Weg met digital first en internetjournalistiek!

De termen “digital first” en “internetjournalistiek” zijn schaamlappen voor een sector die nog altijd vast hangt in een oude werkelijkheid. Ze wekken suggesties maar gaan voorbij aan het feit dat ons vak inmiddels volledig digitaal van karakter is. Digitaal is de regel, niet de uitzondering. De journalistiek is een digitale professie, de mediasector is een digitale sector. Wie ervoor kiest zich binnen dat speelveld toch te richten op bijvoorbeeld print of broadcasting, kan daar zijn redenen voor hebben, maar moet wel zo eerlijk zijn vast te stellen dat daarmee bewust een niche wordt gekozen. Maar wek met “digital first” vooral geen suggesties die nergens op stoelen.

Dat is meer dan semantiek. Een kranten- of omroepbedrijf dat “digital first” zegt te willen gaan, geeft zijn mensen per definitie mee dat er dus ook nog een second en third is – daarmee altijd weer discussies ontlokkend over uitzonderingen op first, second en third. En wie zichzelf (of bepaalde deelredacteuren) betitelt als “internetjournalisten” bezigt niet alleen een pleonasme, maar beledigt daarmee ook de rest van de journalistiek.

Zo, dat is er uit.

Dat laat natuurlijk onverlet dat er bedrijven kunnen zijn die bewust voor een niet-digitale strategie te kiezen. Daar kunnen legio redenen voor zijn. Maar er zijn ook consequenties aan verbonden, als onderdeel van het totaalpakket. Een krimpende doelgroep bijvoorbeeld. Of een eindig bestaansrecht. Veel erger zijn de ondernemingen die het een roepen maar het ander doen. Zoals Klaske Tameling vorig jaar pijnlijk duidelijk maakte in haar promotieonderzoek. Binnenkort komt ze met een update van haar bevindingen, ik kijk er naar uit. Ook Henk Jan Karsten (Windesheim) kwam vandaag, tijdens een discussie voorafgaand aan de ledenvergadering van de NVJ, met bevindingen die daarop aansluiten. Het plaatje hierboven komt uit zijn presentatie.

De termen digital first en internetjournalistiek staken ook vandaag weer volop de kop op. Kernonderwerp in het NVJ-debat was de mate waarin opleidingen en werkveld ruimte bieden aan de ontwikkeling van digitale vaardigheden. Ook daar is natuurlijk nog een hoop in te verbeteren, maar laten we vooral niet de illusie hebben dat we van die kanten de perfecte oplossingen te verwachten hebben. Het zou al heel wat zijn om – in het verlengde van de constateringen hierboven – de studenten ervan te doordringen dat ze vanuit een digitale mindset moeten opereren. Wie succesvol wil worden in de journalistiek, moet beseffen dat dat een digitaal beroep is. Elke nuancering daarvan, elke suggestie van het belang van second en third, doet afbreuk aan de kracht van de beroepsbeoefenaar. Zelfs de meest overtuigde krantenjournalist moet weten dat hij zijn vak alleen maar in een digitale wereld kan uitoefenen.

Kortom: de volgende keer dat er weer iemand begint over “digital first” of “internetjournalistiek” mogen alle alarmbellen gaan rinkelen.