadline zag hij het licht: via een visualisatie van zijn eigen browser history kwam hij uiteindelijk tot een top-99 van “meest afleidende internetpagina’s”. Die verwerkte hij vervolgens in een diagram om te kijken hoe zijn werkelijke internet-journey er uit ziet. Onbeschaamd strooit Luca met zijn Facebook- en YouTube-preoccupaties. Nu begrijpen we ook waarom hij in het begin van zijn betoog benadrukte dat een gemiddelde burger in de westerse wereld 15 uur media per dag gebruikt: “hey, ik ben niet de enige hoor!“ In het zicht van de presentatiedag ziet Luca het licht: hij ontwerpt een systeem dat hem alternatieven aandraagt op het moment dat er wederom op de facebook-knop wordt gedrukt. Een mooie avatar popt op om hem te helpen zijn internetgedrag enigszins te reguleren. Van alle studenten lijkt dit het dichtst bij een bruikbaar eindproduct te komen. Luca zelf ziet het echter meer als een vingeroefening: “Het laat vooral zien dat we verder moeten zoeken naar manieren voor journalisten om algoritmen in hun werk te gebruiken.”

Voor Mirl ligt – net als bij Luca – enige frustratie aan haar zoektocht ten grondslag. “Het lukt me gewoonweg niet een lineair verhaal te vertellen. Bij mij gaat het nooit van a naar b naar c en zo naar z, ik vlieg van links naar rechts en van boven naar beneden.” Ze had dan ook de nodige zorgen over het welslagen van dit project. Hetgeen uiteindelijk leidt tot een presentatie waarbij lagen over lagen over lagen komen te liggen die in haar ogen precies laten zien hoe een associatieve geest werkt. Haar ideaal: een framework ontwerpen waarmee associatieve schrijvers aan de gang kunnen en waarbij lezers de tekst niet alleen verticaal maar ook horizontaal kunnen lezen. “Daarvoor hoeven we niet het hele internet te redesignen, maar we kunnen er wel wat lagen overheen leggen. Zoals dat ook bij elk afzonderlijk verhaal kan.” De vraag blijft dan natuurlijk wel hoe de minder associatieven dat tot zich gaan nemen.

Biometrische data

Vito komt op de proppen met een model dat draait om het afnemende belang van objectiviteit en de vervanging daarvan door transparantie in de journalistiek. “Er is niet één waarheid in het nieuws, er zijn er altijd meer.” Vito ziet geen oplossing van dat probleem in het huidige nieuwssysteem. “Maar Virtual Reality kan daarvoor wel een begin aanreiken.” We zien op zijn VR-bril teksten van George Orwell uit 1929 verschijnen, van het ene citaat vliegen we naar het volgende, maar het blijkt lastig een link te leggen met de toekomst van journalistiek.

De Franse studente Manon heeft zich geworpen op de aanslagen in Parijs van november vorig jaar. Zij vraagt zich af hoe je vanuit betrokkenheid enige afstand kunt creëren: hoe voorkom je de valkuil om van headline naar headline te schieten? Haar antwoord vindt ze in geluidsbrokken, die wel gerelateerd zijn aan het onderwerp (we horen stemmen die commentaar lijken te geven op de aanslagen) maar daar een totaal eigen draai aan geven. Het resultaat is veeleer associatief kunstzinnig dan journalistiek.

Jaspers zoektocht leidt, net als die van Vito, langs de grenzen van de objectiviteit. Maar anders dan bij Vito ziet Jasper de oplossing in juist een toevoeging van subjectieve elementen. Meer specifiek: door ook andere zintuigen aan het werk te zetten. Jasper neemt ons mee naar een andere ruimte waar een geprepareerde krant klaarligt. Een foto van oorlogsgeweld heeft de geur van verschroeide haren, die van een protestmars ruikt naar zweet. Elementen in de foto zijn voelbaar hoger dan andere, zodat ook de tast een rol gaat spelen. “Misschien moet je ook de hartslag van de verslaggever nog laten klinken. Door biometrische data van de journalist toe te voegen aan zijn verhaal, wordt het geloofwaardiger.”

Het nieuwe normaal

Crafting narratives heeft nog geen bruikbare prototypes opgeleverd, maar dat was ook niet het primaire doel. Desondanks zijn projecten als deze hard nodig om de journalistieke verhalen te kunnen blijven verbeteren. Om de gereedschapskist van de verslaggever te blijven uitbreiden en daarmee ook het resultaat voor de gebruiker (de lezer, kijker, luisteraar en wellicht ooit ook de ruiker en voeler) te verfijnen. Er is, zoals Jonas ons liet zien, behoefte aan een ontdekkingsreis die moet leiden naar het “nieuwe normaal”. Een reis die de journalistiek niet in haar eentje aan kan. Daarvoor zijn hulptroepen nodig, bijvoorbeeld van de Design Academy.